Hoe nu verder? (13)

Hoe dan ook, nu Hanneke bijna een half jaar in de Herbergier woonde, kon het wel. De leiding en mijn therapeute waren het erover eens: Probeer het maar, jullie zijn zo aan elkaar verknocht, maar houd je oude huis aan, je weet maar nooit.
Dus, daar ging ik, half november 2024, en trok – min of meer – bij Hanneke in. Ruimte genoeg in haar appartement van ruim 60 m2. Er was al een onderschuifbed en met wat persoonlijke spulletjes begon het samenwoon-avontuur.

Al vanaf het begin werd me duidelijk hoe Hanneke er werkelijk aan toe was. Tot dat moment was ik steeds, net als de anderen, een bezoeker geweest. Nu woonde ik er en merkte hoe gebrekkig ze nog maar communiceerde met haar medebewoners en verzorgers. Allerlei activiteiten samen ging prima, dansen, planten verzorgen, sjoelen, wandelen, maar een echt gesprek was nauwelijks meer mogelijk. En daar was Hanneke geregeld verdrietig over, dat ze niet meer goed kon praten, dat ze niet meer kon bellen, niet meer alleen weggaan uit ‘die gevangenis’. “Ik ben onzichtbaar,” zei ze vaak en erger nog; “Ik schaam me dat ik leef.”
Gelukkig kon ik haar nu steeds troosten en afleiden, meer dan toen ik alleen maar op bezoek kwam. Al met al ging het met Hanneke beter sinds ik bij haar woonde was ze rustiger en opgewekter.

En als we een paar uur samen waren, op de bank, naar mooie klassieke muziek luisterend, pratend en knuffelend voelden we ons allebei gelukkig. Als je had kunnen horen en zien hoe het toen met ons ging, was het eigenlijk één grote liefdesverklaring. Ook het samen slapen ging goed. Nog steeds snap ik niet hoe haar slaap ‘gereset’ was in de Herbergier, maar we sliepen acht of meer uur op per nacht, met maar twee keer wc-bezoek. Wel kostte het in de ochtenden een half uur of meer voordat Hanneke weer ‘op aarde’ was, maar daar kon ik goed bij helpen, zo tussen zes en acht uur.
Wat ook veranderd was: het afscheid nemen. Na een bezoek was dat vaak pijnlijk voor Hanneke en kostte het moeite om duidelijk te maken dat ik weer gauw terug zou komen. Nu we samenwoonden, kon ik gewoon zeggen dat ik even wegging, boodschappen doen of een klus in het oude huis, en werd ik vriendelijk uitgewuifd. Ik was niet meer op bezoek, maar ging even weg

Plaats een reactie