Categorie archief: Verhaal over mijn leven

Verhalen over mijn leven?

Een verhaal over mijn leven – 14 –

Ik vraag me de laatste tijd wel eens af waarom ik deze ‘verhalen over mijn leven’ schrijf.
Net een boek gelezen van Jean-Claude Carrière met veel korte oude verhalen: Le cercle des menteurs. Sommige passages (vertaald in het Nederlands) raken me.

“We vertellen verhalen, net zoals vroeger. En dat zullen we waarschijnlijk altijd blijven doen. We houden ervan om te vertellen. Weet je wat me gisteren overkwam? Nee? Luister!. En we luisteren. Vaak, zelfs als we iemand goed kennen, luisteren we geduldig als hetzelfde verhaal aan andere vrienden wordt verteld. We brengen dit vriendelijke offer. We weten dat hij (of zij) het leuk vindt om middenin het verhaal te staan. Een paar minuten de aandacht te hebben. Het is een echt bestaansmoment. We leven in een verhaal, in het onze en in de geschiedenis van sommige mensen die dicht bij ons staan. En we leven ook in andere verhalen, die we delen met onze buren, met een volk, soms zelfs met heel de aarde. ”

en
“Op een dag vroeg ik neuroloog Oliver Sacks wat een ‘normaal’ mens is, naar zijn idee. Misschien een onbenullige vraag, maar hij had er een standpunt over. Hij aarzelde en antwoordde dat een normaal mens iemand is die zijn of haar eigen verhaal kan vertellen. Hij weet waar hij vandaan komt (met een oorsprong, een verleden en herinneringen in een zekere volgorde), hij weet waar hij is (zijn identiteit). En hij denkt dat hij weet waar hij naartoe gaat (hij heeft plannen met uiteindelijk de dood als eindpunt). Hij zit in de ontwikkeling van dat verhaal, hij ‘is’ een verhaal en hij kan het zelf vertellen.”

PS in dit verband: Vertel me wie ik ben op Netflix, een buitengewoon verhaal dat de moeite waard is.

Een verhaal over mijn leven – 12 –

Opa Van Oostrum

Uit vorige bijdragen zou de indruk kunnen zijn ontstaan dat mijn opa een sombere man was, gekweld door schuldgevoelens over zijn jong overleden zoon. Zo heb ik hem echter niet gekend. Bijna alle herinneringen aan hem zijn positief.

In 2004 werd Netwerken werkt, op weg naar de baan die je wilt gepubliceerd (waarvan inmiddels meer dan 25 drukken en 50.000 ex zijn verkocht). Een paar jaar later schreef ik nog een boekje over netwerken, maar meer in algemene zin. Daarin staat het volgende over mijn opa.

“Een half jaar na het verschijnen van Netwerken werkt organiseerde ik (begin 2005) een try-out voor een workshop over … netwerken. In de trein op weg ernaar toe kwam opeens de vraag op hoe ik aan die interesse in netwerken was gekomen. Een echte ‘netwerker’ vond (en vind) ik mezelf niet. Toch had ik er een boek over geschreven, maar waar kwam die interesse eigenlijk vandaan?
Direct kreeg ik heldere herinneringen aan mijn opa, de vader van mijn moeder. Ik had me tot dan toe nooit gerealiseerd dat hij een belangrijk voorbeeld voor me is geweest.

Lees verder Een verhaal over mijn leven – 12 –

Een verhaal over mijn leven – 10 –

De Telegraaf, 17-17-1964

Dit verhaal is lang, 22 bladzijden (wel met plaatjes). Daarom is het opgenomen als pdf-bestand, te downloaden en op het scherm te lezen of op papier als je het print. Het verhaal heet ‘Mijn vader en ik’ en bestrijkt bijna mijn hele leven, met nadruk op de rol die mijn vader daarin heeft gespeeld. Geen spannende roman, maar echt gebeurd over liefde, porno, overspel, bedrog, fraude, dubbellevens en geld, veel geld!
Veel leesplezier!

Mijn vader en ik – pdf

Een verhaal over mijn leven – 9 –

Is dit een verhaal over mijn leven? Ja, in zekere zin gaat dit verhaal ook over mijn leven, alhoewel het zich er (in de tijd) ver vóór afspeelt. Over voorouders die ik niet (of nauwelijks) heb gekend, zeg maar mijn overgrootouders en daarvoor. Tot zo’n vijfentwintig geleden had ik daar nauwelijks interesse voor, te druk met andere dingen. Het hoort blijkbaar bij de leeftijd om er zo rond je vijftigste wel belangstelling voor te krijgen. En dan komt het goed uit dat zoon Michaël ook die leeftijd heeft bereikt. In de afgelopen jaren heeft hij op My Heritage een indrukwekkende stamboom samengesteld (van meer dan 6.200 personen) van onze familie en die van onze partners. Het is dus nu mogelijk om tot ver terug in de geschiedenis te zien wie onze voorouders waren, waar ze woonden en (vaak ook) wat voor beroep ze hadden.

Opa van Oostrum, als jonge chauffeur van de familie Louwman aan de Badhuisweg, Scheveningen.
Lees verder Een verhaal over mijn leven – 9 –

Een verhaal over mijn leven – 7 –

Familie van Frederik van Eeden?

Tot zo’n 10 jaar geleden was ik er stellig van overtuigd (vrij) directe afstammeling te zijn van Frederik van Eeden, de beroemde Tachtiger, pionier in Nederland van de psychoanalyse, oprichter van Walden en nog veel meer. Dat wist ik omdat mijn vader dat altijd vertelde. Ik weet niet precies hoe hij de relatie omschreef, maar het was zoiets als: Frederik van Eeden was een broer van mijn overgrootvader. Niet dat er veel over gepraat werd verder, maar dat is ons (kinderen) altijd duidelijk gemaakt.
Toen ik in 1965 m’n baccalauréat deed op een frans lyceum kon ik Nederlands kiezen als keuzevak. De professor Nederlands aan de Sorbonne die me ondervroeg heb ik omstandig uitgelegd dat ik familie van hem was. Wat er toe leidde dat we vooral over een paar boeken van Frederik van Eeden spraken die in natuurlijk gelezen had, wat leidde tot een hoog cijfer.

Ook toen ik Hanneke leerde kennen, begin jaren 70, wist ik nog steeds ‘zeker’ dat ik familie van Frederik was. En dat was een grappige coïncidentie. Hanneke en ik woonden in een (soort van) commune. En Hanneke’s grootvader (de linkse dominee Pake van Veen) en de ‘broer van mijn overgrootvader’ dus leefden en werkten een tijd samen in de gemeenschap Walden in het Gooi. We voelden ons daardoor extra verbonden; onze voorouders hadden samen gestreden voor een betere wereld, net als wij zeventig jaar later probeerden te doen.

In november 2012 deden Hanneke en ik deze cursus gegeven door Bert Hinnen in het natuurvriendenhuis in Darp. Heel leuk om in een groep een zoektocht te houden naar het verleden van je voorouders met – af en toe – aangrijpende ontdekkingen en verhalen.
Hanneke wist al dat ze ergens een ‘beroemde’ voorouder had: Dorus Rijkers, Helderse mensenreder op zee. Nu vond ze precies uit hoe ze daarmee ‘ geparenteerd’ was, zoals dat in stamboomtaal heet.

Ik concentreerde mijn zoektocht op Frederik van Eeden, maar hoe ik ook speurde, enig verband tussen zijn en mijn familie kon ik niet vinden. De twijfel was toen wel gezaaid.
Helemaal duidelijk werd dat mijn vader abuis was, toen zoon Michaël zich stortte op het maken van onze stamboom. Inmiddels is hij zo’n beetje begin 1700 aangekomen, maar een relatie met de stamboom van Frederik van Eeden (die we ook hebben uitgezocht) is er niet.
Eigenlijk niet zo gek dat mijn vader – ook op dit gebied – de waarheid niet hoog in het vaandel had, maar daarover later.

Een verhaal over mijn leven – 6 –

Inmiddels is de kop van dit bericht veranderd in ‘Verhalen …’, want een aaneengesloten verhaal over mijn leven wordt het niet. Wel korte en langere verhalen over periodes, ontmoetingen, werk, familie, relaties etc.
En ik vind het toch nodig om niet direct over mezelf te beginnen, maar over mijn voorouders en wat ik daar (misschien, wellicht) van heb overgehouden/meegekregen.

Niet ouder dan zestig?

Dit alles schrijf ik in ‘reservetijd’, want vanaf mijn – ik schat – vijftiende dacht ik dat alle mannen in mijn familie vroeg doodgingen en zouden gaan, zo rond hun zestigste. Ik heb ook jaren verkondigd niet ouder dan zestig te worden. Mijn vader stierf op zijn zestigste, zijn vader ook vrij jong en mijn opa van moeders kant stierf toen hij 67 was. Maar hoe dichter die leeftijd naderde, hoe onwaarschijnlijker het werd dat ik die niet zou overleven. Nu, twaalf jaar later denk ik zelfs nog wel een tijdje te gaan te hebben.

Mijn aanvankelijke idee (dat iedereen in mijn familie niet ouder dan zestig werd) klopte niet, helemaal niet, bleek later toen zoon Michaël een uitgebreide stamboom had gemaakt, waaruit duidelijk werd dat de overlijdensleeftijd van m’n voorouders (acht generaties) via mijn vader gemiddeld 67 is. Met nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen en uitersten zijn 53 en 75 jaar. Via mijn moeder werden de mannelijke voorouders gemiddeld 63 en de vrouwen 77 werden. Met uitersten van 35 en 94.


Hoe lang dan wel?

Via mijn vader een vrij consistent beeld van gemiddeld 67 jaar en via mijn moeder gemiddeld 70 jaar, maar sterk uiteenlopend en voor mannen wat lager.
Als ik naar het leven van mijn vader kijk, dan zie ik een man die veel stress had, pieken en diepe dalen in zijn leven, zwaar rokend, veel drinkend en etend (variërend van 95 tot 110 kilo). Waarschijnlijk lijdend aan hoge bloeddruk zonder daarvoor medicatie te krijgen. Zo erg heb ik het nooit gehad gelukkig. Mijn moeder (van wie ik veel heb, denk ik, bijvoorbeeld het haar, immer redelijk zwart), was ook lang een zware roker, drinker en gebruiker van allerlei tranquillizers. Toch werd ze tachtig. Zo bont als zij heb ik het ook niet gemaakt.

Wat zegt dat eigenlijk? Niet veel, maar dat ik nog een aantal jaren te gaan heb op mijn 72ste is – ijs en weder dienende – waarschijnlijk. De 80 zou ik moeten kunnen halen, misschien iets minder of – wie weet – iets meer. Nog 5 tot 10 jaar te gaan dus, laten we het daar maar op houden. Overigens bevestigd door het CBS die statistisch berekent dat ik als man nog 10,2 jaar te leven heb op mijn 72ste.

Middelmatig tegen de wind leunen …

Zoon Michaël wees ons op de film die momenteel in filmhuizen draait: Leaning into the wind, over het leven en werk van landschapskunstenaar (eigenlijk geen goede term) Andy Goldsworthy. Die hebben we gisteren gezien en dat was helemaal de moeite waard. Niet alleen omdat het een prachtige film is over een heel bijzondere kunstenaar, maar ook omdat het allemaal aansloot bij wat ik hier probeer duidelijk te maken.  Hieronder een aantal punten die de film zo waardevol maakten.

  • De rol van kunstenaars is om ons op een andere – niet rationele, niet wetenschappelijke – manier naar de werkelijkheid te laten kijken. Wat tot inzichten kan leiden die misschien wel veel verder gaan dan al onze wetenschappelijke ontdekkingen. En dat doet deze Andy precies. Wat aansluit bij een boek dat ik lees: De geschiedenis van het denken, filosofie, wetenschap, kunst en cultuur van de oudheid tot nu van André Klukhuhn.
  • Goldsworthy gaat nog verder dan Oudemans over wie ik hier eerder schreef, die ons voorhoudt dat we ons meer bewust moeten zijn van het plantaardige in onszelf. Hij laat zien dat je nog verder terug, of letterlijk dieper kan gaan door je meer met de aarde, de stenen, de rotsen te verbinden. Het gekliefde stenen pad is daar een sprekend voorbeeld van.
  • Ik durf het bijna niet te zeggen bij deze grootheid, maar ik voel me met mijn kabouterhuisjes aan hem verwant. Het is natuurlijk maar mini-mini en uiterst middelmatig, maar mijn kabouterhuisjes doen hetzelfde met de ‘natuur’ om ons heen, door je te ‘verleiden’ er eens heel anders naar te kijken, onbevooroordeeld, zonder je verstand … als een kind. Zoals hier en hier beschreven.

 

 

Een verhaal over mijn leven – 5 –

Oplettende lezers van dit vreemde blog zullen inmiddels wel denken: wanneer begint die vent nou eens met dat verhaal? We krijgen wel allerlei – min of meer – vaag geklets over ons heen over middelmatigheid, over plantaardig leven, de oerknal en wat al niet, maar waar blijft het verhaal over dat leven van Rob nou?

Dames en heren, ik moet u gelijk geven, dit duurt te lang. Wat is er aan de hand? Waar zit de weerstand om gewoon beginnen te vertellen hoe mijn leven zo’n beetje verlopen is? Het ligt er niet aan dat er misschien weinig ‘publiek’ is voor dit verhaal. De familieleden (en enkele anderen), waarvan ik verwacht dat ze het zouden willen lezen, zijn voldoende reden om aan de slag te gaan.
Nee, de weerstand zit erin dat dit voor mij echt een soort samenvatting van alles zal zijn, een definitief oordeel. Hoe ben ik hier gekomen? Wie ben ik geweest, wat heb ik gedacht en gedaan en wat is het eindresultaat van dat alles?

Ik moet toegeven dat het begrip middelmatigheid misschien wel een manier van me is geweest om me op voorhand vrij te pleiten van de periodes waarin ik (te) weinig of niets heb bereikt. Anders gezegd, zoals ik laatst tijdens een gesprek met drie dames ontdekte, als ik eerlijk ben, had ik meer willen bereiken dan ik héb bereikt. Het spijt me dat ik mijn energie, talenten en intelligentie lang niet altijd goed heb gebruikt, maar achter andere dingen heb aangerend zonder veel na te denken.
Maar hierbij beloof ik dat het afgelopen is met dat ellenlange voorwoord zonder kop noch staart. Vanaf de volgende post volgt het concrete verhaal van mijn leven.

Een verhaal over mijn leven – 4 –

Van vriend Jaap kreeg ik de onderstaande reactie op het vorige stuk (- 3 -) met dit onderwerp. Daaronder mijn antwoord aan hem.

Ik vraag me af wat je motivatie is. Je zegt zelf ergens dat je een soort evaluatie van je leven wilt maken. Je eigen leven evalueren, dat is nogal hachelijk, dunkt me. Hoe ga je te werk? Eigenlijk ben je al klaar, want je zegt dat je middelmatig bent, een middelmatig leven hebt geleid. Dat lijkt een oordeel op grond van waarden die voor jou van belang zijn.

Dit is geen negatieve constatering; integendeel, je bent blij, opgelucht, schrijf je zelfs. Die opluchting komt misschien doordat je beseft dat je je leven ‘plantaardig’ hebt geleefd. Het ging niet zozeer om de nagestreefde doelen, maar om de wonderlijke kronkelingen in je levenspad. “Ik rotzooi maar wat aan”, verzekerde Karel Appel ons, maar intussen bereikte hij toch heel wat op die intuïtieve wijze. Hij liet het min of meer aan het toeval over wat waar hoe en waarom de verf op het doek kwam.

Ik vermoed dat de term “middelmatigheid” een soort geuzennaam is. Je bevrijdt jezelf van het heilig moeten en geeft jezelf de ruimte om deze kant of die kant op te gaan, al naar gelang het licht dat je nastreeft, precies zoals een boom zijn takken die kant op stuurt waar het meeste licht is; zo krijgt hij in de loop van tientallen of zelfs honderden jaren vorm.

Toch zit die middelmatigheid me niet helemaal lekker. Je evalueert je leven, oké, maar als je meteen al begint met jezelf middelmatig te noemen, dan waardeer je je leven toch tamelijk vlak. Of niet?

Om misverstanden of zelfs ‘ongeloof’ te voorkomen, zou een goede omschrijving (ik gebruik niet het woord ‘definitie’) van de term ‘middelmatigheid’ zoals jij die gebruikt heel welkom zijn. Mogelijk komen dan ook meteen enkele waarden naar voren die in jouw evaluatie van je leven tot nu toe een rol spelen.

Bij middelmatigheid denk ik aan de vergelijkingen die je maakt. Als ik denk aan Einstein – ook al heb ik hem persoonlijk niet gekend – en kijk naar mijn eigen prestaties, dan blijft er maar weinig van mijn leven over. Zelfs middelmatigheid kan ik dan eigenlijk niet meer claimen. Anderzijds zijn er heus wel mensen met wie ik mij in mijn eigen voordeel kan vergelijken: de Anti-Einstein, zeg maar. Daartussenin zou zich dan mijn persoonlijke middelmatigheid kunnen bevinden.

Ik heb zelf niet zoveel met evaluaties. Ik ben al, dus om te zijn hoef ik niet per se iets te doen. Ik kan rustig zitten en weten dat mijn bewustzijn een uiterst wonderlijke vorm van zijn is: bewust zijn. Frappant is dat de filosofie ooit begonnen is met de vraag: wat is het Zijn? Deze vraag komt steeds weer terug, zij het soms verborgen of verbogen. Heidegger heeft die zijnsvraag in zijn hoofdwerk Zijn en tijd proberen te beantwoorden. Ik leef dat antwoord, ik ben oud en wijs genoeg om te weten wat het zijn inhoudt en daar geniet ik van (geen hedonisme!).

Ik ben benieuwd naar je eventuele autobiografie – als het tenminste de bedoeling is dat ik die ooit te lezen krijg. Op de foto zie ik een indrukwekkend archief; ik kan me voorstellen dat daar genoeg informatie en de neerslag van persoonlijke ervaringen gereed liggen om een boeiende autobiografie uit te kunnen opstellen.

Nou, tot zover dan maar voor deze keer. Ik hoop dat het niet al te middelmatig is uitgevallen.

Beste Jaap,

Dank voor je uitgebreide reactie. Het komt maar zelden voor dat lezers van m’n blog me zo’n reactie sturen. Ik stel dit bijzonder op prijs en doe hierna een poging antwoord te geven op de verschillende punten die je aan de orde stelt.

Wat mijn motivatie is?

Je valt direct met de deur in huis door die vraag te stellen. Waarom een verhaal, of erger nog: een ‘evaluatie’ als ik blijkbaar al tot een conclusie ben gekomen?
Laat ten eerste dat woord ‘evaluatie’ maar vallen. Dat had ik beter niet kunnen gebruiken. Het gaat me er eigenlijk om een verhaal op te schrijven dat wellicht de moeite waard is om gelezen te worden door mijn zonen en hun kinderen, Hanneke, haar kinderen, enkele familieleden en vrienden en – wie weet – nog andere belangstellenden. Niet als een verantwoording of evaluatie, maar als een verhaal dat hopelijk iets toevoegt aan wat ze al van me weten. Een nadere kennismaking, zeg maar. Voor na mijn dood, maar ook voor nu, voorzover al beschikbaar via dit blog.

Daarbij komt zeker mijn middelmatigheid (of de veronderstelling daarvan) aan de orde. Ik vind het zinvol juist daarover te schrijven, omdat middelmatigheid een te negatieve klank heeft en überhaupt niet de moeite lijkt om het over te hebben. Wat ik nu juist wel vind. Maar ik geef toe dat het allemaal wat verwarrend overkomt.

Eerst doen, dan denken

Dat heeft te maken met een typische eigenschap van me: eerst doen, dan denken. Ik zal waarschijnlijk op mijn 72ste niet veel meer veranderen op dat vlak. Mijn hele leven ben ik vaak ergens pardoes ingesprongen zonder veel nadenken, laat staan overwegen. Iets sprak me aan, het voelde goed, dus deed ik het. Vaak kwam ik er pas later achter wat het precies inhield waarvoor ik ‘gekozen’ had. Soms ook ontdekte ik dat er eigenlijk iets achter stak, wat ik niet wist toen ik ervoor ‘koos’, maar wat wel waardevol bleek te zijn. Overigens bleek ook vaak dat ik beter niet had kunnen beginnen aan zo’n impulsieve keus.

Dat je zo ‘leeft’ tot je zo’n beetje meerderjarig bent, is – op enkele uitzonderlijke mensen na – vrij normaal. Maar ook na mijn 20ste heb ik nog vele jaren van alles gedaan, zonder er goed bij na denken. Trouwen bijvoorbeeld. Wel begrijpelijk dat ik dat zo snel deed, na de rampspoed en ellende die zich in mijn ouderlijke gezin had afgespeeld de laatste jaren van m’n middelbare school.
Maar ook de studiekeuzes die ik maakte. Als ik daaraan terugdenk, waren die meer ingegeven door – eerst – de richting waarin mijn ouders me duwden (ingenieur worden), later door vrienden die culturele antropologie studeerden, weer later door een gewaardeerde relatie die me stimuleerde af te studeren als bedrijfssocioloog in Rotterdam. Allemaal keuzes die ik niet doordacht. Ik heb best veel aan die studies gehad, maar echt bij me passen deden ze niet. Pas veel later kwam ik erachter welk werk ik echt zinvol vond en waarin ik ook redelijk goed ben geworden.

Ik rotzooi maar wat aan

Ik zou middelmatigheid niet als een geuzennaam willen zien, omdat het geen keuze is, het overkwam me. Karel Appel rotzooide wel wat aan, maar dat deed hij – denk ik – heel bewust. Bij mij was dat niet zo. Niet dat ik denk dat het in mijn geval (en vele anderen) meer bewuster had kunnen of moeten gaan, maar het is en was een vrij willekeurig en door van alles gestuurde ontwikkeling, waar vaak best iets aardigs is uitgekomen, maar af en toe ook weinig fraais. Inderdaad zoals je de ontwikkeling van een boom beschrijft. Die hier aan de kust scheef staat door de westenwind, wat hij ook koos of (zogenaamd) wilde. Of waarvan een grote tak verdort door de droogte en afbreekt.

Jou zit die middelmatigheid niet helemaal lekker. Het spijt me dat ik het niet duidelijker kan zeggen, maar dat is nu precies wat ik aan de orde wil stellen. De meesten van ons (zoals in de normaal-curve boven dit blog) zijn gewoon middelmatig, maar dat is niet negatief, we vormen de overgrote meerderheid. Juist het besef van middelmatigheid kan me – denk ik – wat verder helpen in de richting van meer bewuste keuzes en richting. Maar nu draai ik in een kringetje rond, want als ik Oudemans moet geloven (waartoe ik geneigd ben) dan heeft het stellen van doelen überhaupt geen zin, omdat het in het leven toch allemaal anders (middelmatiger!) loopt.

Ja, en het is nodig om ‘middelmatigheid’ nader te omschrijven. Maar daarover later, want eenvoudig is dat niet. Langzamerhand vraag ik me ook af of middelmatigheid eigenlijk wel de juiste term is om duidelijk te maken wat ik wil zeggen/voel. Het onderwerp middelmatigheid (als blog) ben ik eigenlijk ook ingesprongen zonder er wat langer over na te denken. Hier zit ik, ik kon blijkbaar niet anders.
Wel weet ik dat het niet om het vergelijken gaat met anderen, Einstein of niet. Het gaat meer over hoe het leven en levens als de onze in elkaar zitten, hoe die zich ontwikkelen. Woorden die daarmee te maken hebben zijn: willekeur, toeval, (on)geluk. Heel gewoon, met misschien af en toe een uitschieter naar de goede of de slechte kant. En of ik daar nu echt voor gekozen hebt?

Zijn

Ik begrijp enigszins wat je zegt over ‘zijn’ en Heidegger. Maar zelf heb ik moeite om te zeggen: ik ben, en dat is me voldoende of daar geniet ik van. Misschien zal het daarop uitdraaien; ik denk dat jij daar verder in bent dan ik.

Zo langzamerhand staat mijn ‘autobiografie’ in de stijgers. Het zal meer een aantal autobiografische verhalen worden.
Binnenkort komen daar stukken van op papier en op dit blog te staan.
(wordt vervolgd)