Categorie archief: Bucket list

Het echte Camembert-museum

Traduction de ce texte en bas de l’article.
Eerder schreef ik hier over onze Camembert-verzameling, uitgestald in het enige Nederlandse Camembert-museum. Maar nu hebben we  het echte museum in Normandië bezocht. In het plaatsje … Camembert. We kwamen het toevallig tegen op weg naar mijn zus in de Mayenne.
Het is een aardig museum, waar van alles wordt uitgelegd over de geschiedenis en productie van dit bijzondere kaasje.
In het ernaast gelegen winkeltje worden verschillende kazen aangeboden om te proeven.
We werden er aangesproken door een Nederlander die er werkt. Hij vertelde ons van alles over de echte ‘camembert moulé à la louche’ in vergelijking met de fabriekscamemberts die in de meeste supermarkten verkocht worden.
Toen we vertelden over onze verzameling, werden we verrast met een flink aantal doosjes en deksels, een mooie uitbreiding van ons kleine Nederlandse museum.
Meer informatie over het Franse Maison du Camembert.

Auparavant, j’ai écrit sur notre collection Camembert, exposée dans le seul musée Néerlandais du Camembert. Mais maintenant, nous avons visité le véritable musée en Normandie. Dans la ville … Camembert. Nous y passons en allant chez ma soeur en Mayenne. C’est un beau petit musée, où tout est expliqué sur l’histoire et la production de ce fromage spécial.

Dans le magasin adjacent, plusieurs fromages sont proposés à déguster. Nous étions approchés par un Hollandais qui y travaille. Il nous a tout raconté sur le vrai “camembert moulé à la louche” comparé aux camemberts de l’usine vendus dans la plupart des supermarchés.

Lorsque nous avons parlé de notre collection, nous avons été surpris par un grand nombre de boîtes et de couvercles, une belle extension de notre petit musée Néerlandais.

Plus d’informations sur la Maison du Camembert.

 

Een verhaal over mijn leven – 3 –

Mijn leven, waar begint dat eigenlijk? Na het lezen van Plantaardig, vegetatieve filosofie is me duidelijk dat alles eigenlijk –  dus ook mijn leven –  bij de oerknal (en waarschijnlijk daarvoor 😉 is begonnen.
Alles in mijn lichaam is ontstaan bij/na de oerknal. Maar maak je geen zorgen, ik ga hier geen geschiedenis vanaf de oerknal oplepelen, als ik dat al zou kunnen. Wil je daarover weten, dan kun je – voor maar liefst vier uur – prima terecht bij Maarten van Rossem met zijn Geschiedenis in het groot, een hoorcollege over de wereldgeschiedenis, van de big bang tot op heden (nauwelijks meer leverbaar, maar in de meeste bibliotheken te leen).

Toch is er wel iets over te zeggen. Door Plantaardig en Maartens hoorcollege (trouwens ook door Het periodiek systeem van Primo Levi) ben ik me (enigszins) bewust van mijn voorgeschiedenis. Alles wat er zich in mijn lichaam bevindt ontstond in/na de oerknal. Een ‘paar jaar’ later was er de aarde en weer wat later ontstond leven, kleine beestjes, eerst in water, later op land, weer later werden dat planten. Met die planten kan ik me al enigszins verwant voelen. Dat klopt ook, want genetisch ben ik er inderdaad voor een groot deel verwant mee. Meer nog met dieren via mijn evolutionaire stamboom, maar dus ook met planten.

Op de een of andere manier vind ik dat belangrijk. Om me te realiseren dat ik daar vandaan kom. Dat heeft natuurlijk te maken met mijn – nog steeds onwankelbare – atheïsme, waarover ik eerder heb geschreven. Hoe het hier allemaal op aarde is ontstaan weten we niet, maar het idee van een god, een schepper, een kracht in de kosmos of hoe je het ook noemt, is me volkomen vreemd. En – eerlijk gezegd – is het me ook een raadsel dat 90% van de mensheid daar wel in gelooft, al is het maar in ‘iets’.

We leven in een grote kosmische tombola, waarin allerlei krachten, zichtbaar en onzichtbaar ons vormen en beïnvloeden. De rol die wij daarin – als persoon, als ego – spelen is heel klein. We zijn/worden voor een groot deel bepaald door onze enorme evolutionaire stamboom. Niet alleen door onze ouders en grootouders, maar ook door alles wat zich daarvóór heeft afgespeeld. Zo is het; anders kan ik er niet over denken.
Maar ik moet ook eerlijk toegeven dat ik het idee van die plantaardige eigenschappen niet veel meer oplevert dan een vaag besef van iets plantaardigs in me. Er meer zinvols over zeggen/schrijven lukt me niet. Daarvoor is nog wat meer studie vereist en wellicht zinvolle gesprekken met deze of gene.

Toch, zonder me op de borst te kloppen, vind ik het best dapper dat ik (en velen met mij, gelukkig) de moed hebben om die tombola onder ogen te zien en daarin een eigen weg te vinden, zonder terug te vallen op allerlei rare fantasieën en sprookjesverhalen. Op eigen kracht, voorzover mogelijk, natuurlijk.

(wordt vervolgd)

 

Middelmatigheid, meen je dat echt?

Onderstaand artikel is eerder gepubliceerd op middelmatigheid.nu. Deze site wordt binnenkort opgeheven. Alle (relevante) artikelen van die site zijn overgeplaatst naar dit blog (robvaneeden.com).

Hier en daar vertel ik voorzichtig dat ik deze site (middelmatigheid.nu dus) ben begonnen en stuit daarbij – op een enkele uitzondering na – op verbazing en onbegrip. “Jij middelmatig, kom nou! Als er iemand niet middelmatig is, dan ben jij het wel. Met al je/jullie projecten en acties, bedrijven en initiatieven, hoe kun je dat nou middelmatig noemen?”

  • “De mensen, die het best in de wereld slagen, zijn zij, die de geest van de middelmatigheid hebben.”
    Rémy Montalée, Frans toneelschrijver, 19e eeuw.
  • “Middelmatigheid van geest en traagheid maken meer wijsgeren dan het nadenken.”
    Vauvenargues, Frans filosoof, 1715-1747.

Ik geef toe, het is nogal vaag en onduidelijk wat ik zeg en probeer op te schrijven. Toch dringt steeds meer tot me door dat ikzelf niet anders meer kan denken over mijn leven dan als middelmatig, normaal, niet bijzonder. “Ben je niet depressief aan het worden?” werd me ook gevraagd. Nee, juist niet, mijn middelmatigheid, mijn niet-bijzonderheid voelt juist als een opluchting. Er is misschien een andere manier waarop ik dat duidelijk kan maken.

Hanneke kreeg een boek aangeraden: Plantaardig, vegetatieve filosofie. Een wonderlijk boek. Sommige delen zijn goed leesbaar en maken duidelijk waar het de schrijver om gaat.

Wij mensen zijn meer verwant aan planten en bomen dat we beseffen. De plantaardige natuur heeft ook veel meer om het lijf dan we denken, is veel intelligenter en georganiseerder dan we ons realiseren. We zouden ons daar meer naar moeten gedragen. Andere delen van het boek zijn – in ieder geval voor mij – grotendeels onbegrijpelijke aaneenschakelingen van citaten van een menigte aan biologen, wetenschappers en filosofen uit alle eeuwen, gelardeerd met complexe zinnen die je de haren te berge doen rijzen.

Toch is het een zinnig verhaal dat in al die tekst verborgen is. Enigszins te begrijpen als je de groene bladzijden leest die aan ieder van de zes delen van het boek voorafgaan. En ook door de waarschuwing van de schrijver, voor in het boek: “U ziet uzelf graag als iemand die zelf nadenkt, informatie verzamelt en beslissingen neemt. U erkent wel dat u bepaald wordt door driften en genen, maar dan toch in mindere mate dan dieren. Laat staan planten en bomen. Zij kunnen niet bewegen, nemen geen beslissingen en werken niet samen, zoals hogere organismen. Dacht U”.

 

 

Een verhaal over mijn leven?

In en om dit bureau en in de kast (foto links) staat zo’n beetje alles wat ik bewaard heb van de afgelopen bijna 72 jaar.

Al lang denk ik, af en toe, het is geen obsessie, aan het schrijven van een verhaal over mijn leven.
Op de een of andere manier komt het er niet van, maar dat stopt het denken erover niet. Bij het doorbladeren van foto-albums, bij het lezen van boeken, zoals nu Bonjour tristesse of als ik de papieren restanten van mijn leven aan het ordenen en opbergen ben in ordners en archiefdozen.
Het is aardig wat, maar niet zoveel dat het een onoverkomelijke klus zou zijn e.e.a. nog meer en overzichtelijker te ordenen en aan de hand ervan een chronologisch verslag te maken, want dat zou het m.i. moeten worden.

Maar wat wil ik ermee?

Wat ik wil zeggen, althans dat dringt zich steeds sterker aan me op, is dat mijn leven eigenlijk heel gewoon en middelmatig is geweest. Voor een aanzienlijk deel grotendeels onbewust en zonder sturing (althans door mezelf). Ik heb eigenlijk maar wat gedaan, op mijn gevoel afgaand, denk ik, maar zeker ben ik er niet van. Je zou ook kunnen zeggen dat ‘op mijn gevoel afgaan’ niet onbewust en ongestuurd is. Maar mijn gevoel lijkt met (na vele jaren) toch een slechte raadgever. Of toch niet. Ik weet het niet.

Als ik zoiets vertel aan familie, vrienden of kennissen, dan reageren ze met ongeloof: jij, middelmatig? Je hebt zoveel ondernomen in je leven, zoveel banen, bedrijven, projecten, acties en nog veel meer. Zoveel bereikt ook. Hoe kan jouw leven nou gewoon of middelmatig zijn?
Er is natuurlijk meer dan alleen middelmatigheid, maar dit voert momenteel de boventoon (ik word binnenkort 72).

Voor wie zou ik het schrijven?

Het eerste denk ik dan aan Michaël, mijn oudste zoon, vooral natuurlijk omdat hij er – naast Hanneke – het meest mee te maken heeft gehad. Ook wel anderen, Hanneke natuurlijk, alhoewel ik denk dat het haar misschien toch minder zal interesseren, omdat zij – hoogstwaarschijnlijk – al een beter beeld heeft van mijn leven dan ikzelf. Misschien is het voor meer mensen interessant. Zeker weet ik dat het geen ‘grootse literatuur’ is of zou kunnen worden, ondanks af en toe spannende en gekke verhalen. Eerdere pogingen in die richting hebben me geleerd dat ik daar niet toe in staat ben.

  • Toen ik een jaar of 9 was, kreeg ik voor een opstel op school een hoog cijfer en vertelde dat trots aan mijn vader. Ik wil later schrijver worden, zei ik.
    Zijn antwoord was: nooit doen jongen, in Nederland valt daar geen droog brood mee te verdienen.

Toch houd ik van schrijven

Het heeft wel even geduurd voordat ik serieus ging schrijven, want tijdens mijn school en studie stelden het niet veel voor. De interesse voor schrijven en wat dat betekende en teweeg kon brengen, kwam pas op gang toen ik bij Stimezo Nederland werkte, waar ik in contact kwam met mensen (Paul Schnabel, Evert Ketting, Paul van Brederode en Ruut Veenhoven) die ieder op hún manier interessante teksten voortbrachten, en waarvan ik toen (met anderen) de ‘vormgever/uitgever’ was.
Maar ook in die periode en toen ik afstudeerde bij en werkte aan de EUR voor Jan Buiter stelde mijn schrijven nog niet veel voor. Sommige stukken schaam ik me gewoon voor en ben blij dat ze waarschijnlijk door niemand meer gelezen zullen worden. Het andere kon ermee door, maar mijn draai had ik duidelijk nog niet gevonden. En die zou ik ook niet vinden in de wetenschappelijke wereld.

(wordt vervolgd)

Wankele bootjes in stamboom

Op 1 oktober schreef ik over mijn DNA, waaruit bleek dat ik 38% Scandinavische voorouders heb. Ik wist daar al iets van, door de stambomen die zoonlief Michaël momenteel opbouwt en waar al bijna 5.500 familieleden (van vier families) in kaart zijn gebracht. Daaruit bleek al dat mijn overgrootmoeder: Omie, zo noemden we haar, uit het Noorden kwam. Ik heb haar gekend, ze werd 94 jaar oud en woonde bij ons in de buurt. Zij was geboren in Delfzijl en haar ouders kwamen van het eiland Borkum, wat al een aardig stukje is naar het Noorden.

Maar nu heeft Mieg uitgevonden dat voorouders van Omie van ongeveer 1650 tot ongeveer 1850 op Helgoland woonden. Een klein eilandje zo’n 50 boven Borkum. Daar was de hoofdbezigheid walvisvaart. Veel mannen op Helgoland keerden niet terug van hun zware tochten richting Spitsbergen, waar ze maanden verbleven. Maar sommigen gelukkig wel, anders had ik dit stukje niet kunnen schrijven. Op het schilderij is duidelijk te zien hoe zwaar hun werk moet zijn geweest.

Grappig is dat Hanneke ook familie heeft die in wankele bootjes te water gingen. In haar geval vanuit Den Helder, als mensenredder. Het gaat om Dorus Rijkers, één van de grootste Nederlandse mensenredders. Foto daaronder.

Goed oud worden, hoe doe je dat?

De afgelopen maanden hebben we (o.a.) binnen de Haagse club Slimme Senior nagedacht over ouder worden, wat dat inhoudt, hoe je er tegenaan kunt kijken en hoe je ermee omgaat. Eerder schreef ik al over het boek De wijsheid van de tandeloze glimlach. Mijn stelling daarover was dat de ouderdom (zoals dat boek min of meer suggereert) niet alleen maar rozengeur en maneschijn is, maar dat je ook allerlei onverwachte rampen en ellende te wachten staan.
Inmiddels heb ik een aantal boeken en artikelen gelezen en er met diverse lotgenoten over gesproken en is het tijd voor wat (voorlopige) conclusies. Niet dat je echt uitgepraat raakt over dat onderwerp, maar toch. Maar eerst nog dit. Lees verder Goed oud worden, hoe doe je dat?

‘Omgekeerde bucket list’

Zoals de weinigen die deze blog lezen weten, gaat het hier over mijn (en andermans) naderend einde. Niet ongebruikelijk is om, als het besef van het einde daar is, een bucket list te maken. Met daarop alle ‘dingen’ die je graag nog zou willen doen voor je heengaat. Daarover is hier al e.e.a. geschreven, maar nu ontdek ik dat er ook een ‘omgekeerde bucket list’ is, al jaren zelfs. Niet echt een mooie goed bijgehouden lijst, maar wel dingen die steeds op mijn to-do-lijstjes voorkomen, in mijn achterhoofd blijven zeuren en… maar niet verdwijnen.

Het zijn de dingen die ik echt MOET doen, vind ik, voordat ik dood ga. Een aantal dingen van die lijst hebben Hanneke en ik redelijk snel aangepakt, zoals een testament maken. Maar een codicil, dat heeft toch zeker tien jaar bovenaan mijn to-do-lijst gestaan en kwam er maar niet af. Een paar jaar geleden was het dan eindelijk zo ver. En… het duurde hooguit een paar uur om zo’n codicil te maken. Je kan het zelf schrijven (met de hand, dat moet, gedateerden ondertekend) met daarin hoe je begraven wilt worden, hoe bepaalde zaken verdeeld moeten worden die niet in je testament hoeven te staan enz.

Een andere klus die ik jaren en jaren voor me heb uitgeschoven, is het digitaliseren van een flink aantal smalfilms die mijn vader in de jaren 50/60 en ik in de jaren 70/80 maakten. Op de een of andere manier bleef ik dat maar uitstellen. Het is nu eindelijk (met heel veel zuchten en steunen) gelukt. Het hele archief heb ik plechtig overgedragen aan m’n oudste zoon. Alleen zijn hier nog wat dvd’s met favoriete films, waarvan een deel op Youtube is te zien.

En zo is er nog een aantal klussen:

  • het video-archief van de Vrekkenkrant en aanverwanten digitaliseren (30-40 opnamen) en op internet zetten
  • albums met familiefoto’s van (groot)ouders en ons gezin reorganiseren en toegankelijk maken
  • persoonlijk in/uit archief van brieven e.d. afmaken en schiften
  • dozen met documenten van mijn ouders en grootouders plus familieleden sorteren en toegankelijk maken
  • en nog zo wat dingen

Naderend einde

Pas bij die laatste klus (digitaliseren smalfilms) werd me duidelijk waarom die zaken zo lang op m’n lijstjes staan. Eenvoudig gezegd: als ik ze allemaal afheb, dan kan ik sterven. En bij iedere klus komt de dood dus dichterbij. Emotioneel natuurlijk alleen maar, want wat zal de dood zich aantrekken van mijn wel of niet afwerken van lijstjes. Maar toch, zo voelt het. Daarom heb ik moeite met het aanpakken van die dingen. Een echte ‘omgekeerde bucket list’ dus. Niet met dingen die ik graag wil, maar met dingen die MOETEN voor m’n dood.

Ik dacht iets nieuws bedacht te hebben met ‘omgekeerde bucket list’, maar na even zoeken met Google bleek dat al lang te bestaan, alhoewel niet in de betekenis die ik eraan geef.

Netjes achterlaten

Je kan natuurlijk zeggen: wat kan het mij schelen wat ik achterlaat, dat zoeken m’n nabestaanden maar uit. Maar zo zit ik niet in elkaar. Het idee dat ik m’n vrouw, kinderen en anderen ook nog een enorme klus nalaat als ik dood ben, staat me tegen. Misschien heb ik teveel troep en rotzooi van anderen moeten opruimen, mensen die er blijkbaar geen moeite mee hadden dat allemaal over te laten aan anderen.
Nee, dat wil ik niet. Het zal me vast niet lukken om alles in nette ordners, albums en dozen af te leveren, maar ik ben toch al een eind op weg.

Ondanks dat daardoor het einde nader en nader komt, ga ik er toch mee door.