Categorie archief: Het leven is eindig

Verhalen over mijn leven – pauze –

De afgelopen twaalf ‘ verhalen over mijn leven’ gingen over ouders, voorouders en andere familie. Is daarmee alles verteld? Nee, natuurlijk niet. Er komt nog een uitgebreid verhaal over het ambulance-transport dat mijn opa deed vanuit zijn garage in Scheveningen, dat duurt nog even, het zit in de pijplijn.
Verder heb ik het idee dat het een beetje klaar is. Er zijn natuurlijk meer verhalen te vertellen over die oude tijd, maar waarom zou ik, wie is daar nog in geïnteresseerd?
De komende tijd ga ik één album (met toelichting) maken van foto’s uit die lang vervlogen tijden. Daarover is misschien nog wel iets te schrijven. Met dat album zal ik een tijdje bezig zijn, dus … even pauze.

Een verhaal over mijn leven – 11 –

Afscheid van oom John

Is het goed om kinderen op jonge leeftijd te betrekken bij sterfgevallen of andere rampen die zich in families afspelen? Of is het beter ze te beschermen tegen de confrontatie met stervenden, gestorvenen en/of de hevige emoties die daarmee gepaard kunnen gaan? Een eenvoudig antwoord hierop is er niet.

portret oom John
Charles Nicolaas ‘John’ van Oostrum 1922-1949.

Mijn jongste herinneringen zijn van toen ik een jaar of twee/drie was. Ze spelen zich af in de woonkamer van de Harstenhoekweg 55 in Scheveningen, waar we tot mijn twaalfde woonden. Ik zit aan de eettafel met het wollen kleed; ’t is donkergroen, bruin en wit met allerlei pluizige kleurtjes. Aan tafel zitten mijn moeder en oom John. Hij is de jongere broer (toen rond de 26 jaar) van mijn moeder. Hij komt vaak even langs; door zijn werk als chauffeur voor een ambassade is ie geregeld vrij. Hij is groot en stoer, maar ook lief en hij praat en speelt met me, vaak iets grappigs. De herinnering is vooral dat we aan die tafel zitten. Dat hij met mijn moeder praat; ik hoor het wel, maar luister niet; wel zie ik hem daar schuin tegenover me zitten. Ik voel me veilig, warm en geborgen.

Lees verder Een verhaal over mijn leven – 11 –

Een verhaal over mijn leven – 10 –

De Telegraaf, 17-17-1964

Dit verhaal is lang, 22 bladzijden (wel met plaatjes). Daarom is het opgenomen als pdf-bestand, te downloaden en op het scherm te lezen of op papier als je het print. Het verhaal heet ‘Mijn vader en ik’ en bestrijkt bijna mijn hele leven, met nadruk op de rol die mijn vader daarin heeft gespeeld. Geen spannende roman, maar echt gebeurd over liefde, porno, overspel, bedrog, fraude, dubbellevens en geld, veel geld!
Veel leesplezier!

Mijn vader en ik – pdf

Een verhaal over mijn leven – 9 –

Is dit een verhaal over mijn leven? Ja, in zekere zin gaat dit verhaal ook over mijn leven, alhoewel het zich er (in de tijd) ver vóór afspeelt. Over voorouders die ik niet (of nauwelijks) heb gekend, zeg maar mijn overgrootouders en daarvoor. Tot zo’n vijfentwintig geleden had ik daar nauwelijks interesse voor, te druk met andere dingen. Het hoort blijkbaar bij de leeftijd om er zo rond je vijftigste wel belangstelling voor te krijgen. En dan komt het goed uit dat zoon Michaël ook die leeftijd heeft bereikt. In de afgelopen jaren heeft hij op My Heritage een indrukwekkende stamboom samengesteld (van meer dan 6.200 personen) van onze familie en die van onze partners. Het is dus nu mogelijk om tot ver terug in de geschiedenis te zien wie onze voorouders waren, waar ze woonden en (vaak ook) wat voor beroep ze hadden.

Opa van Oostrum, als jonge chauffeur van de familie Louwman aan de Badhuisweg, Scheveningen.
Lees verder Een verhaal over mijn leven – 9 –

De kosmische tombola (met Kerst revisited)

Bij het voorbereiden van een speech aan het Kerstdiner (met kinderen en kleinkinderen) kwamen de hiernavolgende gedachten op, die ik uiteindelijk niet heb uitgesproken. Het is allemaal toch wat te ingewikkeld, vandaar de plaatsing hier.
Ook als vervolg op:   Een verhaal over mijn leven – 3 –.

Ieder jaar komt bij mij weer die prangende vraag op: wat vieren we eigenlijk met ons samenzijn op Kerst. Aangezien de meesten van ons (ik bedoel: aan de Kerstdis) niet gelovig zijn, biedt het Kerstverhaal, de ‘blijde’ boodschap, geen uitkomst. Een paar jaar geleden konden we ons nog vastklampen aan het Vliegende Spaghetti-monster (onderwerp van een eerdere Kerstspeech, maar ook dat biedt op den duur te weinig houvast.

Hanneke en ik zijn nu ruim boven de zeventig en je mag eigenlijk toch wel van zulke oude mensen verwachten dat ze weten wat de de zin van het leven, van het bestaan is. Wat staat ons hier te doen tijdens ons korte verblijf op aarde?
Maar daarin moet ik jullie teleurstellen, misschien snapt Hanneke het, maar voor mij blijft zo’n beetje alles wat hier op aarde gebeurt en wat me overkomen is een raadselachtige samenloop van omstandigheden.

Big Bang

Godsdienst helpt niet om meer zicht te krijgen op dat alles, integendeel. Maar misschien brengt de wetenschap uitkomst. Hoe zijn we hier terecht gekomen, hier en nu, met zijn allen? Dat is allemaal begonnen met de Big Bang. De grote oerknal waarmee het hele universum is ontstaan. We weten dat wel, maar realiseren we ons wat dat betekent?

Alles, wij allemaal en al het andere dat bestaat, bevond zich tijdens de Big Bang in een minuscuul klein punt. Alle atomen, moleculen, energie en wat er nog meer is, was samengebald in een ding zo groot als een zandkorrel. En toen … plofte die uit elkaar met een enorme knal, die overigens niet hoorbaar was in het luchtledige. In de miljarden jaren daarna ontstonden de sterren, planeten en kometen en de enorme ruimte waarin ze rondzweven.

En op een van die planeten, onze aarde, ontstond – ook weer na een hele lange tijd – het leven. Dat alles kwam uit dat ene puntje voort. De bouwstoffen van al onze lichamen zaten ooit heel dicht bij elkaar, zo dicht dat niet te begrijpen is hoe dat kon. Het is en blijft een raadsel dat we nooit zullen begrijpen, hoe we ons best ook doen. Ik noem dat de kosmische tombola, al die balletjes die er – op de een of ander manier toe geleid hebben dat we hier nu zijn.

En ons leven is ook eigenlijk een soort tombola. Natuurlijk kan je best – af en toe – wat richting geven aan je bestaan, maar voor een veel groter deel ben je bepaald door je ouders en voorouders, en door alle mensen die vanaf je geboorte om je heen hebben geleefd en gedaan. Je wilt natuurlijk wel van alles, je hebt ambitie, je wilt iets worden en soms lukt dat ook, maar dan heb je ook nog: die eeuwige pech.

Dat is helaas een onderdeel van de kosmische tombola, dat er steeds dingen gebeuren die je helemaal niet wilt. Je klimt in een boom en valt eruit, dat is pech; je valt op het ijs en kunt daardoor geen gitaar meer spelen, juist terwijl je dat nu zo graag wilt. Dat is pech, maar vergis je niet, de hele kosmos zit vol met die pech. Je kan (heel erg) ziek worden, invalide, gepest en ga zo maar door.

Tegelijkertijd is er ook geluk, je kan geluk hebben dat je een vriend of vriendin vindt van wie je houdt, met wie je graag samen bent of op reis gaat. Of je hebt werk dat je bevalt of een hobby, zoals schilderen, tekenen of schrijven, waar je zelf en anderen van kunnen genieten. Het kan ook zijn dat je een studie doet die je bevalt, die wel zwaar kan zijn, maar waar je toch genoegen aan beleeft.
Kortom, het leven is een soort tombola, er komen steeds weer balletjes uit dat ding die pech of geluk betekenen of misschien nog wat anders.
Nogmaals: het hele bestaan is een raadselachtige kosmische tombola, een loterij met nieten, kleine en grote prijzen. En hoe het allemaal zo komt? Geen idee en weinig kans dat we het ooit zullen doorgronden.

De zin van het bestaan?

Dat is: dit onder ogen zien, je er zo goed mogelijk doorheen slaan als je pech hebt en genieten als het je meezit. Iets beters bedenken als je je verveelt of als iets je tegenstaat. Dat is de zin van het bestaan. En vooral: dat alles deel je met je vrienden en familie. Die er zijn om elkaar te helpen, er doorheen te slepen. En die er zijn om samen te genieten.
Om dat – zonder sprookjesverhalen – te ‘geloven’ en ermee om te gaan, daar is moed voor nodig.

Een verhaal over mijn leven – 6 –

Inmiddels is de kop van dit bericht veranderd in ‘Verhalen …’, want een aaneengesloten verhaal over mijn leven wordt het niet. Wel korte en langere verhalen over periodes, ontmoetingen, werk, familie, relaties etc.
En ik vind het toch nodig om niet direct over mezelf te beginnen, maar over mijn voorouders en wat ik daar (misschien, wellicht) van heb overgehouden/meegekregen.

Niet ouder dan zestig?

Dit alles schrijf ik in ‘reservetijd’, want vanaf mijn – ik schat – vijftiende dacht ik dat alle mannen in mijn familie vroeg doodgingen en zouden gaan, zo rond hun zestigste. Ik heb ook jaren verkondigd niet ouder dan zestig te worden. Mijn vader stierf op zijn zestigste, zijn vader ook vrij jong en mijn opa van moeders kant stierf toen hij 67 was. Maar hoe dichter die leeftijd naderde, hoe onwaarschijnlijker het werd dat ik die niet zou overleven. Nu, twaalf jaar later denk ik zelfs nog wel een tijdje te gaan te hebben.

Mijn aanvankelijke idee (dat iedereen in mijn familie niet ouder dan zestig werd) klopte niet, helemaal niet, bleek later toen zoon Michaël een uitgebreide stamboom had gemaakt, waaruit duidelijk werd dat de overlijdensleeftijd van m’n voorouders (acht generaties) via mijn vader gemiddeld 67 is. Met nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen en uitersten zijn 53 en 75 jaar. Via mijn moeder werden de mannelijke voorouders gemiddeld 63 en de vrouwen 77 werden. Met uitersten van 35 en 94.


Hoe lang dan wel?

Via mijn vader een vrij consistent beeld van gemiddeld 67 jaar en via mijn moeder gemiddeld 70 jaar, maar sterk uiteenlopend en voor mannen wat lager.
Als ik naar het leven van mijn vader kijk, dan zie ik een man die veel stress had, pieken en diepe dalen in zijn leven, zwaar rokend, veel drinkend en etend (variërend van 95 tot 110 kilo). Waarschijnlijk lijdend aan hoge bloeddruk zonder daarvoor medicatie te krijgen. Zo erg heb ik het nooit gehad gelukkig. Mijn moeder (van wie ik veel heb, denk ik, bijvoorbeeld het haar, immer redelijk zwart), was ook lang een zware roker, drinker en gebruiker van allerlei tranquillizers. Toch werd ze tachtig. Zo bont als zij heb ik het ook niet gemaakt.

Wat zegt dat eigenlijk? Niet veel, maar dat ik nog een aantal jaren te gaan heb op mijn 72ste is – ijs en weder dienende – waarschijnlijk. De 80 zou ik moeten kunnen halen, misschien iets minder of – wie weet – iets meer. Nog 5 tot 10 jaar te gaan dus, laten we het daar maar op houden. Overigens bevestigd door het CBS die statistisch berekent dat ik als man nog 10,2 jaar te leven heb op mijn 72ste.

Een verhaal over mijn leven – 3 –

Mijn leven, waar begint dat eigenlijk? Na het lezen van Plantaardig, vegetatieve filosofie is me duidelijk dat alles eigenlijk –  dus ook mijn leven –  bij de oerknal (en waarschijnlijk daarvoor 😉 is begonnen.
Alles in mijn lichaam is ontstaan bij/na de oerknal. Maar maak je geen zorgen, ik ga hier geen geschiedenis vanaf de oerknal oplepelen, als ik dat al zou kunnen. Wil je daarover weten, dan kun je – voor maar liefst vier uur – prima terecht bij Maarten van Rossem met zijn Geschiedenis in het groot, een hoorcollege over de wereldgeschiedenis, van de big bang tot op heden (nauwelijks meer leverbaar, maar in de meeste bibliotheken te leen).

Toch is er wel iets over te zeggen. Door Plantaardig en Maartens hoorcollege (trouwens ook door Het periodiek systeem van Primo Levi) ben ik me (enigszins) bewust van mijn voorgeschiedenis. Alles wat er zich in mijn lichaam bevindt ontstond in/na de oerknal. Een ‘paar jaar’ later was er de aarde en weer wat later ontstond leven, kleine beestjes, eerst in water, later op land, weer later werden dat planten. Met die planten kan ik me al enigszins verwant voelen. Dat klopt ook, want genetisch ben ik er inderdaad voor een groot deel verwant mee. Meer nog met dieren via mijn evolutionaire stamboom, maar dus ook met planten.

Op de een of andere manier vind ik dat belangrijk. Om me te realiseren dat ik daar vandaan kom. Dat heeft natuurlijk te maken met mijn – nog steeds onwankelbare – atheïsme, waarover ik eerder heb geschreven. Hoe het hier allemaal op aarde is ontstaan weten we niet, maar het idee van een god, een schepper, een kracht in de kosmos of hoe je het ook noemt, is me volkomen vreemd. En – eerlijk gezegd – is het me ook een raadsel dat 90% van de mensheid daar wel in gelooft, al is het maar in ‘iets’.

We leven in een grote kosmische tombola, waarin allerlei krachten, zichtbaar en onzichtbaar ons vormen en beïnvloeden. De rol die wij daarin – als persoon, als ego – spelen is heel klein. We zijn/worden voor een groot deel bepaald door onze enorme evolutionaire stamboom. Niet alleen door onze ouders en grootouders, maar ook door alles wat zich daarvóór heeft afgespeeld. Zo is het; anders kan ik er niet over denken.
Maar ik moet ook eerlijk toegeven dat ik het idee van die plantaardige eigenschappen niet veel meer oplevert dan een vaag besef van iets plantaardigs in me. Er meer zinvols over zeggen/schrijven lukt me niet. Daarvoor is nog wat meer studie vereist en wellicht zinvolle gesprekken met deze of gene.

Toch, zonder me op de borst te kloppen, vind ik het best dapper dat ik (en velen met mij, gelukkig) de moed hebben om die tombola onder ogen te zien en daarin een eigen weg te vinden, zonder terug te vallen op allerlei rare fantasieën en sprookjesverhalen. Op eigen kracht, voorzover mogelijk, natuurlijk.

(wordt vervolgd)