Categorie archief: Ouderdom

Verhalen over mijn leven – pauze –

De afgelopen twaalf ‘ verhalen over mijn leven’ gingen over ouders, voorouders en andere familie. Is daarmee alles verteld? Nee, natuurlijk niet. Er komt nog een uitgebreid verhaal over het ambulance-transport dat mijn opa deed vanuit zijn garage in Scheveningen, dat duurt nog even, het zit in de pijplijn.
Verder heb ik het idee dat het een beetje klaar is. Er zijn natuurlijk meer verhalen te vertellen over die oude tijd, maar waarom zou ik, wie is daar nog in geïnteresseerd?
De komende tijd ga ik één album (met toelichting) maken van foto’s uit die lang vervlogen tijden. Daarover is misschien nog wel iets te schrijven. Met dat album zal ik een tijdje bezig zijn, dus … even pauze.

Een verhaal over mijn leven – 12 –

Opa Van Oostrum

Uit vorige bijdragen zou de indruk kunnen zijn ontstaan dat mijn opa een sombere man was, gekweld door schuldgevoelens over zijn jong overleden zoon. Zo heb ik hem echter niet gekend. Bijna alle herinneringen aan hem zijn positief.

In 2004 werd Netwerken werkt, op weg naar de baan die je wilt gepubliceerd (waarvan inmiddels meer dan 25 drukken en 50.000 ex zijn verkocht). Een paar jaar later schreef ik nog een boekje over netwerken, maar meer in algemene zin. Daarin staat het volgende over mijn opa.

“Een half jaar na het verschijnen van Netwerken werkt organiseerde ik (begin 2005) een try-out voor een workshop over … netwerken. In de trein op weg ernaar toe kwam opeens de vraag op hoe ik aan die interesse in netwerken was gekomen. Een echte ‘netwerker’ vond (en vind) ik mezelf niet. Toch had ik er een boek over geschreven, maar waar kwam die interesse eigenlijk vandaan?
Direct kreeg ik heldere herinneringen aan mijn opa, de vader van mijn moeder. Ik had me tot dan toe nooit gerealiseerd dat hij een belangrijk voorbeeld voor me is geweest.

Lees verder Een verhaal over mijn leven – 12 –

Een verhaal over mijn leven – 4 –

Van vriend Jaap kreeg ik de onderstaande reactie op het vorige stuk (- 3 -) met dit onderwerp. Daaronder mijn antwoord aan hem.

Ik vraag me af wat je motivatie is. Je zegt zelf ergens dat je een soort evaluatie van je leven wilt maken. Je eigen leven evalueren, dat is nogal hachelijk, dunkt me. Hoe ga je te werk? Eigenlijk ben je al klaar, want je zegt dat je middelmatig bent, een middelmatig leven hebt geleid. Dat lijkt een oordeel op grond van waarden die voor jou van belang zijn.

Dit is geen negatieve constatering; integendeel, je bent blij, opgelucht, schrijf je zelfs. Die opluchting komt misschien doordat je beseft dat je je leven ‘plantaardig’ hebt geleefd. Het ging niet zozeer om de nagestreefde doelen, maar om de wonderlijke kronkelingen in je levenspad. “Ik rotzooi maar wat aan”, verzekerde Karel Appel ons, maar intussen bereikte hij toch heel wat op die intuïtieve wijze. Hij liet het min of meer aan het toeval over wat waar hoe en waarom de verf op het doek kwam.

Ik vermoed dat de term “middelmatigheid” een soort geuzennaam is. Je bevrijdt jezelf van het heilig moeten en geeft jezelf de ruimte om deze kant of die kant op te gaan, al naar gelang het licht dat je nastreeft, precies zoals een boom zijn takken die kant op stuurt waar het meeste licht is; zo krijgt hij in de loop van tientallen of zelfs honderden jaren vorm.

Toch zit die middelmatigheid me niet helemaal lekker. Je evalueert je leven, oké, maar als je meteen al begint met jezelf middelmatig te noemen, dan waardeer je je leven toch tamelijk vlak. Of niet?

Om misverstanden of zelfs ‘ongeloof’ te voorkomen, zou een goede omschrijving (ik gebruik niet het woord ‘definitie’) van de term ‘middelmatigheid’ zoals jij die gebruikt heel welkom zijn. Mogelijk komen dan ook meteen enkele waarden naar voren die in jouw evaluatie van je leven tot nu toe een rol spelen.

Bij middelmatigheid denk ik aan de vergelijkingen die je maakt. Als ik denk aan Einstein – ook al heb ik hem persoonlijk niet gekend – en kijk naar mijn eigen prestaties, dan blijft er maar weinig van mijn leven over. Zelfs middelmatigheid kan ik dan eigenlijk niet meer claimen. Anderzijds zijn er heus wel mensen met wie ik mij in mijn eigen voordeel kan vergelijken: de Anti-Einstein, zeg maar. Daartussenin zou zich dan mijn persoonlijke middelmatigheid kunnen bevinden.

Ik heb zelf niet zoveel met evaluaties. Ik ben al, dus om te zijn hoef ik niet per se iets te doen. Ik kan rustig zitten en weten dat mijn bewustzijn een uiterst wonderlijke vorm van zijn is: bewust zijn. Frappant is dat de filosofie ooit begonnen is met de vraag: wat is het Zijn? Deze vraag komt steeds weer terug, zij het soms verborgen of verbogen. Heidegger heeft die zijnsvraag in zijn hoofdwerk Zijn en tijd proberen te beantwoorden. Ik leef dat antwoord, ik ben oud en wijs genoeg om te weten wat het zijn inhoudt en daar geniet ik van (geen hedonisme!).

Ik ben benieuwd naar je eventuele autobiografie – als het tenminste de bedoeling is dat ik die ooit te lezen krijg. Op de foto zie ik een indrukwekkend archief; ik kan me voorstellen dat daar genoeg informatie en de neerslag van persoonlijke ervaringen gereed liggen om een boeiende autobiografie uit te kunnen opstellen.

Nou, tot zover dan maar voor deze keer. Ik hoop dat het niet al te middelmatig is uitgevallen.

Beste Jaap,

Dank voor je uitgebreide reactie. Het komt maar zelden voor dat lezers van m’n blog me zo’n reactie sturen. Ik stel dit bijzonder op prijs en doe hierna een poging antwoord te geven op de verschillende punten die je aan de orde stelt.

Wat mijn motivatie is?

Je valt direct met de deur in huis door die vraag te stellen. Waarom een verhaal, of erger nog: een ‘evaluatie’ als ik blijkbaar al tot een conclusie ben gekomen?
Laat ten eerste dat woord ‘evaluatie’ maar vallen. Dat had ik beter niet kunnen gebruiken. Het gaat me er eigenlijk om een verhaal op te schrijven dat wellicht de moeite waard is om gelezen te worden door mijn zonen en hun kinderen, Hanneke, haar kinderen, enkele familieleden en vrienden en – wie weet – nog andere belangstellenden. Niet als een verantwoording of evaluatie, maar als een verhaal dat hopelijk iets toevoegt aan wat ze al van me weten. Een nadere kennismaking, zeg maar. Voor na mijn dood, maar ook voor nu, voorzover al beschikbaar via dit blog.

Daarbij komt zeker mijn middelmatigheid (of de veronderstelling daarvan) aan de orde. Ik vind het zinvol juist daarover te schrijven, omdat middelmatigheid een te negatieve klank heeft en überhaupt niet de moeite lijkt om het over te hebben. Wat ik nu juist wel vind. Maar ik geef toe dat het allemaal wat verwarrend overkomt.

Eerst doen, dan denken

Dat heeft te maken met een typische eigenschap van me: eerst doen, dan denken. Ik zal waarschijnlijk op mijn 72ste niet veel meer veranderen op dat vlak. Mijn hele leven ben ik vaak ergens pardoes ingesprongen zonder veel nadenken, laat staan overwegen. Iets sprak me aan, het voelde goed, dus deed ik het. Vaak kwam ik er pas later achter wat het precies inhield waarvoor ik ‘gekozen’ had. Soms ook ontdekte ik dat er eigenlijk iets achter stak, wat ik niet wist toen ik ervoor ‘koos’, maar wat wel waardevol bleek te zijn. Overigens bleek ook vaak dat ik beter niet had kunnen beginnen aan zo’n impulsieve keus.

Dat je zo ‘leeft’ tot je zo’n beetje meerderjarig bent, is – op enkele uitzonderlijke mensen na – vrij normaal. Maar ook na mijn 20ste heb ik nog vele jaren van alles gedaan, zonder er goed bij na denken. Trouwen bijvoorbeeld. Wel begrijpelijk dat ik dat zo snel deed, na de rampspoed en ellende die zich in mijn ouderlijke gezin had afgespeeld de laatste jaren van m’n middelbare school.
Maar ook de studiekeuzes die ik maakte. Als ik daaraan terugdenk, waren die meer ingegeven door – eerst – de richting waarin mijn ouders me duwden (ingenieur worden), later door vrienden die culturele antropologie studeerden, weer later door een gewaardeerde relatie die me stimuleerde af te studeren als bedrijfssocioloog in Rotterdam. Allemaal keuzes die ik niet doordacht. Ik heb best veel aan die studies gehad, maar echt bij me passen deden ze niet. Pas veel later kwam ik erachter welk werk ik echt zinvol vond en waarin ik ook redelijk goed ben geworden.

Ik rotzooi maar wat aan

Ik zou middelmatigheid niet als een geuzennaam willen zien, omdat het geen keuze is, het overkwam me. Karel Appel rotzooide wel wat aan, maar dat deed hij – denk ik – heel bewust. Bij mij was dat niet zo. Niet dat ik denk dat het in mijn geval (en vele anderen) meer bewuster had kunnen of moeten gaan, maar het is en was een vrij willekeurig en door van alles gestuurde ontwikkeling, waar vaak best iets aardigs is uitgekomen, maar af en toe ook weinig fraais. Inderdaad zoals je de ontwikkeling van een boom beschrijft. Die hier aan de kust scheef staat door de westenwind, wat hij ook koos of (zogenaamd) wilde. Of waarvan een grote tak verdort door de droogte en afbreekt.

Jou zit die middelmatigheid niet helemaal lekker. Het spijt me dat ik het niet duidelijker kan zeggen, maar dat is nu precies wat ik aan de orde wil stellen. De meesten van ons (zoals in de normaal-curve boven dit blog) zijn gewoon middelmatig, maar dat is niet negatief, we vormen de overgrote meerderheid. Juist het besef van middelmatigheid kan me – denk ik – wat verder helpen in de richting van meer bewuste keuzes en richting. Maar nu draai ik in een kringetje rond, want als ik Oudemans moet geloven (waartoe ik geneigd ben) dan heeft het stellen van doelen überhaupt geen zin, omdat het in het leven toch allemaal anders (middelmatiger!) loopt.

Ja, en het is nodig om ‘middelmatigheid’ nader te omschrijven. Maar daarover later, want eenvoudig is dat niet. Langzamerhand vraag ik me ook af of middelmatigheid eigenlijk wel de juiste term is om duidelijk te maken wat ik wil zeggen/voel. Het onderwerp middelmatigheid (als blog) ben ik eigenlijk ook ingesprongen zonder er wat langer over na te denken. Hier zit ik, ik kon blijkbaar niet anders.
Wel weet ik dat het niet om het vergelijken gaat met anderen, Einstein of niet. Het gaat meer over hoe het leven en levens als de onze in elkaar zitten, hoe die zich ontwikkelen. Woorden die daarmee te maken hebben zijn: willekeur, toeval, (on)geluk. Heel gewoon, met misschien af en toe een uitschieter naar de goede of de slechte kant. En of ik daar nu echt voor gekozen hebt?

Zijn

Ik begrijp enigszins wat je zegt over ‘zijn’ en Heidegger. Maar zelf heb ik moeite om te zeggen: ik ben, en dat is me voldoende of daar geniet ik van. Misschien zal het daarop uitdraaien; ik denk dat jij daar verder in bent dan ik.

Zo langzamerhand staat mijn ‘autobiografie’ in de stijgers. Het zal meer een aantal autobiografische verhalen worden.
Binnenkort komen daar stukken van op papier en op dit blog te staan.
(wordt vervolgd)

Een verhaal over mijn leven?

In en om dit bureau en in de kast (foto links) staat zo’n beetje alles wat ik bewaard heb van de afgelopen bijna 72 jaar.

Al lang denk ik, af en toe, het is geen obsessie, aan het schrijven van een verhaal over mijn leven.
Op de een of andere manier komt het er niet van, maar dat stopt het denken erover niet. Bij het doorbladeren van foto-albums, bij het lezen van boeken, zoals nu Bonjour tristesse of als ik de papieren restanten van mijn leven aan het ordenen en opbergen ben in ordners en archiefdozen.
Het is aardig wat, maar niet zoveel dat het een onoverkomelijke klus zou zijn e.e.a. nog meer en overzichtelijker te ordenen en aan de hand ervan een chronologisch verslag te maken, want dat zou het m.i. moeten worden.

Maar wat wil ik ermee?

Wat ik wil zeggen, althans dat dringt zich steeds sterker aan me op, is dat mijn leven eigenlijk heel gewoon en middelmatig is geweest. Voor een aanzienlijk deel grotendeels onbewust en zonder sturing (althans door mezelf). Ik heb eigenlijk maar wat gedaan, op mijn gevoel afgaand, denk ik, maar zeker ben ik er niet van. Je zou ook kunnen zeggen dat ‘op mijn gevoel afgaan’ niet onbewust en ongestuurd is. Maar mijn gevoel lijkt met (na vele jaren) toch een slechte raadgever. Of toch niet. Ik weet het niet.

Als ik zoiets vertel aan familie, vrienden of kennissen, dan reageren ze met ongeloof: jij, middelmatig? Je hebt zoveel ondernomen in je leven, zoveel banen, bedrijven, projecten, acties en nog veel meer. Zoveel bereikt ook. Hoe kan jouw leven nou gewoon of middelmatig zijn?
Er is natuurlijk meer dan alleen middelmatigheid, maar dit voert momenteel de boventoon (ik word binnenkort 72).

Voor wie zou ik het schrijven?

Het eerste denk ik dan aan Michaël, mijn oudste zoon, vooral natuurlijk omdat hij er – naast Hanneke – het meest mee te maken heeft gehad. Ook wel anderen, Hanneke natuurlijk, alhoewel ik denk dat het haar misschien toch minder zal interesseren, omdat zij – hoogstwaarschijnlijk – al een beter beeld heeft van mijn leven dan ikzelf. Misschien is het voor meer mensen interessant. Zeker weet ik dat het geen ‘grootse literatuur’ is of zou kunnen worden, ondanks af en toe spannende en gekke verhalen. Eerdere pogingen in die richting hebben me geleerd dat ik daar niet toe in staat ben.

  • Toen ik een jaar of 9 was, kreeg ik voor een opstel op school een hoog cijfer en vertelde dat trots aan mijn vader. Ik wil later schrijver worden, zei ik.
    Zijn antwoord was: nooit doen jongen, in Nederland valt daar geen droog brood mee te verdienen.

Toch houd ik van schrijven

Het heeft wel even geduurd voordat ik serieus ging schrijven, want tijdens mijn school en studie stelden het niet veel voor. De interesse voor schrijven en wat dat betekende en teweeg kon brengen, kwam pas op gang toen ik bij Stimezo Nederland werkte, waar ik in contact kwam met mensen (Paul Schnabel, Evert Ketting, Paul van Brederode en Ruut Veenhoven) die ieder op hún manier interessante teksten voortbrachten, en waarvan ik toen (met anderen) de ‘vormgever/uitgever’ was.
Maar ook in die periode en toen ik afstudeerde bij en werkte aan de EUR voor Jan Buiter stelde mijn schrijven nog niet veel voor. Sommige stukken schaam ik me gewoon voor en ben blij dat ze waarschijnlijk door niemand meer gelezen zullen worden. Het andere kon ermee door, maar mijn draai had ik duidelijk nog niet gevonden. En die zou ik ook niet vinden in de wetenschappelijke wereld.

(wordt vervolgd)

Wankele bootjes in stamboom

Op 1 oktober schreef ik over mijn DNA, waaruit bleek dat ik 38% Scandinavische voorouders heb. Ik wist daar al iets van, door de stambomen die zoonlief Michaël momenteel opbouwt en waar al bijna 5.500 familieleden (van vier families) in kaart zijn gebracht. Daaruit bleek al dat mijn overgrootmoeder: Omie, zo noemden we haar, uit het Noorden kwam. Ik heb haar gekend, ze werd 94 jaar oud en woonde bij ons in de buurt. Zij was geboren in Delfzijl en haar ouders kwamen van het eiland Borkum, wat al een aardig stukje is naar het Noorden.

Maar nu heeft Mieg uitgevonden dat voorouders van Omie van ongeveer 1650 tot ongeveer 1850 op Helgoland woonden. Een klein eilandje zo’n 50 boven Borkum. Daar was de hoofdbezigheid walvisvaart. Veel mannen op Helgoland keerden niet terug van hun zware tochten richting Spitsbergen, waar ze maanden verbleven. Maar sommigen gelukkig wel, anders had ik dit stukje niet kunnen schrijven. Op het schilderij is duidelijk te zien hoe zwaar hun werk moet zijn geweest.

Grappig is dat Hanneke ook familie heeft die in wankele bootjes te water gingen. In haar geval vanuit Den Helder, als mensenredder. Het gaat om Dorus Rijkers, één van de grootste Nederlandse mensenredders. Foto daaronder.

Lucky: gaat dat zien!

De afgelopen maanden heb ik wat geschreven over ouder worden. Na het laatste artikel en een korte correspondentie met een slimme seniora bekroop met het gevoel dat ik eigenlijk toch wel een beetje heb zitten zeuren. Wat wil je als je boven de 70 bent? Misschien is het enigszins te excuseren omdat ik -als man – eigenlijk niet zoveel heb meegemaakt als het om zorg, eenzaamheid en dood gaat.
Nou ja, ik deed ook maar mijn best om er iets van te snappen. Hoe het allemaal in elkaar zit met ouder worden, omgaan met verleden, heden verlies en dood werd me een stuk duidelijker door de film Lucky, die nu in de filmhuizen draait. Een absolute aanrader! (ook nog met korting voor 65+ers)

Uit de aankondiging van het Haags Filmhuis: “Harry Dean Stanton is Lucky: tegendraads, kettingrokend, stokoud en levendig. Dagelijks hijst hij zijn 90-jarige lijf in spijkerbroek en cowboylaarzen voor zijn ronde door het zonovergoten stadje midden in de woestijn van Arizona. In diner en café keuvelt en kibbelt Lucky met excentrieke dorpsgenoten en toevallige passanten, onder wie Howard (David Lynch), die zijn schildpad is verloren. Ondertussen moet hij vrede maken met het idee dat ook zijn leven eindig is. Lucky is de charmante finale van de indrukwekkende carrière van Harry Dean Stanton die naast zijn glansrol in Paris Texas te zien was in bijna 200 Hollywood films.”
Lucky was zijn laatste film, kort na het maken ervan overleed de 91-jarige Stanton.