De kosmische tombola (met Kerst revisited)

Bij het voorbereiden van een speech aan het Kerstdiner (met kinderen en kleinkinderen) kwamen de hiernavolgende gedachten op, die ik uiteindelijk niet heb uitgesproken. Het is allemaal toch wat te ingewikkeld, vandaar de plaatsing hier.
Ook als vervolg op:   Een verhaal over mijn leven – 3 –.

Ieder jaar komt bij mij weer die prangende vraag op: wat vieren we eigenlijk met ons samenzijn op Kerst. Aangezien de meesten van ons (ik bedoel: aan de Kerstdis) niet gelovig zijn, biedt het Kerstverhaal, de ‘blijde’ boodschap, geen uitkomst. Een paar jaar geleden konden we ons nog vastklampen aan het Vliegende Spaghetti-monster (onderwerp van een eerdere Kerstspeech, maar ook dat biedt op den duur te weinig houvast.

Hanneke en ik zijn nu ruim boven de zeventig en je mag eigenlijk toch wel van zulke oude mensen verwachten dat ze weten wat de de zin van het leven, van het bestaan is. Wat staat ons hier te doen tijdens ons korte verblijf op aarde?
Maar daarin moet ik jullie teleurstellen, misschien snapt Hanneke het, maar voor mij blijft zo’n beetje alles wat hier op aarde gebeurt en wat me overkomen is een raadselachtige samenloop van omstandigheden.

Big Bang

Godsdienst helpt niet om meer zicht te krijgen op dat alles, integendeel. Maar misschien brengt de wetenschap uitkomst. Hoe zijn we hier terecht gekomen, hier en nu, met zijn allen? Dat is allemaal begonnen met de Big Bang. De grote oerknal waarmee het hele universum is ontstaan. We weten dat wel, maar realiseren we ons wat dat betekent?

Alles, wij allemaal en al het andere dat bestaat, bevond zich tijdens de Big Bang in een minuscuul klein punt. Alle atomen, moleculen, energie en wat er nog meer is, was samengebald in een ding zo groot als een zandkorrel. En toen … plofte die uit elkaar met een enorme knal, die overigens niet hoorbaar was in het luchtledige. In de miljarden jaren daarna ontstonden de sterren, planeten en kometen en de enorme ruimte waarin ze rondzweven.

En op een van die planeten, onze aarde, ontstond – ook weer na een hele lange tijd – het leven. Dat alles kwam uit dat ene puntje voort. De bouwstoffen van al onze lichamen zaten ooit heel dicht bij elkaar, zo dicht dat niet te begrijpen is hoe dat kon. Het is en blijft een raadsel dat we nooit zullen begrijpen, hoe we ons best ook doen. Ik noem dat de kosmische tombola, al die balletjes die er – op de een of ander manier toe geleid hebben dat we hier nu zijn.

En ons leven is ook eigenlijk een soort tombola. Natuurlijk kan je best – af en toe – wat richting geven aan je bestaan, maar voor een veel groter deel ben je bepaald door je ouders en voorouders, en door alle mensen die vanaf je geboorte om je heen hebben geleefd en gedaan. Je wilt natuurlijk wel van alles, je hebt ambitie, je wilt iets worden en soms lukt dat ook, maar dan heb je ook nog: die eeuwige pech.

Dat is helaas een onderdeel van de kosmische tombola, dat er steeds dingen gebeuren die je helemaal niet wilt. Je klimt in een boom en valt eruit, dat is pech; je valt op het ijs en kunt daardoor geen gitaar meer spelen, juist terwijl je dat nu zo graag wilt. Dat is pech, maar vergis je niet, de hele kosmos zit vol met die pech. Je kan (heel erg) ziek worden, invalide, gepest en ga zo maar door.

Tegelijkertijd is er ook geluk, je kan geluk hebben dat je een vriend of vriendin vindt van wie je houdt, met wie je graag samen bent of op reis gaat. Of je hebt werk dat je bevalt of een hobby, zoals schilderen, tekenen of schrijven, waar je zelf en anderen van kunnen genieten. Het kan ook zijn dat je een studie doet die je bevalt, die wel zwaar kan zijn, maar waar je toch genoegen aan beleeft.
Kortom, het leven is een soort tombola, er komen steeds weer balletjes uit dat ding die pech of geluk betekenen of misschien nog wat anders.
Nogmaals: het hele bestaan is een raadselachtige kosmische tombola, een loterij met nieten, kleine en grote prijzen. En hoe het allemaal zo komt? Geen idee en weinig kans dat we het ooit zullen doorgronden.

De zin van het bestaan?

Dat is: dit onder ogen zien, je er zo goed mogelijk doorheen slaan als je pech hebt en genieten als het je meezit. Iets beters bedenken als je je verveelt of als iets je tegenstaat. Dat is de zin van het bestaan. En vooral: dat alles deel je met je vrienden en familie. Die er zijn om elkaar te helpen, er doorheen te slepen. En die er zijn om samen te genieten.
Om dat – zonder sprookjesverhalen – te ‘geloven’ en ermee om te gaan, daar is moed voor nodig.

Het echte Camembert-museum

Traduction de ce texte en bas de l’article.
Eerder schreef ik hier over onze Camembert-verzameling, uitgestald in het enige Nederlandse Camembert-museum. Maar nu hebben we  het echte museum in Normandië bezocht. In het plaatsje … Camembert. We kwamen het toevallig tegen op weg naar mijn zus in de Mayenne.
Het is een aardig museum, waar van alles wordt uitgelegd over de geschiedenis en productie van dit bijzondere kaasje.
In het ernaast gelegen winkeltje worden verschillende kazen aangeboden om te proeven.
We werden er aangesproken door een Nederlander die er werkt. Hij vertelde ons van alles over de echte ‘camembert moulé à la louche’ in vergelijking met de fabriekscamemberts die in de meeste supermarkten verkocht worden.
Toen we vertelden over onze verzameling, werden we verrast met een flink aantal doosjes en deksels, een mooie uitbreiding van ons kleine Nederlandse museum.
Meer informatie over het Franse Maison du Camembert.

Auparavant, j’ai écrit sur notre collection Camembert, exposée dans le seul musée Néerlandais du Camembert. Mais maintenant, nous avons visité le véritable musée en Normandie. Dans la ville … Camembert. Nous y passons en allant chez ma soeur en Mayenne. C’est un beau petit musée, où tout est expliqué sur l’histoire et la production de ce fromage spécial.

Dans le magasin adjacent, plusieurs fromages sont proposés à déguster. Nous étions approchés par un Hollandais qui y travaille. Il nous a tout raconté sur le vrai “camembert moulé à la louche” comparé aux camemberts de l’usine vendus dans la plupart des supermarchés.

Lorsque nous avons parlé de notre collection, nous avons été surpris par un grand nombre de boîtes et de couvercles, une belle extension de notre petit musée Néerlandais.

Plus d’informations sur la Maison du Camembert.

 

Een verhaal over mijn leven – 7 –

Familie van Frederik van Eeden?

Tot zo’n 10 jaar geleden was ik er stellig van overtuigd (vrij) directe afstammeling te zijn van Frederik van Eeden, de beroemde Tachtiger, pionier in Nederland van de psychoanalyse, oprichter van Walden en nog veel meer. Dat wist ik omdat mijn vader dat altijd vertelde. Ik weet niet precies hoe hij de relatie omschreef, maar het was zoiets als: Frederik van Eeden was een broer van mijn overgrootvader. Niet dat er veel over gepraat werd verder, maar dat is ons (kinderen) altijd duidelijk gemaakt.
Toen ik in 1965 m’n baccalauréat deed op een frans lyceum kon ik Nederlands kiezen als keuzevak. De professor Nederlands aan de Sorbonne die me ondervroeg heb ik omstandig uitgelegd dat ik familie van hem was. Wat er toe leidde dat we vooral over een paar boeken van Frederik van Eeden spraken die in natuurlijk gelezen had, wat leidde tot een hoog cijfer.

Ook toen ik Hanneke leerde kennen, begin jaren 70, wist ik nog steeds ‘zeker’ dat ik familie van Frederik was. En dat was een grappige coïncidentie. Hanneke en ik woonden in een (soort van) commune. En Hanneke’s grootvader (de linkse dominee Pake van Veen) en de ‘broer van mijn overgrootvader’ dus leefden en werkten een tijd samen in de gemeenschap Walden in het Gooi. We voelden ons daardoor extra verbonden; onze voorouders hadden samen gestreden voor een betere wereld, net als wij zeventig jaar later probeerden te doen.

In november 2012 deden Hanneke en ik deze cursus gegeven door Bert Hinnen in het natuurvriendenhuis in Darp. Heel leuk om in een groep een zoektocht te houden naar het verleden van je voorouders met – af en toe – aangrijpende ontdekkingen en verhalen.
Hanneke wist al dat ze ergens een ‘beroemde’ voorouder had: Dorus Rijkers, Helderse mensenreder op zee. Nu vond ze precies uit hoe ze daarmee ‘ geparenteerd’ was, zoals dat in stamboomtaal heet.

Ik concentreerde mijn zoektocht op Frederik van Eeden, maar hoe ik ook speurde, enig verband tussen zijn en mijn familie kon ik niet vinden. De twijfel was toen wel gezaaid.
Helemaal duidelijk werd dat mijn vader abuis was, toen zoon Michaël zich stortte op het maken van onze stamboom. Inmiddels is hij zo’n beetje begin 1700 aangekomen, maar een relatie met de stamboom van Frederik van Eeden (die we ook hebben uitgezocht) is er niet.
Eigenlijk niet zo gek dat mijn vader – ook op dit gebied – de waarheid niet hoog in het vaandel had, maar daarover later.

Een verhaal over mijn leven – 6 –

Inmiddels is de kop van dit bericht veranderd in ‘Verhalen …’, want een aaneengesloten verhaal over mijn leven wordt het niet. Wel korte en langere verhalen over periodes, ontmoetingen, werk, familie, relaties etc.
En ik vind het toch nodig om niet direct over mezelf te beginnen, maar over mijn voorouders en wat ik daar (misschien, wellicht) van heb overgehouden/meegekregen.

Niet ouder dan zestig?

Dit alles schrijf ik in ‘reservetijd’, want vanaf mijn – ik schat – vijftiende dacht ik dat alle mannen in mijn familie vroeg doodgingen en zouden gaan, zo rond hun zestigste. Ik heb ook jaren verkondigd niet ouder dan zestig te worden. Mijn vader stierf op zijn zestigste, zijn vader ook vrij jong en mijn opa van moeders kant stierf toen hij 67 was. Maar hoe dichter die leeftijd naderde, hoe onwaarschijnlijker het werd dat ik die niet zou overleven. Nu, twaalf jaar later denk ik zelfs nog wel een tijdje te gaan te hebben.

Mijn aanvankelijke idee (dat iedereen in mijn familie niet ouder dan zestig werd) klopte niet, helemaal niet, bleek later toen zoon Michaël een uitgebreide stamboom had gemaakt, waaruit duidelijk werd dat de overlijdensleeftijd van m’n voorouders (acht generaties) via mijn vader gemiddeld 67 is. Met nauwelijks verschil tussen mannen en vrouwen en uitersten zijn 53 en 75 jaar. Via mijn moeder werden de mannelijke voorouders gemiddeld 63 en de vrouwen 77 werden. Met uitersten van 35 en 94.


Hoe lang dan wel?

Via mijn vader een vrij consistent beeld van gemiddeld 67 jaar en via mijn moeder gemiddeld 70 jaar, maar sterk uiteenlopend en voor mannen wat lager.
Als ik naar het leven van mijn vader kijk, dan zie ik een man die veel stress had, pieken en diepe dalen in zijn leven, zwaar rokend, veel drinkend en etend (variërend van 95 tot 110 kilo). Waarschijnlijk lijdend aan hoge bloeddruk zonder daarvoor medicatie te krijgen. Zo erg heb ik het nooit gehad gelukkig. Mijn moeder (van wie ik veel heb, denk ik, bijvoorbeeld het haar, immer redelijk zwart), was ook lang een zware roker, drinker en gebruiker van allerlei tranquillizers. Toch werd ze tachtig. Zo bont als zij heb ik het ook niet gemaakt.

Wat zegt dat eigenlijk? Niet veel, maar dat ik nog een aantal jaren te gaan heb op mijn 72ste is – ijs en weder dienende – waarschijnlijk. De 80 zou ik moeten kunnen halen, misschien iets minder of – wie weet – iets meer. Nog 5 tot 10 jaar te gaan dus, laten we het daar maar op houden. Overigens bevestigd door het CBS die statistisch berekent dat ik als man nog 10,2 jaar te leven heb op mijn 72ste.

Ontdekking in Kerkpolder

Als Hanneke en ik gaan wandelen proberen we vaak een park, bos of duingebied te vinden, waar we nog niet geweest zijn. Deze keer was het recreatiegebied Kerkpolder in Den Hoorn, vlakbij Delft.
We parkeerden de auto bij de sportvelden op de Kerkpolderweg en liepen van daar het gebiedje in. Op het eerste gezicht was het wat eentonig met watertjes, veel gras en hier een daar bosjes. Wel met goed aangelegde paden voor wandelaars/fietsers.

Na een groot grasveld zagen we  een smal paadje dat langs een brede sloot liep. Met zo’n honderd meter verder …  een verrassend bordje. Vanzelfsprekend waren we geïntrigeerd, zelf af en toe ook met kabouter(huisjes) bezig. Zoals hier en hier beschreven.
Al snel bleek dat het hele pad bewoond is door kabouters, elfen en andere boswezentjes. Heel leuk en met fantasie en smaak aangelegd. Een paar voorbeelden hieronder. Er zijn er nog veel meer; we hebben vast niet alles gezien. Leuk om met kinderen af te speuren, maar ook veel volwassen met een jong hart kunnen er genieten.

Middelmatig tegen de wind leunen …

Zoon Michaël wees ons op de film die momenteel in filmhuizen draait: Leaning into the wind, over het leven en werk van landschapskunstenaar (eigenlijk geen goede term) Andy Goldsworthy. Die hebben we gisteren gezien en dat was helemaal de moeite waard. Niet alleen omdat het een prachtige film is over een heel bijzondere kunstenaar, maar ook omdat het allemaal aansloot bij wat ik hier probeer duidelijk te maken.  Hieronder een aantal punten die de film zo waardevol maakten.

  • De rol van kunstenaars is om ons op een andere – niet rationele, niet wetenschappelijke – manier naar de werkelijkheid te laten kijken. Wat tot inzichten kan leiden die misschien wel veel verder gaan dan al onze wetenschappelijke ontdekkingen. En dat doet deze Andy precies. Wat aansluit bij een boek dat ik lees: De geschiedenis van het denken, filosofie, wetenschap, kunst en cultuur van de oudheid tot nu van André Klukhuhn.
  • Goldsworthy gaat nog verder dan Oudemans over wie ik hier eerder schreef, die ons voorhoudt dat we ons meer bewust moeten zijn van het plantaardige in onszelf. Hij laat zien dat je nog verder terug, of letterlijk dieper kan gaan door je meer met de aarde, de stenen, de rotsen te verbinden. Het gekliefde stenen pad is daar een sprekend voorbeeld van.
  • Ik durf het bijna niet te zeggen bij deze grootheid, maar ik voel me met mijn kabouterhuisjes aan hem verwant. Het is natuurlijk maar mini-mini en uiterst middelmatig, maar mijn kabouterhuisjes doen hetzelfde met de ‘natuur’ om ons heen, door je te ‘verleiden’ er eens heel anders naar te kijken, onbevooroordeeld, zonder je verstand … als een kind. Zoals hier en hier beschreven.