Alle berichten door Rob van Eeden

Raap je rijk!

Al jaren en jaren rapen Hanneke en ik rommel van de straten en in parken, maar sinds 1 juli 2021 worden we daarvoor ook nog financieel beloond, want vanaf die datum is er statiegeld op kleine plastic flesjes die vaak op straat worden weggegooid. De eerste bon leverde maar liefst € 1,75 op en sindsdien is er al totaal voor zo’n 5 euro gevonden. Iedere keer dat ik zo’n flesje op straat vind spring ik luid roepend: KASSA!!! een gat in de lucht, wat een duidelijk voorlichtende werking heeft voor het vaak verbijsterde publiek.
Ik kan het niet laten om dan allerlei rekensommetjes te maken. Als we elke dag voor een euro vinden is dat meer dan € 350 per jaar, waarvoor je weer heel wat bomen kunt planten, of een leuk weekendje uit. Wat een rijkdom, wat een geluk!

PS Ik weet dat ik met dit bericht (en dat in de lucht springen) onze eigen glazen ingooi, maar heb het over voor de goede zaak: de stad en het land schoner en groener, groener en nog groener.

Wandkleed over en voor bomen

In ons nieuwe huis is minder wand beschikbaar om kunst op te hangen, helaas.
Een van de werken die we niet meer kwijt kunnen is een wandkleed dat we tien jaar geleden in Brazilië kochten. We zagen het op een expositie in een grote boekhandel en waren er gelijk verliefd op, maar tien jaar later zijn we – nu dus – op zoek naar een andere bestemming.
De afgelopen week stond het te koop op Catawiki, echter zonder dat er op geboden werd.

We zoeken er nu een plek voor bij mensen die van quilts houden. De prijs? Een vrijwillige bijdrage aan het potje van Hanneke waarmee ze allerlei bomen-projecten ondersteunt.

Misteriosos buquès poéticos
Benigna Rodriguez da Silva & Wagner Vivan

Quilt gemaakt door twee bekende Braziliaanse kunstenaars. Met diverse technieken: w.o. quilt, borduurwerk, appliqué. Het kleed is in prima staat en kan makkelijk worden opgehangen. Afmetingen: 187 × 132 cm.
In 2011 gekocht bij de kunstenaars in Sao Paulo voor € 1.000.
Interesse: robvaneeden@gmail.com

Uit 2006

In mijn vorige blog (robvaneeden.nl) beschreef ik soms dromen, zoals deze:
Vannacht gedroomd (25 februari 2006)
We zijn druk bezig in een, van binnen helemaal witte, houten barak, bovenop een duin, een paar mensen en ik. Er moet nog van alles gebeuren om de ruimte helemaal in orde te krijgen. Het is een werkruimte. Een collega installeert een groot apparaat en een andere collega is aan het schoonmaken en inrichten.

Ik kijk naar buiten en zie in de diepte het strand en de zee met de horizon in de verte, het is helder weer. Op het strand loopt een man, ik weet dat het een dief is. Er is ingebroken in onze ruimte en we moeten extra opletten, want hij zou weer kunnen toeslaan. Maar bang voel ik me niet,  het is allemaal licht en luchtig. En het duurt niet lang meer voor we klaar zijn. Dan gaan we pas goed aan de slag.
Als ik weer naar buiten kijk, zie ik opeens dat het water flink gestegen is. Het strand is niet meer te zien, want daar is nu de zee met flinke golven. De dief zie ik niet meer, of misschien ergens in de verte. Ik kan niets doen. Ook zie ik opeens een paar schepen die moeite hebben om door de golven te komen. Eén ervan, een oude bark met zeilen, maakt slagzij.
In onze barak is het nog steeds rustig, mijn collega’s zijn aan het werk en lijken niet te weten van wat zich buiten afspeelt. Ik zie dat stijgende water en realiseer me dat het wel eens zo hoog zou kunnen komen dat het ook de barak binnenstroomt. Maar als ik weer kijk, realiseer ik me dat dat toch wel onwaarschijnlijk is. We bevinden ons op een brede hoge duintop en het ziet er niet naar uit dat het water verder zal stijgen.

Remtrappers … grrr!!!

Vroeger heb ik er nooit op gelet, maar nu – ruim boven de zeventig – erger ik me aan remtrappers bij stoplichten en in files. Drie felle lampen die recht in je ogen schijnen, ik kan er niet goed tegen. Ik weet dat het wettelijk verplicht is om felle remlichten te hebben, maar waarom op die rem blijven trappen voor een stoplicht op een vlakke straat of weg?
Het is echt niet nodig, zelfs op een helling is het net zo makkelijk om even de handrem te gebruiken of de P-knop bij een automaat. Maar helaas, zo is het niet. De meeste automobilisten zijn remtrappers.

En dan heb ik het nog niet eens over de milieuschade. Ik ga het niet uitrekenen, maar als al die remtrappers zouden stoppen met hun achteloze gedrag zou er misschien een hele of halve olieraffinaderij of kolencentrale gesloten kunnen worden.
Maar ik vrees een roepende in de (asfalt)woestijn te blijven.

Daar staan ze weer: remtrappers … grrr!!!

Nog steeds: Je geld of je leven …

Op de vijfenzeventig jaar afstevenend, kijk ik steeds meer achterom, zoals veel leeftijdgenoten. Maar om me nu op de borst te slaan over wat ik vroeger heb gepresteerd? Eerder heb ik de neiging tot het tegendeel.
Toch gebeurt het af en toe, door een ontmoeting, een brief of herinnering dat ik een beetje trots ben, vooral als me iets wordt duidelijk gemaakt door ‘onverdachte’ buitenstaanders. Maar het blijft opletten, want eigen roem stinkt …

Begin jaren negentig, toen Hanneke en ik de Vrekkenkrant uitgaven en al twee boeken over dat onderwerp hadden gepubliceerd, werden we gegrepen door het Amerikaanse boek Your Money or Your Life van Vicky Robin en Joe Dominguez. We pasten het 10-stappenplan uit dat boek toe in ons eigen leven en merkten de enorme veranderingen die dat teweegbracht in ons uitgave- en spaarpatroon. We leefden al een paar jaar erg zuinig, maar pas met het boek van Vicky en Joe kregen we echt grip op onze financiën. 

Al snel begonnen we eendaagse cursussen te geven. Vijfentwintig mensen in een hok en de hele dag praten en oefenen over je eigen omgang met geld en dromen voor de toekomst. Die cursussen waren een succes, te oordelen aan de animo waarmee mensen (meer dan 1.000) zich inschreven en reacties tijdens en na die ene dag, waarop je eindelijk eens open en ongegeneerd kon praten over hoe jij met geld, bezuinigen en sparen omging.
Het lag voor de hand dat er een Nederlandse versie van dat boek kwam. In 1995 verscheen Je geld of je leven, op weg naar financiële onafhankelijkheid, waarvan in Nederland meer dan 50.000 ex werden verkocht en in Duitse vertaling meer dan 100.000.

Uit de vele reacties op die cursussen en het boek weten we dat het levens heeft veranderd. Nog steeds krijgen we – af en toe – vijfentwintig jaar na verschijnen positieve reacties. Zoals laatst van een loopbaan-cliënt; Ira Slikker-Mordhorst met wie ik ook sprak over Je geld of je leven. Van haar ontving ik vorige maand het onderstaande bericht:

“De gesprekken die ik met je voerde (rond 2000) zijn ontzettend belangrijk voor me geweest. Zeker later viel alles op zijn plek: groot geluk! Destijds heb ik het boek Je geld of je leven van jullie gelezen en toegepast in mijn leven. Een must-read voor iedereen!
Vandaag kreeg ik twee tweedehands exemplaren van Je geld of je leven binnen voor onze kinderen. Die boeken gaan in hun ‘kist voor later’: een hutkoffer (voor ieder één) vol met persoonlijke spullen en daarbij een aantal onmisbare boeken in het leven.”

Lonneke en Oscar met ‘hun boek voor de toekomst’.

Wat is daar nog aan toe te voegen? Nog een paar dingen:
– Ira heeft inmiddels al jaren een eigen praktijk als relatiecoach.
– Het boek is niet meer te koop, maar wel gratis te downloaden via deze link.

OBESITAS en Corona … dodelijke combinatie

Als mijn echtgenoot niet kan slapen luistert hij soms (met een oortje) naar de radio, voornamelijk BBC World Service. Geregeld doet hij dan de volgende ochtend verslag van een of ander interessant onderwerp. De laatste tijd vooral over Trump, verantwoordelijke voor ernstige en discutabele toestanden in de USA.

Maar dit keer ging het over Engeland waar maar liefst 66% van de bevolking lijdt aan overgewicht en de helft daarvan aan obesitas*.  Rob luisterde naar The Food Chain waarin een interview met Jacqueline Bowman-Busato van de European Association for the Study of Obesity.
Ze vertelt hoe eigen ervaring met obesitas haar ertoe heeft gebracht te lobbyen voor een radicale verandering van de manier waarop ermee wordt omgegaan. Juist nu, na maanden ervaring met Corona, is duidelijk dat obesitas een ernstige ziekte is, een verwaarloosd en verkeerd begrepen volksgezondheidsprobleem.

Corona door obesitas nog dodelijker
Uit wereldwijd onderzoek blijkt inmiddels dat mensen die lijden aan obesitas veel ernstiger gevolgen ondervinden van het Corona-virus dan anderen van dezelfde leeftijd. De kans op IC-opname is tweemaal zo groot en de sterftekans 50% hoger. Dat komt o.a. doordat mensen met obesitas vaak een slechtere longfunctie hebben en verminderde weerstand tegen infecties.

Jacqueline Bowman-Busato strijdt al jaren voor een andere kijk op overgewicht en obesitas. Vaak worden die alleen als een levensstijl-probleem gezien: als je dikker bent, is dat gewoon je eigen keuze en als je er wat aan wilt doen is de oplossing eenvoudig: meer bewegen plus minder en gezonder eten. Maar zo eenvoudig is het niet. Obesitas heeft te maken met onderliggende lichamelijke factoren die niet zo eenvoudig te beïnvloeden zijn. Daarbij komt dat onze dagelijkse leefomgeving, winkels, reclame en marketing ons steeds meer lijken te verleiden tot het eten van ongezond ultra-bewerkt voedsel met teveel vet, zout en suiker.
Van roken weten we inmiddels dat het een zware verslaving is met ernstige gevolgen, waaronder longkanker en vroegtijdige dood. Door voorlichting, hoge belasting op tabak, wetgeving en de rol die gezondheidsorganisaties speelden (en spelen) is het percentage rokers in westerse landen enorm teruggebracht tot minder dan een kwart van de bevolking.

De switch van Boris
Overgewicht en obesitas krijgen nog steeds te weinig aandacht in het medische circuit en overheidsbeleid. Nu lijkt dat – door de Corona-crisis – eindelijk te gaan veranderen.
Goed voorbeeld daarvan is wat in Engeland gebeurde met Boris Johnson. Toen daar een eerste suikertaks werd ingevoerd, werd hij daarvan groot tegenstander en noemde het de Nanny-tax: de overheid is geen kindermeisje van de bevolking. Of je nu dit of dat eet is je eigen keuze en of je lichter of zwaarder bent kan je zelf met een beetje wilskracht beïnvloeden, daar is geen betuttelende overheid voor nodig.

Maar zo eenvoudig bleek dat niet. Boris kreeg Corona, ging naar het ziekenhuis, kwam op de IC terecht en er werd gevreesd voor zijn leven. Wat er precies in het ziekenhuis is gebeurd weten we niet. Wel vertelt hij nu in op sociale media verspreide videoboodschappen eerlijk dat hij veel te dik (BMI boven de 30) was en daar extra veel last van kreeg op de Intensive Care. Na ‘zijn’ Corona is hij heel anders over obesitas gaan denken. Hij pleit nu voor nationale programma’s om gewichtverlies te bevorderen, niet alleen voor individuele bewoners van Engeland, maar ook om de National Health Service te ontlasten. En – last but not least – ter bevordering van de economie, omdat de schade door obesitas enorm is door lagere arbeidsproductiviteit en ziekteverzuim.

Europa ook door de bocht
Obesitas is een ernstige (niet besmettelijke) ziekte, die meer onderzoek vereist en uitgebreide behandeling, niet alleen op korte, maar vooral op lange termijn. Daarbij moet duidelijk worden dat we onszelf (en helemaal onze kinderen) minder moeten laten blootstellen aan alles wat de industrie ons voorschotelt. Met alcohol en tabak zijn we al een stuk verder, nu nog overgewicht en obesitas.

Er is in Europese landen eindelijk wat meer aandacht voor overgewicht en obesitas, nu duidelijk is dat het een verergerende invloed heeft op Corona. De Europese Commissie heeft recent over e.e.a. uitgebreide stukken gepresenteerd. Merkel en Macron hebben – dit keer eensgezind met Johnson – aangekondigd obesitas veel prominenter op de agenda te zetten, juist door de dodelijke effecten ervan bij Corona.

Hanneke van Veen & Rob van Eeden

  • Van overgewicht is sprake bij een BMI (Body Mass Index) tussen de 25 en 30, boven de 30 heb je obesitas. Goede informatie hierover is te vinden op de site van het Voedingscentrum. Let op: voor mensen boven de 70 gelden iets andere waarden.

Deel dit:

Voddenweverij AVE … echt bedrijf?

Een verhaal over mijn leven – 15 –

Het idee om van mijn hobby een echt bedrijf te maken bleef door mijn hoofd spoken. Ook omdat ik inmiddels wist dat mijn werk aan de Erasmus-universiteit niet het juiste was: niet geschikt voor de wetenschap, meer een praktijkmens, zal ik maar zeggen.
Maar Hanneke raadde me stellig af om er echt een bedrijf (en dus een broodwinning!) van te maken. Ik verkocht dan nu wel een paar kleedjes per maand en dat zouden er, als ik full-time werkte, vast wel meer worden. Maar een volwaardige broodwinning? Want als het een echt bedrijf werd, zouden de kosten enorm toenemen: huisvesting, gas/licht/water, inrichting, reclamekosten, BTW, belastingen etc. Dan moest ik elke maand eerst heel wat kleedjes verkopen om de kosten te dekken, en daarna pas ‘winst’ maken.

Toch was de wijze raad van Hanneke niet aan me besteed, eigenwijs ging ik door met plannen maken en fantaseren over mijn carrière als (vodden)wever. Dat ik misschien niet alleen vloerkleden zou weven, maar ook wandkleden en – wie weet – daarmee bekend worden. Ik fantaseerde er lustig op los, maar zoiets als een bedrijfsplan maken met een begroting en zo; nee daar dacht ik niet aan. Ik wist het zéker, ik zou vloerkleden gaan weven van textielafval. Het paste ook goed in die tijd. Hanneke werkte op De Kleine Aarde, waar ze bezig was het Hergebruikboek te schrijven.

Na de eerste probeersels kreeg ik er steeds meer lol in en ontdekte dat er makkelijk was te komen aan ‘textielafval’: oude gordijnen, lakens en lappen die overal in kasten van vrienden en kennissen lagen te verstoffen. Ook in kringloopcentra, die toen net opkwamen waren die makkelijk te vinden, voor weinig geld. Of voor niets als ik ze van (a.s.) klanten kreeg. Sommigen brachten hun eigen oude lappen mee met het verzoek er iets moois van te weven.
Hanneke hielp met het uitzoeken van de juiste kleuren en het ontwerp, iets waarop ze veel meer kijk had dan ik, in het begin.

Na ongeveer een jaar kleedjes weven en fantaseren over een eigen bedrijf, wist ik dat een weefgetouw van 140 cm breedte nooit een inkomen zou opleveren. Een vloerkleedje van 140 x 200 cm is aardig voor een zijkamer, maar voor de woonkamer is een breedte van 2 meter toch wel het minimum;. Dat wist ik inmiddels door de vragen en reacties van kopers en belangstellenden.
Maar een getouw van 2 meter breed, waarop je zware weefsels met de dikke inslag van textielafval kon verwerken, zou een grote investering vergen. Het moest een getouw zijn als van het Deense merk Lervad, die duizenden gulden kostten.

Zo ongeveer zou mijn weefgetouw er moeten gaan uitzien.

Met een hoop moeite (internet bestond toen nog niet) en hulp van een handwerkwinkel op de Groot Hertoginnelaan (Dozijntje Ambacht), wist ik gedetailleerde foto’s van zo’n getouw te bemachtigen, waarmee ik bouwtekeningen kon maken.
Ik zag inmiddels maar één mogelijkheid: zo’n ding zelf bouwen. Maar hoe en waar bouw je zo’n enorm getouw? Ik was dan wel handig in timmeren en klussen, maar zoiets vergde echt vakmanschap én apparatuur.

(wordt vervolgd)