Categorie archief: Middelmatigheid

Middelmatigheid uitgelegd …

Op mijn voormalige site middelmatigheid.nu (alle verhalen daaruit staan nu op dit blog) heb ik een tijdje mijn best gedaan uit te leggen wat ik met middelmatigheid en de waarde ervan bedoelde. Echt gelukt is dat niet.

Nu vond ik op Youtube een filmpje van The School of Life dat e.e.a. uitlegt. Zo goed kan/kon ik het niet. Wel veel informatie in korte tijd, maar m.i. een ijzersterke tekst.
Why You Don’t Need te Be Exceptional
https://www.youtube.com/watch?v=pvgfucVF5cU

De kosmische tombola (met Kerst revisited)

Bij het voorbereiden van een speech aan het Kerstdiner (met kinderen en kleinkinderen) kwamen de hiernavolgende gedachten op, die ik uiteindelijk niet heb uitgesproken. Het is allemaal toch wat te ingewikkeld, vandaar de plaatsing hier.
Ook als vervolg op:   Een verhaal over mijn leven – 3 –.

Ieder jaar komt bij mij weer die prangende vraag op: wat vieren we eigenlijk met ons samenzijn op Kerst. Aangezien de meesten van ons (ik bedoel: aan de Kerstdis) niet gelovig zijn, biedt het Kerstverhaal, de ‘blijde’ boodschap, geen uitkomst. Een paar jaar geleden konden we ons nog vastklampen aan het Vliegende Spaghetti-monster (onderwerp van een eerdere Kerstspeech, maar ook dat biedt op den duur te weinig houvast.

Hanneke en ik zijn nu ruim boven de zeventig en je mag eigenlijk toch wel van zulke oude mensen verwachten dat ze weten wat de de zin van het leven, van het bestaan is. Wat staat ons hier te doen tijdens ons korte verblijf op aarde?
Maar daarin moet ik jullie teleurstellen, misschien snapt Hanneke het, maar voor mij blijft zo’n beetje alles wat hier op aarde gebeurt en wat me overkomen is een raadselachtige samenloop van omstandigheden.

Big Bang

Godsdienst helpt niet om meer zicht te krijgen op dat alles, integendeel. Maar misschien brengt de wetenschap uitkomst. Hoe zijn we hier terecht gekomen, hier en nu, met zijn allen? Dat is allemaal begonnen met de Big Bang. De grote oerknal waarmee het hele universum is ontstaan. We weten dat wel, maar realiseren we ons wat dat betekent?

Alles, wij allemaal en al het andere dat bestaat, bevond zich tijdens de Big Bang in een minuscuul klein punt. Alle atomen, moleculen, energie en wat er nog meer is, was samengebald in een ding zo groot als een zandkorrel. En toen … plofte die uit elkaar met een enorme knal, die overigens niet hoorbaar was in het luchtledige. In de miljarden jaren daarna ontstonden de sterren, planeten en kometen en de enorme ruimte waarin ze rondzweven.

En op een van die planeten, onze aarde, ontstond – ook weer na een hele lange tijd – het leven. Dat alles kwam uit dat ene puntje voort. De bouwstoffen van al onze lichamen zaten ooit heel dicht bij elkaar, zo dicht dat niet te begrijpen is hoe dat kon. Het is en blijft een raadsel dat we nooit zullen begrijpen, hoe we ons best ook doen. Ik noem dat de kosmische tombola, al die balletjes die er – op de een of ander manier toe geleid hebben dat we hier nu zijn.

En ons leven is ook eigenlijk een soort tombola. Natuurlijk kan je best – af en toe – wat richting geven aan je bestaan, maar voor een veel groter deel ben je bepaald door je ouders en voorouders, en door alle mensen die vanaf je geboorte om je heen hebben geleefd en gedaan. Je wilt natuurlijk wel van alles, je hebt ambitie, je wilt iets worden en soms lukt dat ook, maar dan heb je ook nog: die eeuwige pech.

Dat is helaas een onderdeel van de kosmische tombola, dat er steeds dingen gebeuren die je helemaal niet wilt. Je klimt in een boom en valt eruit, dat is pech; je valt op het ijs en kunt daardoor geen gitaar meer spelen, juist terwijl je dat nu zo graag wilt. Dat is pech, maar vergis je niet, de hele kosmos zit vol met die pech. Je kan (heel erg) ziek worden, invalide, gepest en ga zo maar door.

Tegelijkertijd is er ook geluk, je kan geluk hebben dat je een vriend of vriendin vindt van wie je houdt, met wie je graag samen bent of op reis gaat. Of je hebt werk dat je bevalt of een hobby, zoals schilderen, tekenen of schrijven, waar je zelf en anderen van kunnen genieten. Het kan ook zijn dat je een studie doet die je bevalt, die wel zwaar kan zijn, maar waar je toch genoegen aan beleeft.
Kortom, het leven is een soort tombola, er komen steeds weer balletjes uit dat ding die pech of geluk betekenen of misschien nog wat anders.
Nogmaals: het hele bestaan is een raadselachtige kosmische tombola, een loterij met nieten, kleine en grote prijzen. En hoe het allemaal zo komt? Geen idee en weinig kans dat we het ooit zullen doorgronden.

De zin van het bestaan?

Dat is: dit onder ogen zien, je er zo goed mogelijk doorheen slaan als je pech hebt en genieten als het je meezit. Iets beters bedenken als je je verveelt of als iets je tegenstaat. Dat is de zin van het bestaan. En vooral: dat alles deel je met je vrienden en familie. Die er zijn om elkaar te helpen, er doorheen te slepen. En die er zijn om samen te genieten.
Om dat – zonder sprookjesverhalen – te ‘geloven’ en ermee om te gaan, daar is moed voor nodig.

Middelmatig tegen de wind leunen …

Zoon Michaël wees ons op de film die momenteel in filmhuizen draait: Leaning into the wind, over het leven en werk van landschapskunstenaar (eigenlijk geen goede term) Andy Goldsworthy. Die hebben we gisteren gezien en dat was helemaal de moeite waard. Niet alleen omdat het een prachtige film is over een heel bijzondere kunstenaar, maar ook omdat het allemaal aansloot bij wat ik hier probeer duidelijk te maken.  Hieronder een aantal punten die de film zo waardevol maakten.

  • De rol van kunstenaars is om ons op een andere – niet rationele, niet wetenschappelijke – manier naar de werkelijkheid te laten kijken. Wat tot inzichten kan leiden die misschien wel veel verder gaan dan al onze wetenschappelijke ontdekkingen. En dat doet deze Andy precies. Wat aansluit bij een boek dat ik lees: De geschiedenis van het denken, filosofie, wetenschap, kunst en cultuur van de oudheid tot nu van André Klukhuhn.
  • Goldsworthy gaat nog verder dan Oudemans over wie ik hier eerder schreef, die ons voorhoudt dat we ons meer bewust moeten zijn van het plantaardige in onszelf. Hij laat zien dat je nog verder terug, of letterlijk dieper kan gaan door je meer met de aarde, de stenen, de rotsen te verbinden. Het gekliefde stenen pad is daar een sprekend voorbeeld van.
  • Ik durf het bijna niet te zeggen bij deze grootheid, maar ik voel me met mijn kabouterhuisjes aan hem verwant. Het is natuurlijk maar mini-mini en uiterst middelmatig, maar mijn kabouterhuisjes doen hetzelfde met de ‘natuur’ om ons heen, door je te ‘verleiden’ er eens heel anders naar te kijken, onbevooroordeeld, zonder je verstand … als een kind. Zoals hier en hier beschreven.

 

 

Een verhaal over mijn leven – 5 –

Oplettende lezers van dit vreemde blog zullen inmiddels wel denken: wanneer begint die vent nou eens met dat verhaal? We krijgen wel allerlei – min of meer – vaag geklets over ons heen over middelmatigheid, over plantaardig leven, de oerknal en wat al niet, maar waar blijft het verhaal over dat leven van Rob nou?

Dames en heren, ik moet u gelijk geven, dit duurt te lang. Wat is er aan de hand? Waar zit de weerstand om gewoon beginnen te vertellen hoe mijn leven zo’n beetje verlopen is? Het ligt er niet aan dat er misschien weinig ‘publiek’ is voor dit verhaal. De familieleden (en enkele anderen), waarvan ik verwacht dat ze het zouden willen lezen, zijn voldoende reden om aan de slag te gaan.
Nee, de weerstand zit erin dat dit voor mij echt een soort samenvatting van alles zal zijn, een definitief oordeel. Hoe ben ik hier gekomen? Wie ben ik geweest, wat heb ik gedacht en gedaan en wat is het eindresultaat van dat alles?

Ik moet toegeven dat het begrip middelmatigheid misschien wel een manier van me is geweest om me op voorhand vrij te pleiten van de periodes waarin ik (te) weinig of niets heb bereikt. Anders gezegd, zoals ik laatst tijdens een gesprek met drie dames ontdekte, als ik eerlijk ben, had ik meer willen bereiken dan ik héb bereikt. Het spijt me dat ik mijn energie, talenten en intelligentie lang niet altijd goed heb gebruikt, maar achter andere dingen heb aangerend zonder veel na te denken.
Maar hierbij beloof ik dat het afgelopen is met dat ellenlange voorwoord zonder kop noch staart. Vanaf de volgende post volgt het concrete verhaal van mijn leven.

Een verhaal over mijn leven – 4 –

Van vriend Jaap kreeg ik de onderstaande reactie op het vorige stuk (- 3 -) met dit onderwerp. Daaronder mijn antwoord aan hem.

Ik vraag me af wat je motivatie is. Je zegt zelf ergens dat je een soort evaluatie van je leven wilt maken. Je eigen leven evalueren, dat is nogal hachelijk, dunkt me. Hoe ga je te werk? Eigenlijk ben je al klaar, want je zegt dat je middelmatig bent, een middelmatig leven hebt geleid. Dat lijkt een oordeel op grond van waarden die voor jou van belang zijn.

Dit is geen negatieve constatering; integendeel, je bent blij, opgelucht, schrijf je zelfs. Die opluchting komt misschien doordat je beseft dat je je leven ‘plantaardig’ hebt geleefd. Het ging niet zozeer om de nagestreefde doelen, maar om de wonderlijke kronkelingen in je levenspad. “Ik rotzooi maar wat aan”, verzekerde Karel Appel ons, maar intussen bereikte hij toch heel wat op die intuïtieve wijze. Hij liet het min of meer aan het toeval over wat waar hoe en waarom de verf op het doek kwam.

Ik vermoed dat de term “middelmatigheid” een soort geuzennaam is. Je bevrijdt jezelf van het heilig moeten en geeft jezelf de ruimte om deze kant of die kant op te gaan, al naar gelang het licht dat je nastreeft, precies zoals een boom zijn takken die kant op stuurt waar het meeste licht is; zo krijgt hij in de loop van tientallen of zelfs honderden jaren vorm.

Toch zit die middelmatigheid me niet helemaal lekker. Je evalueert je leven, oké, maar als je meteen al begint met jezelf middelmatig te noemen, dan waardeer je je leven toch tamelijk vlak. Of niet?

Om misverstanden of zelfs ‘ongeloof’ te voorkomen, zou een goede omschrijving (ik gebruik niet het woord ‘definitie’) van de term ‘middelmatigheid’ zoals jij die gebruikt heel welkom zijn. Mogelijk komen dan ook meteen enkele waarden naar voren die in jouw evaluatie van je leven tot nu toe een rol spelen.

Bij middelmatigheid denk ik aan de vergelijkingen die je maakt. Als ik denk aan Einstein – ook al heb ik hem persoonlijk niet gekend – en kijk naar mijn eigen prestaties, dan blijft er maar weinig van mijn leven over. Zelfs middelmatigheid kan ik dan eigenlijk niet meer claimen. Anderzijds zijn er heus wel mensen met wie ik mij in mijn eigen voordeel kan vergelijken: de Anti-Einstein, zeg maar. Daartussenin zou zich dan mijn persoonlijke middelmatigheid kunnen bevinden.

Ik heb zelf niet zoveel met evaluaties. Ik ben al, dus om te zijn hoef ik niet per se iets te doen. Ik kan rustig zitten en weten dat mijn bewustzijn een uiterst wonderlijke vorm van zijn is: bewust zijn. Frappant is dat de filosofie ooit begonnen is met de vraag: wat is het Zijn? Deze vraag komt steeds weer terug, zij het soms verborgen of verbogen. Heidegger heeft die zijnsvraag in zijn hoofdwerk Zijn en tijd proberen te beantwoorden. Ik leef dat antwoord, ik ben oud en wijs genoeg om te weten wat het zijn inhoudt en daar geniet ik van (geen hedonisme!).

Ik ben benieuwd naar je eventuele autobiografie – als het tenminste de bedoeling is dat ik die ooit te lezen krijg. Op de foto zie ik een indrukwekkend archief; ik kan me voorstellen dat daar genoeg informatie en de neerslag van persoonlijke ervaringen gereed liggen om een boeiende autobiografie uit te kunnen opstellen.

Nou, tot zover dan maar voor deze keer. Ik hoop dat het niet al te middelmatig is uitgevallen.

Beste Jaap,

Dank voor je uitgebreide reactie. Het komt maar zelden voor dat lezers van m’n blog me zo’n reactie sturen. Ik stel dit bijzonder op prijs en doe hierna een poging antwoord te geven op de verschillende punten die je aan de orde stelt.

Wat mijn motivatie is?

Je valt direct met de deur in huis door die vraag te stellen. Waarom een verhaal, of erger nog: een ‘evaluatie’ als ik blijkbaar al tot een conclusie ben gekomen?
Laat ten eerste dat woord ‘evaluatie’ maar vallen. Dat had ik beter niet kunnen gebruiken. Het gaat me er eigenlijk om een verhaal op te schrijven dat wellicht de moeite waard is om gelezen te worden door mijn zonen en hun kinderen, Hanneke, haar kinderen, enkele familieleden en vrienden en – wie weet – nog andere belangstellenden. Niet als een verantwoording of evaluatie, maar als een verhaal dat hopelijk iets toevoegt aan wat ze al van me weten. Een nadere kennismaking, zeg maar. Voor na mijn dood, maar ook voor nu, voorzover al beschikbaar via dit blog.

Daarbij komt zeker mijn middelmatigheid (of de veronderstelling daarvan) aan de orde. Ik vind het zinvol juist daarover te schrijven, omdat middelmatigheid een te negatieve klank heeft en überhaupt niet de moeite lijkt om het over te hebben. Wat ik nu juist wel vind. Maar ik geef toe dat het allemaal wat verwarrend overkomt.

Eerst doen, dan denken

Dat heeft te maken met een typische eigenschap van me: eerst doen, dan denken. Ik zal waarschijnlijk op mijn 72ste niet veel meer veranderen op dat vlak. Mijn hele leven ben ik vaak ergens pardoes ingesprongen zonder veel nadenken, laat staan overwegen. Iets sprak me aan, het voelde goed, dus deed ik het. Vaak kwam ik er pas later achter wat het precies inhield waarvoor ik ‘gekozen’ had. Soms ook ontdekte ik dat er eigenlijk iets achter stak, wat ik niet wist toen ik ervoor ‘koos’, maar wat wel waardevol bleek te zijn. Overigens bleek ook vaak dat ik beter niet had kunnen beginnen aan zo’n impulsieve keus.

Dat je zo ‘leeft’ tot je zo’n beetje meerderjarig bent, is – op enkele uitzonderlijke mensen na – vrij normaal. Maar ook na mijn 20ste heb ik nog vele jaren van alles gedaan, zonder er goed bij na denken. Trouwen bijvoorbeeld. Wel begrijpelijk dat ik dat zo snel deed, na de rampspoed en ellende die zich in mijn ouderlijke gezin had afgespeeld de laatste jaren van m’n middelbare school.
Maar ook de studiekeuzes die ik maakte. Als ik daaraan terugdenk, waren die meer ingegeven door – eerst – de richting waarin mijn ouders me duwden (ingenieur worden), later door vrienden die culturele antropologie studeerden, weer later door een gewaardeerde relatie die me stimuleerde af te studeren als bedrijfssocioloog in Rotterdam. Allemaal keuzes die ik niet doordacht. Ik heb best veel aan die studies gehad, maar echt bij me passen deden ze niet. Pas veel later kwam ik erachter welk werk ik echt zinvol vond en waarin ik ook redelijk goed ben geworden.

Ik rotzooi maar wat aan

Ik zou middelmatigheid niet als een geuzennaam willen zien, omdat het geen keuze is, het overkwam me. Karel Appel rotzooide wel wat aan, maar dat deed hij – denk ik – heel bewust. Bij mij was dat niet zo. Niet dat ik denk dat het in mijn geval (en vele anderen) meer bewuster had kunnen of moeten gaan, maar het is en was een vrij willekeurig en door van alles gestuurde ontwikkeling, waar vaak best iets aardigs is uitgekomen, maar af en toe ook weinig fraais. Inderdaad zoals je de ontwikkeling van een boom beschrijft. Die hier aan de kust scheef staat door de westenwind, wat hij ook koos of (zogenaamd) wilde. Of waarvan een grote tak verdort door de droogte en afbreekt.

Jou zit die middelmatigheid niet helemaal lekker. Het spijt me dat ik het niet duidelijker kan zeggen, maar dat is nu precies wat ik aan de orde wil stellen. De meesten van ons (zoals in de normaal-curve boven dit blog) zijn gewoon middelmatig, maar dat is niet negatief, we vormen de overgrote meerderheid. Juist het besef van middelmatigheid kan me – denk ik – wat verder helpen in de richting van meer bewuste keuzes en richting. Maar nu draai ik in een kringetje rond, want als ik Oudemans moet geloven (waartoe ik geneigd ben) dan heeft het stellen van doelen überhaupt geen zin, omdat het in het leven toch allemaal anders (middelmatiger!) loopt.

Ja, en het is nodig om ‘middelmatigheid’ nader te omschrijven. Maar daarover later, want eenvoudig is dat niet. Langzamerhand vraag ik me ook af of middelmatigheid eigenlijk wel de juiste term is om duidelijk te maken wat ik wil zeggen/voel. Het onderwerp middelmatigheid (als blog) ben ik eigenlijk ook ingesprongen zonder er wat langer over na te denken. Hier zit ik, ik kon blijkbaar niet anders.
Wel weet ik dat het niet om het vergelijken gaat met anderen, Einstein of niet. Het gaat meer over hoe het leven en levens als de onze in elkaar zitten, hoe die zich ontwikkelen. Woorden die daarmee te maken hebben zijn: willekeur, toeval, (on)geluk. Heel gewoon, met misschien af en toe een uitschieter naar de goede of de slechte kant. En of ik daar nu echt voor gekozen hebt?

Zijn

Ik begrijp enigszins wat je zegt over ‘zijn’ en Heidegger. Maar zelf heb ik moeite om te zeggen: ik ben, en dat is me voldoende of daar geniet ik van. Misschien zal het daarop uitdraaien; ik denk dat jij daar verder in bent dan ik.

Zo langzamerhand staat mijn ‘autobiografie’ in de stijgers. Het zal meer een aantal autobiografische verhalen worden.
Binnenkort komen daar stukken van op papier en op dit blog te staan.
(wordt vervolgd)

Middelmatigheid, meen je dat echt?

Onderstaand artikel is eerder gepubliceerd op middelmatigheid.nu. Deze site wordt binnenkort opgeheven. Alle (relevante) artikelen van die site zijn overgeplaatst naar dit blog (robvaneeden.com).

Hier en daar vertel ik voorzichtig dat ik deze site (middelmatigheid.nu dus) ben begonnen en stuit daarbij – op een enkele uitzondering na – op verbazing en onbegrip. “Jij middelmatig, kom nou! Als er iemand niet middelmatig is, dan ben jij het wel. Met al je/jullie projecten en acties, bedrijven en initiatieven, hoe kun je dat nou middelmatig noemen?”

  • “De mensen, die het best in de wereld slagen, zijn zij, die de geest van de middelmatigheid hebben.”
    Rémy Montalée, Frans toneelschrijver, 19e eeuw.
  • “Middelmatigheid van geest en traagheid maken meer wijsgeren dan het nadenken.”
    Vauvenargues, Frans filosoof, 1715-1747.

Ik geef toe, het is nogal vaag en onduidelijk wat ik zeg en probeer op te schrijven. Toch dringt steeds meer tot me door dat ikzelf niet anders meer kan denken over mijn leven dan als middelmatig, normaal, niet bijzonder. “Ben je niet depressief aan het worden?” werd me ook gevraagd. Nee, juist niet, mijn middelmatigheid, mijn niet-bijzonderheid voelt juist als een opluchting. Er is misschien een andere manier waarop ik dat duidelijk kan maken.

Hanneke kreeg een boek aangeraden: Plantaardig, vegetatieve filosofie. Een wonderlijk boek. Sommige delen zijn goed leesbaar en maken duidelijk waar het de schrijver om gaat.

Wij mensen zijn meer verwant aan planten en bomen dat we beseffen. De plantaardige natuur heeft ook veel meer om het lijf dan we denken, is veel intelligenter en georganiseerder dan we ons realiseren. We zouden ons daar meer naar moeten gedragen. Andere delen van het boek zijn – in ieder geval voor mij – grotendeels onbegrijpelijke aaneenschakelingen van citaten van een menigte aan biologen, wetenschappers en filosofen uit alle eeuwen, gelardeerd met complexe zinnen die je de haren te berge doen rijzen.

Toch is het een zinnig verhaal dat in al die tekst verborgen is. Enigszins te begrijpen als je de groene bladzijden leest die aan ieder van de zes delen van het boek voorafgaan. En ook door de waarschuwing van de schrijver, voor in het boek: “U ziet uzelf graag als iemand die zelf nadenkt, informatie verzamelt en beslissingen neemt. U erkent wel dat u bepaald wordt door driften en genen, maar dan toch in mindere mate dan dieren. Laat staan planten en bomen. Zij kunnen niet bewegen, nemen geen beslissingen en werken niet samen, zoals hogere organismen. Dacht U”.

 

 

Een verhaal over mijn leven?

In en om dit bureau en in de kast (foto links) staat zo’n beetje alles wat ik bewaard heb van de afgelopen bijna 72 jaar.

Al lang denk ik, af en toe, het is geen obsessie, aan het schrijven van een verhaal over mijn leven.
Op de een of andere manier komt het er niet van, maar dat stopt het denken erover niet. Bij het doorbladeren van foto-albums, bij het lezen van boeken, zoals nu Bonjour tristesse of als ik de papieren restanten van mijn leven aan het ordenen en opbergen ben in ordners en archiefdozen.
Het is aardig wat, maar niet zoveel dat het een onoverkomelijke klus zou zijn e.e.a. nog meer en overzichtelijker te ordenen en aan de hand ervan een chronologisch verslag te maken, want dat zou het m.i. moeten worden.

Maar wat wil ik ermee?

Wat ik wil zeggen, althans dat dringt zich steeds sterker aan me op, is dat mijn leven eigenlijk heel gewoon en middelmatig is geweest. Voor een aanzienlijk deel grotendeels onbewust en zonder sturing (althans door mezelf). Ik heb eigenlijk maar wat gedaan, op mijn gevoel afgaand, denk ik, maar zeker ben ik er niet van. Je zou ook kunnen zeggen dat ‘op mijn gevoel afgaan’ niet onbewust en ongestuurd is. Maar mijn gevoel lijkt met (na vele jaren) toch een slechte raadgever. Of toch niet. Ik weet het niet.

Als ik zoiets vertel aan familie, vrienden of kennissen, dan reageren ze met ongeloof: jij, middelmatig? Je hebt zoveel ondernomen in je leven, zoveel banen, bedrijven, projecten, acties en nog veel meer. Zoveel bereikt ook. Hoe kan jouw leven nou gewoon of middelmatig zijn?
Er is natuurlijk meer dan alleen middelmatigheid, maar dit voert momenteel de boventoon (ik word binnenkort 72).

Voor wie zou ik het schrijven?

Het eerste denk ik dan aan Michaël, mijn oudste zoon, vooral natuurlijk omdat hij er – naast Hanneke – het meest mee te maken heeft gehad. Ook wel anderen, Hanneke natuurlijk, alhoewel ik denk dat het haar misschien toch minder zal interesseren, omdat zij – hoogstwaarschijnlijk – al een beter beeld heeft van mijn leven dan ikzelf. Misschien is het voor meer mensen interessant. Zeker weet ik dat het geen ‘grootse literatuur’ is of zou kunnen worden, ondanks af en toe spannende en gekke verhalen. Eerdere pogingen in die richting hebben me geleerd dat ik daar niet toe in staat ben.

  • Toen ik een jaar of 9 was, kreeg ik voor een opstel op school een hoog cijfer en vertelde dat trots aan mijn vader. Ik wil later schrijver worden, zei ik.
    Zijn antwoord was: nooit doen jongen, in Nederland valt daar geen droog brood mee te verdienen.

Toch houd ik van schrijven

Het heeft wel even geduurd voordat ik serieus ging schrijven, want tijdens mijn school en studie stelden het niet veel voor. De interesse voor schrijven en wat dat betekende en teweeg kon brengen, kwam pas op gang toen ik bij Stimezo Nederland werkte, waar ik in contact kwam met mensen (Paul Schnabel, Evert Ketting, Paul van Brederode en Ruut Veenhoven) die ieder op hún manier interessante teksten voortbrachten, en waarvan ik toen (met anderen) de ‘vormgever/uitgever’ was.
Maar ook in die periode en toen ik afstudeerde bij en werkte aan de EUR voor Jan Buiter stelde mijn schrijven nog niet veel voor. Sommige stukken schaam ik me gewoon voor en ben blij dat ze waarschijnlijk door niemand meer gelezen zullen worden. Het andere kon ermee door, maar mijn draai had ik duidelijk nog niet gevonden. En die zou ik ook niet vinden in de wetenschappelijke wereld.

(wordt vervolgd)