Nog steeds: Je geld of je leven …

Op de vijfenzeventig jaar afstevenend, kijk ik steeds meer achterom, zoals veel leeftijdgenoten. Maar om me nu op de borst te slaan over wat ik vroeger heb gepresteerd? Eerder heb ik de neiging tot het tegendeel.
Toch gebeurt het af en toe, door een ontmoeting, een brief of herinnering dat ik een beetje trots ben, vooral als me iets wordt duidelijk gemaakt door ‘onverdachte’ buitenstaanders. Maar het blijft opletten, want eigen roem stinkt …

Begin jaren negentig, toen Hanneke en ik de Vrekkenkrant uitgaven en al twee boeken over dat onderwerp hadden gepubliceerd, werden we gegrepen door het Amerikaanse boek Your Money or Your Life van Vicky Robin en Joe Dominguez. We pasten het 10-stappenplan uit dat boek toe in ons eigen leven en merkten de enorme veranderingen die dat teweegbracht in ons uitgave- en spaarpatroon. We leefden al een paar jaar erg zuinig, maar pas met het boek van Vicky en Joe kregen we echt grip op onze financiën. 

Al snel begonnen we eendaagse cursussen te geven. Vijfentwintig mensen in een hok en de hele dag praten en oefenen over je eigen omgang met geld en dromen voor de toekomst. Die cursussen waren een succes, te oordelen aan de animo waarmee mensen (meer dan 1.000) zich inschreven en reacties tijdens en na die ene dag, waarop je eindelijk eens open en ongegeneerd kon praten over hoe jij met geld, bezuinigen en sparen omging.
Het lag voor de hand dat er een Nederlandse versie van dat boek kwam. In 1995 verscheen Je geld of je leven, op weg naar financiële onafhankelijkheid, waarvan in Nederland meer dan 50.000 ex werden verkocht en in Duitse vertaling meer dan 100.000.

Uit de vele reacties op die cursussen en het boek weten we dat het levens heeft veranderd. Nog steeds krijgen we – af en toe – vijfentwintig jaar na verschijnen positieve reacties. Zoals laatst van een loopbaan-cliënt; Ira Slikker-Mordhorst met wie ik ook sprak over Je geld of je leven. Van haar ontving ik vorige maand het onderstaande bericht:

“De gesprekken die ik met je voerde (rond 2000) zijn ontzettend belangrijk voor me geweest. Zeker later viel alles op zijn plek: groot geluk! Destijds heb ik het boek Je geld of je leven van jullie gelezen en toegepast in mijn leven. Een must-read voor iedereen!
Vandaag kreeg ik twee tweedehands exemplaren van Je geld of je leven binnen voor onze kinderen. Die boeken gaan in hun ‘kist voor later’: een hutkoffer (voor ieder één) vol met persoonlijke spullen en daarbij een aantal onmisbare boeken in het leven.”

Lonneke en Oscar met ‘hun boek voor de toekomst’.

Wat is daar nog aan toe te voegen? Nog een paar dingen:
– Ira heeft inmiddels al jaren een eigen praktijk als relatiecoach.
– Het boek is niet meer te koop, maar wel gratis te downloaden via deze link.

OBESITAS en Corona … dodelijke combinatie

Als mijn echtgenoot niet kan slapen luistert hij soms (met een oortje) naar de radio, voornamelijk BBC World Service. Geregeld doet hij dan de volgende ochtend verslag van een of ander interessant onderwerp. De laatste tijd vooral over Trump, verantwoordelijke voor ernstige en discutabele toestanden in de USA.

Maar dit keer ging het over Engeland waar maar liefst 66% van de bevolking lijdt aan overgewicht en de helft daarvan aan obesitas*.  Rob luisterde naar The Food Chain waarin een interview met Jacqueline Bowman-Busato van de European Association for the Study of Obesity.
Ze vertelt hoe eigen ervaring met obesitas haar ertoe heeft gebracht te lobbyen voor een radicale verandering van de manier waarop ermee wordt omgegaan. Juist nu, na maanden ervaring met Corona, is duidelijk dat obesitas een ernstige ziekte is, een verwaarloosd en verkeerd begrepen volksgezondheidsprobleem.

Corona door obesitas nog dodelijker
Uit wereldwijd onderzoek blijkt inmiddels dat mensen die lijden aan obesitas veel ernstiger gevolgen ondervinden van het Corona-virus dan anderen van dezelfde leeftijd. De kans op IC-opname is tweemaal zo groot en de sterftekans 50% hoger. Dat komt o.a. doordat mensen met obesitas vaak een slechtere longfunctie hebben en verminderde weerstand tegen infecties.

Jacqueline Bowman-Busato strijdt al jaren voor een andere kijk op overgewicht en obesitas. Vaak worden die alleen als een levensstijl-probleem gezien: als je dikker bent, is dat gewoon je eigen keuze en als je er wat aan wilt doen is de oplossing eenvoudig: meer bewegen plus minder en gezonder eten. Maar zo eenvoudig is het niet. Obesitas heeft te maken met onderliggende lichamelijke factoren die niet zo eenvoudig te beïnvloeden zijn. Daarbij komt dat onze dagelijkse leefomgeving, winkels, reclame en marketing ons steeds meer lijken te verleiden tot het eten van ongezond ultra-bewerkt voedsel met teveel vet, zout en suiker.
Van roken weten we inmiddels dat het een zware verslaving is met ernstige gevolgen, waaronder longkanker en vroegtijdige dood. Door voorlichting, hoge belasting op tabak, wetgeving en de rol die gezondheidsorganisaties speelden (en spelen) is het percentage rokers in westerse landen enorm teruggebracht tot minder dan een kwart van de bevolking.

De switch van Boris
Overgewicht en obesitas krijgen nog steeds te weinig aandacht in het medische circuit en overheidsbeleid. Nu lijkt dat – door de Corona-crisis – eindelijk te gaan veranderen.
Goed voorbeeld daarvan is wat in Engeland gebeurde met Boris Johnson. Toen daar een eerste suikertaks werd ingevoerd, werd hij daarvan groot tegenstander en noemde het de Nanny-tax: de overheid is geen kindermeisje van de bevolking. Of je nu dit of dat eet is je eigen keuze en of je lichter of zwaarder bent kan je zelf met een beetje wilskracht beïnvloeden, daar is geen betuttelende overheid voor nodig.

Maar zo eenvoudig bleek dat niet. Boris kreeg Corona, ging naar het ziekenhuis, kwam op de IC terecht en er werd gevreesd voor zijn leven. Wat er precies in het ziekenhuis is gebeurd weten we niet. Wel vertelt hij nu in op sociale media verspreide videoboodschappen eerlijk dat hij veel te dik (BMI boven de 30) was en daar extra veel last van kreeg op de Intensive Care. Na ‘zijn’ Corona is hij heel anders over obesitas gaan denken. Hij pleit nu voor nationale programma’s om gewichtverlies te bevorderen, niet alleen voor individuele bewoners van Engeland, maar ook om de National Health Service te ontlasten. En – last but not least – ter bevordering van de economie, omdat de schade door obesitas enorm is door lagere arbeidsproductiviteit en ziekteverzuim.

Europa ook door de bocht
Obesitas is een ernstige (niet besmettelijke) ziekte, die meer onderzoek vereist en uitgebreide behandeling, niet alleen op korte, maar vooral op lange termijn. Daarbij moet duidelijk worden dat we onszelf (en helemaal onze kinderen) minder moeten laten blootstellen aan alles wat de industrie ons voorschotelt. Met alcohol en tabak zijn we al een stuk verder, nu nog overgewicht en obesitas.

Er is in Europese landen eindelijk wat meer aandacht voor overgewicht en obesitas, nu duidelijk is dat het een verergerende invloed heeft op Corona. De Europese Commissie heeft recent over e.e.a. uitgebreide stukken gepresenteerd. Merkel en Macron hebben – dit keer eensgezind met Johnson – aangekondigd obesitas veel prominenter op de agenda te zetten, juist door de dodelijke effecten ervan bij Corona.

Hanneke van Veen & Rob van Eeden

  • Van overgewicht is sprake bij een BMI (Body Mass Index) tussen de 25 en 30, boven de 30 heb je obesitas. Goede informatie hierover is te vinden op de site van het Voedingscentrum. Let op: voor mensen boven de 70 gelden iets andere waarden.

Deel dit:

Voddenweverij AVE … echt bedrijf?

Een verhaal over mijn leven – 15 –

Het idee om van mijn hobby een echt bedrijf te maken bleef door mijn hoofd spoken. Ook omdat ik inmiddels wist dat mijn werk aan de Erasmus-universiteit niet het juiste was: niet geschikt voor de wetenschap, meer een praktijkmens, zal ik maar zeggen.
Maar Hanneke raadde me stellig af om er echt een bedrijf (en dus een broodwinning!) van te maken. Ik verkocht dan nu wel een paar kleedjes per maand en dat zouden er, als ik full-time werkte, vast wel meer worden. Maar een volwaardige broodwinning? Want als het een echt bedrijf werd, zouden de kosten enorm toenemen: huisvesting, gas/licht/water, inrichting, reclamekosten, BTW, belastingen etc. Dan moest ik elke maand eerst heel wat kleedjes verkopen om de kosten te dekken, en daarna pas ‘winst’ maken.

Toch was de wijze raad van Hanneke niet aan me besteed, eigenwijs ging ik door met plannen maken en fantaseren over mijn carrière als (vodden)wever. Dat ik misschien niet alleen vloerkleden zou weven, maar ook wandkleden en – wie weet – daarmee bekend worden. Ik fantaseerde er lustig op los, maar zoiets als een bedrijfsplan maken met een begroting en zo; nee daar dacht ik niet aan. Ik wist het zéker, ik zou vloerkleden gaan weven van textielafval. Het paste ook goed in die tijd. Hanneke werkte op De Kleine Aarde, waar ze bezig was het Hergebruikboek te schrijven.

Na de eerste probeersels kreeg ik er steeds meer lol in en ontdekte dat er makkelijk was te komen aan ‘textielafval’: oude gordijnen, lakens en lappen die overal in kasten van vrienden en kennissen lagen te verstoffen. Ook in kringloopcentra, die toen net opkwamen waren die makkelijk te vinden, voor weinig geld. Of voor niets als ik ze van (a.s.) klanten kreeg. Sommigen brachten hun eigen oude lappen mee met het verzoek er iets moois van te weven.
Hanneke hielp met het uitzoeken van de juiste kleuren en het ontwerp, iets waarop ze veel meer kijk had dan ik, in het begin.

Na ongeveer een jaar kleedjes weven en fantaseren over een eigen bedrijf, wist ik dat een weefgetouw van 140 cm breedte nooit een inkomen zou opleveren. Een vloerkleedje van 140 x 200 cm is aardig voor een zijkamer, maar voor de woonkamer is een breedte van 2 meter toch wel het minimum;. Dat wist ik inmiddels door de vragen en reacties van kopers en belangstellenden.
Maar een getouw van 2 meter breed, waarop je zware weefsels met de dikke inslag van textielafval kon verwerken, zou een grote investering vergen. Het moest een getouw zijn als van het Deense merk Lervad, die duizenden gulden kostten.

Zo ongeveer zou mijn weefgetouw er moeten gaan uitzien.

Met een hoop moeite (internet bestond toen nog niet) en hulp van een handwerkwinkel op de Groot Hertoginnelaan (Dozijntje Ambacht), wist ik gedetailleerde foto’s van zo’n getouw te bemachtigen, waarmee ik bouwtekeningen kon maken.
Ik zag inmiddels maar één mogelijkheid: zo’n ding zelf bouwen. Maar hoe en waar bouw je zo’n enorm getouw? Ik was dan wel handig in timmeren en klussen, maar zoiets vergde echt vakmanschap én apparatuur.

(wordt vervolgd)

Eindelijk: Radio Kootwijk

Al jaren stond op mijn bucket list om Radio Kootwijk te bezoeken. En het is gelukt.
Het was de moeite waard, daar midden in de woestheid van de Hoge Veluwe …

Begin jaren twintig werd dit gebouw, als eerste groot gebouw in Nederland helemaal van gewapend beton, afgebouwd. Van hieruit werden telegrafische morseseinen wereldwijd verzonden via de langegolf, vooral naar het toenmalige Nederlands Indië. Eind twintiger jaren kwamen er ook kortegolf zenders bij, waardoor telefoonverbindingen (Hallo Bandoeng) mogelijk werden. Dat was toentertijd een ware revolutie, te vergelijken met de invoering van het internet. Daarom is het ook te begrijpen dat er zo’n waanzinnig groot kathedraal-achtig gebouw werd neergezet, ontworpen door een architect van de Amsterdamse school Julius Luthmann (1890-1973).

Er is nog maar een deel van dat alles over, want als zendstation is het vanaf 2000 niet meer in gebruik. Daarna is er jarenlang gestreden over een nieuwe bestemming terwijl veel gebouwen min of meer in verval raakten of door brand verwoest.

Om het gebouw heen stonden zes zendmasten van maar liefst 220 meter hoog met daartussen allerlei kabels voor de zenders. Ook op de toren van de ‘kathedraal’ stond een mast. Die bliezen de Duitsers aan het einde van de oorlog op, in de hoop dat het gebouw erdoor verwoest zou worden, maar dat liep nauwelijks schade op.
En dat allemaal in een woest gedeelte van de Hoge Veluwe, niet bereikbaar per verharde weg, die er pas in 1964 kwam.
Er was ook een hotel (gesloopt) en een watertoren (die is er nog) en nog veel meer barakken en gebouwen.
Vlakbij werd een dorp gebouwd voor de medewerkers (op het hoogtepunt meer dan 150) met culturele voorzieningen enz.

Het geheel is nu van Staatsbosbeheer die er een (nogal tegenvallende) expositie heeft ingericht met foto’s en teksten. Toch is een bezoek aan de vele ruimtes en trappen en de imposante zenderzaal de moeite waard. Nu worden er evenementen gehouden en allerlei films en tv-programma’s opgenomen.

Veel meer (ook video’s) hierover is te vinden op de Wikipedia-sites:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Radio_Kootwijk_(zender) en
https://nl.wikipedia.org/wiki/Radio_Kootwijk_(plaats)
Beperkte mogelijkheden tot bezoek (met of zonder rondleiding) zijn te vinden op:
http://www.hierradiokootwijk.nl/p/home-radio-kootwijk

Kerst over 80 jaar …

Al sinds jaren vieren we Kerst met familie bij ons thuis. Ik kan het dan niet laten om een speech te houden. Zo ook deze keer.

Ditmaal over mythes waarin we geloven, zoals het Kerststalletje. Ook wij hebben er weer één dit jaar, maar wel een bijzondere. Ik heb namelijk zitten fantaseren over hoe de Kerststal er in het jaar 2100 zou kunnen uitzien. Onze Kerststal is eeuwen een symbool geweest van de mythe waarin de meeste mensen geloofden. Jezus Christus is geboren in Bethlehem, in een eenvoudig stalletje. Niet zomaar een geboorte, Jezus kwam de mensheid redden van de zonde en het kwaad en door zijn komst op aarde, als zoon van God, zou alles allemaal veel beter worden. Rond het jaar 2020 geloofden velen nog in die mythe, terwijl toch eigenlijk al een paar honderd jaar duidelijk was dat de kerk die zich op deze mythe baseert op zijn minst verdacht is, zo niet een oorlogszuchtig, kapitalistisch pedofielen-netwerk, evenals veel andere organisaties trouwens.

Hoe denken bewoners van Nederland daarover in 2100? In een eeuw kan veel veranderen. In 2100 kijken de mensen enigszins schamper terug op het Kerststalletje van nu. Ja, toen geloofden de mensen nog in God en Jezus of welk andere van de 2.900 geloven op aarde. Ze geloofden (echt, het is bijna niet te geloven!) dat godsdienst, offeren en bidden ons verder zou kunnen helpen naar een betere wereld. Maar wij in het jaar 2100 weten gelukkig beter. Niet het geloof in God kan de mensheid redden, maar iets heel anders. En dat Grote Nieuws is ons gebracht door een nieuwe ‘heiland’, een jong meisje: Greta Thunberg.

Daarom ligt zij (geboren in 2003) nu in de kribbe. Niet in een stalletje, maar in een bos, want het gaat niet meer om een dak boven je hoofd, maar om de lucht die we inademen. Dat begon na de optredens van Greta (haar naam zij geheiligd!) eindelijk door te dringen in 2019. Om Greta heen staan tijdgenoten die een belangrijke rol hebben gespeeld in het realiseren van de droom, het visioen van Greta, met natuurlijk veel meer vrouwen in de hoofdrol. Greta’s ouders Malena Ernman and Svante Thunberg deden het met elkaar. Dat had niets met (aarts)engelen, god of messiassen te maken. Het waren gewone mensen die plezier hadden in het leven en hun bijzondere kind zo goed en zo kwaad als het ging opvoedden. Echte theatermensen waren het ook. Zij hielpen Greta toen ze haar ‘taak op aarde’ steeds duidelijker zag. Niet om ons leven beter te maken (zoals we nog in de jaren 60/70 van de vorige eeuw dachten), maar om de aarde te redden van grote rampen en tegenspoed.

In plaats van een engel staat in het stalletje van 2100 Pallas Athene, symbool voor wetenschap en wijsheid, want op basis daarvan is de mensheid in de 21ste eeuw eindelijk gaan handelen om hun leven en dat van hun kinderen, kindskinderen en alle dieren leefbaar te houden of te maken. In de dagen dat Greta werd vereerd in Nederland en daarbuiten waren al velen die hetzelfde pad gingen als zij. Sterker nog in Nederland trad een ware apostel van Greta naar voren: Marjan Minnesma die met haar Urgenda de Nederlandse regering wist te dwingen zich aan klimaatafspraken te houden. Zij is dan ook de engel in de kerststal van 2100. Zij slaagde er in 2025 in om de Nederlandse politiek totaal om te buigen. Samen met PvdA, D66 en CU vormde ze dat jaar het Klimaatfront, een nieuwe politieke partij die bij de Kamerverkiezingen een ruime absolute meerderheid verwierf, waarna Marjan de eerste vrouwelijke premier van Nederland werd en alle klimaatoplossingen die al jaren daarvoor waren bedacht tot uitvoer bracht.

Natuurlijk komen in de Kerststal van 2100 de Wijzen niet meer uit het Oosten, maar van overal ter wereld. Nelson Mandela uit Afrika die ons voorleefde om door te zetten, zelfs in onmogelijke omstandigheden, waar alle hoop verloren lijkt. En Ai Weiwei uit China, die samen met veel anderen in staat bleek de oppermacht van de Chinese dictatuur te weerstaan en een werkelijk begin maakte aan de democratisering van China, Hongkong, Taiwan en dictaturiale landen in Azië. En … last but not least: uit de USA Alexandria Ocasio-Cortez, die het sterk in verval geraakte land, na acht jaar Trump, op het juiste spoor wist te brengen, toen ze in 2028 tot eerste vrouwelijke president van Amerika verkozen werd en Amerika zich weer aansloot bij het wereldwijd al verre in uitvoering zijnde Klimaatakkoord.

De Kerststal van 2100 speelt zich niet meer af in een boerenstal, maar in een bos van uitsluitend levende bomen van allerlei soorten, omdat de mensheid eindelijk is gaan inzien dat daar het heil gezocht moet worden. Niet bij God, niet bij nog meer consumptie, meer verspilling, niet bij steeds meer rijden en vliegen. Maar bij steeds meer bomen, steeds meer bos. Bij het kweken, planten en liefdevol onderhouden van bomen. Zodat iedereen weer gezond kan ademen. Ook de dieren zijn in 2100 gelukkig al vele decennia bevrijd uit hun hokken en schuren en leven vrij in de natuur. Het is maar een fantasie, maar wie weet …
Rob van Eeden, 25-12-2019 

Verhalen over mijn leven?

Een verhaal over mijn leven – 14 –

Ik vraag me de laatste tijd wel eens af waarom ik deze ‘verhalen over mijn leven’ schrijf.
Net een boek gelezen van Jean-Claude Carrière met veel korte oude verhalen: Le cercle des menteurs. Sommige passages (vertaald in het Nederlands) raken me.

“We vertellen verhalen, net zoals vroeger. En dat zullen we waarschijnlijk altijd blijven doen. We houden ervan om te vertellen. Weet je wat me gisteren overkwam? Nee? Luister!. En we luisteren. Vaak, zelfs als we iemand goed kennen, luisteren we geduldig als hetzelfde verhaal aan andere vrienden wordt verteld. We brengen dit vriendelijke offer. We weten dat hij (of zij) het leuk vindt om middenin het verhaal te staan. Een paar minuten de aandacht te hebben. Het is een echt bestaansmoment. We leven in een verhaal, in het onze en in de geschiedenis van sommige mensen die dicht bij ons staan. En we leven ook in andere verhalen, die we delen met onze buren, met een volk, soms zelfs met heel de aarde. ”

en
“Op een dag vroeg ik neuroloog Oliver Sacks wat een ‘normaal’ mens is, naar zijn idee. Misschien een onbenullige vraag, maar hij had er een standpunt over. Hij aarzelde en antwoordde dat een normaal mens iemand is die zijn of haar eigen verhaal kan vertellen. Hij weet waar hij vandaan komt (met een oorsprong, een verleden en herinneringen in een zekere volgorde), hij weet waar hij is (zijn identiteit). En hij denkt dat hij weet waar hij naartoe gaat (hij heeft plannen met uiteindelijk de dood als eindpunt). Hij zit in de ontwikkeling van dat verhaal, hij ‘is’ een verhaal en hij kan het zelf vertellen.”

PS in dit verband: Vertel me wie ik ben op Netflix, een buitengewoon verhaal dat de moeite waard is.

Voddenweverij AVE

Een verhaal over mijn leven – 13 –

Een nogal opvallende vermelding in mijn CV luidt:
1979-86 Eigenaar/wever van weverij AVE, 250 vloerkleden, lopers en wandkleden geweven en verkocht. Cursussen en materialen ontwikkeld voor verwerking van textielafval.

Van m’n 33ste tot 40ste runde ik weverij AVE. Eerst vanuit ons huis in de Obrechtstraat 283, waar we na onze commune-periode met de kinderen waren gaan wonen. Later vestigde ik de weverij aan de Prinsegracht 38 in Den Haag. Het was een spannende, maar ook woelige periode van zeven jaar.
Erop terugkijkend, denk ik met de weverij een oude kinderdroom heb willen realiseren.
Maar uiteindelijk rekende ik ermee af en begon vanaf mijn veertigste een wat serieuzer en kansrijker carrière.

De naam AVE ontstond toen ik een proeflapje weefde tijdens een
cursus bij Tineke van Deenen in Amsterdam.
Ik wilde mijn initialen RVE weven (van textielafval),
maar het bleek AVE te zijn geworden.

Nadat ik 1977 op mijn 31ste (uiteindelijk) afstudeerde aan de EUR, kreeg ik daar snel een baan als wetenschappelijk medewerker bij vakgroep Bedrijfssociologie/kunde in een kleine vakgroep met prof. Jan Buiter, François Breuer, Cees Luscuere e.a. We gaven les aan doctoraalstudenten in avondopleiding, begeleidden hun onderzoeksprojecten en deden zelf onderzoek.

Op de dertiende etage van het EUR-gebouw met uitzicht op de Brienenoordbrug, werd me binnen een jaar duidelijk dat de wetenschap het niet was voor mij. Lesgeven ging me moeilijk af en kwam niet goed over bij de studenten. Het begeleiden van onderzoeksprojecten van studenten vond ik wél aantrekkelijk en stimulerend, maar zelf onderzoek doen stond ook snel tegen. Vooral door de toestanden waarmee je dan te maken kreeg met collega’s van andere vakgroepen, opdrachtgevers en alle bureaucratie eromheen. Daarover later misschien.

De zus van Hanneke: Marieke en haar man Gé hadden een weverij. Het Zwarte Schaap in een oude molen met aanbouw in Nederhorst den Berg. Marieke en anderen sponnen ongeverfde schapenwol en Gé weefde daar grote lappen van: dekens, lopers en kledingstof, waarvan Marieke dan weer jassen, kussens e.d. naaide.
Als we daar op de molen waren vond ik vooral dat weven van Gé interessant. Het was een oud eenvoudig tweeschachts-getouw van, als ik me goed herinner, 1,60 m breed. Hij weefde die ongeverfde wol in linnenbinding in gestreept wit, bruin, grijs en allerlei varianten. Mooie degelijke, bijna onverslijtbare stoffen.

De jaren daarvoor had ik al veel gefantaseerd, zoals zoveel gedaan werd in die tijd, om ‘iets met mijn handen’ te gaan doen in plaats van kantoorwerk. In de commune aan de Zwarteweg stond een grote broodoven. Een tijdje maakte ik plannen om daarin brood te bakken en met een bakfiets rond te brengen in Den Haag, maar echt ver kwam het daarmee niet. In de ruimte waar die oven stond vestigden we onze anti-autoritaire kresj en het idee dat ik zes dagen in de week voor dag en dauw zou moeten opstaan trok ook niet echt.

Maar dat weefgetouw van Gé bleef wel hangen. In die tijd was Hanneke vrijwilliger bij Emmaus Welvaartsresten Den Haag aan de Prinsegracht, ze bestierde daar een grote voorkamer die de ‘boetiek’ werd genoemd, met mooie spullen, kleding, maar ook schilderijen en fraaie huisraad en snuisterijen.

Gé Verheul achter zijn getouw in weverij Het Zwarte Schaap.

Op een bepaald moment vertelde ze dat er in een kelder (van dat enorme pand dat ze een paar jaar daarvoor met Simon Kamper had gekraakt) een weefgetouw stond met een onaf weefsel, waar iemand ooit aan begonnen was, maar nooit had afgemaakt, en waarvoor niemand meer belangstelling had. We vroegen of dat ding (in bruikleen) mee naar huis mochten nemen om te proberen er weefsels op de maken van textielresten die bij Emmaus natuurlijk ruim voorradig waren.

Al snel stond het mooie blankhouten Zweedse Glimåkra getouw van 1,40 meter breed in onze serre en zetten we er – met veel moeite – een korte schering op. Daarna stonden we oude gordijnen en lappen in repen te scheuren om het eerste voddenkleedje mee te weven.
In het begin deden Hanneke en ik veel samen, maar na een tijdje werd duidelijk dat ik toch wel degene was die er echt mee wilde doorgaan. De kleedjes die ik weefde (van 1,40 bij ongeveer 2,20 m) vonden gretig aftrek bij familie en kennissen die bereid waren er een paar honderd gulden voor te betalen. Zo begon het plan te rijpen om er een echt bedrijf van te maken.
(wordt vervolgd)

Daar zat ik dan, achter mijn eerste Glimåkra getouw
(met het proeflapje AVE op de achtergrond).

Na de oorlog …

Al een tijd worstel ik me door een boek van Tony Judt: Na de oorlog, een geschiedenis van Europa sinds 1945. Een dikke pil, boordenvol informatie, die niet makkelijk leesbaar is. Maar het is een fascinerend boek. Ik realiseer me dat ik heel weinig weet van de geschiedenis van mijn leven, vooral mijn jonge jaren, vanaf mijn geboorte in 1946 tot zeg … mijn zeventiende. Op school leerde je nauwelijks iets over die periode, op de lagere school al helemaal niet, maar ook niet op de middelbare scholen waarop ik zat in Nederland en Frankrijk. Geschiedenisles eindigde toch zo’n beetje kort na de tweede wereldoorlog. 

Dit boek opent een bijna nieuwe wereld, waarvan ik alleen wat trefwoorden kende. Een uitgebreide geschiedenis van de ellende in heel Europa, de wederopbouw, het begin van de Koude Oorlog, ’t schrikbewind van Stalin, Europese intellectuelen en het communisme en nog veel, veel meer. Tijdens het lezen realiseer ik me steeds dat dit allemaal gebeurde terwijl ik in de wieg lag en wat later door de kamer kroop en speelde. Wat hebben mijn ouders allemaal gedacht over berichten in de krant over de Marshall-hulp, de nieuwe idealen na de oorlog, de binnen- en buitenlandse politiek, de scheiding van Duitsland enz.

Nogmaals geen makkelijk boek, maar een aanrader voor elke babyboomer die wil weten wat er eigenlijk gebeurde toen je nog kind was. Want dat is duidelijk uit Na de oorlog: wat toen gebeurde, geschreven en gedacht werd, was allemaal een voorbode van de periode dat we zelf, eind jaren zestig,  ons wat bewuster van de wereld werden en actief probeerden daar zelf iets in te betekenen en aan te veranderen.

(wordt vervolgd)