Hanneke’s levensverhaal (12)

Van 48 tot 49 jaar, consuminderen in Den Haag

In het laatste jaar dat Hanneke in Schiedam werkte begon het te ‘kriebelen’ op een heel ander vlak. Ik werkte inmiddels bij het Centrum voor Energiebesparing en schone technologie (CE) in Delft en kwam thuis met verhalen thuis over de Club van Rome, energiebesparing, alternatieve energie, recycling etc. We spraken daar veel over en Hanneke betrok het direct op zichzelf. Wat zou ik daaraan kunnen doen? Hoe zouden wij ons leven zo kunnen inrichten dat we minder impact op de aarde en het milieu hebben? Wat was onze ‘voetafdruk’?
We hadden inmiddels beiden een goed inkomen en gaven aardig wat geld uit aan vakanties, boeken, uitgaan, abonnementen etc. Ikzelf zat daar op dat moment niet zo mee, maar Hanneke steeds meer. Eigenlijk was ze onze luxe leventje een beetje zat, zei ze. Echt genieten van al die luxe bevredigde niet meer.

Hanneke besloot om een brief aan haar familiekring te sturen, waarin ze uitlegde wat ze wilde: minder consumeren om de aarde te sparen. Het was een positieve grappige brief, waarin ze ook voor sommige familieleden suggesties deed, een beetje plagerig.
Al snel kwamen er reacties binnen, waarin eigenlijk bijna iedereen suggesties deed hoe hij of zij zou kunnen bezuinigen. Het verwonderde ons dat de meesten zo positief reageerden. Dat stimuleerde mij om ook eens na te denken over mijn consumptiepatroon. En het leek niet zo moeilijk allerlei besparingen te realiseren op mijn toenmalige ‘bourgondische’ leefstijl..

Herman Verheij, medewerker van het ministerie van VROM, lanceerde in 1991 het woord consuminderen. En wat Hanneke in die periode wilde was precies dat: consuminderen, minder consumeren, minder grondstoffen gebruiken, minder afval en uitstoot veroorzaken. Maar wel zo dat de kwaliteit van ons leven er niet op achteruit zou gaan.
Het duurde nog een tijdje voor ik overtuigd raakte van het nut en het mogelijke effect van ‘vrijwillige consumptievermindering’, maar toen dat eenmaal zo ver was, stelde ik voor om het dan maar samen te gaan proberen en uit te zoeken tot hoe ver we konden gaan. Ik werd zelfs radicaler dan Hanneke.

Alle abonnementen opzeggen, niet meer uit eten, veel meer uit onze moestuin gebruiken, zo goedkoop mogelijk op vakantie, lid van de bibliotheek worden en daar kranten en tijdschriften lezen en boeken lenen in plaats van kopen. Geen dure dure broodjes meer als lunch op het werk, maar een broodtrommeltje mee. Geen nieuwe kleren meer kopen enz. enz.
Toen we er eenmaal aan begonnen werd het een soort sport om alles zo goedkoop mogelijk te doen. We hadden daar nooit zo over nagedacht maar de mogelijkheden bleken bijna onbeperkt. Zeker met onze inkomens en uitgave-patroon.

In die tijd lazen we een artikel in Vrij Nederland over een Amerikaans blad: de Tightwad Gazette, dat een enorm succes was in de States. De schrijfster was zelfs bij Oprah Winfrey geweest en had inmiddels meer dan 100.000 abonnees. Mijn zoon werkte toen in Amerika en we vroegen hem alle ex. van het blad te kopen en naar ons te sturen. De blaadjes sloegen in als een bom. Amy Dacyczyn, de maakster van het blad, voelde direct als een zielsverwant, die op een luchtige en humoristische manier allerlei praktische en handige tips gaf in een klein blaadje met leuke tekeningen en illustraties. Een blad zonder reclame, dat ook.

Binnen een half jaar werd duidelijk dat we aanzienlijk konden bezuinigen, zonder een centje pijn. Sterker nog, ons leven werd aangenamer. Onze creativiteit werd enorm aangesproken. En we maakten allerlei nieuwe ontmoetingen en avonturen mee.
Hanneke ik hadden onze financiën altijd gescheiden gehouden. Hanneke had al aardig wat spaargeld, maar ik had schulden en een niet afgeloste hypotheek. Maar nu kon ik mijn schulden gaan aflossen en extra aflossen op de hypotheek. Wie had dat ooit voor mogelijk gehouden, ik niet!

Hanneke’s levensverhaal (11)

Van 42 tot 48 jaar, De Essenlaan in Schiedam

In de voorafgaande jaren kreeg de oudste dochter van Hanneke steeds meer problemen met druggebruik. Wij wisten ons daar in het begin geen raad mee. Hanneke liet het daarbij niet zitten en nam contact op met de Emily Hoeve, waar (ex-)drugsverslaafden een innovatieve aanpak kregen van minimaal een jaar dag en nacht wonen in de Emily Hoeve met intensieve begeleiding en (groeps)therapie, waar ook de ouders en relaties van de bewoners nauw bij betrokken werden.

Ze was enthousiast over deze aanpak en kwam in contact met een soortgelijke kliniek in Schiedam: de Essenlaan, kliniek voor verslavingsziekten, onderdeel van de Bouman-stichting. Terwijl haar dochter daar opgenomen was (met inmiddels een eigen dochter) solliciteerde Hanneke er en werd aangenomen.
Een van de vele regels van de ‘commune’, zoals ie genoemd werd, was dat je als nieuwe medewerker het programma voor de bewoners – in snel tempo van drie weken – helemaal moest doorlopen. Dat was een zware periode: geen contact met het thuisfront en de sterk hiërarchische aanpak met in het begin de ‘wasteil’ met vooral schoonmaakwerk en de rotste klusjes tot je op het laatst lid werd van de ‘staf’.
Het waren weken waarin ze ‘onderworpen’ werd aan extreme therapieën, zoals dynamische meditatie en straffen – als je je niet aan de regels had gehouden – met terugzetting in de hiërarchie en ‘haircuts’, zoals dat toen heette.

Ondanks haar weerzin tegen het programma doorliep ze het en kreeg een centrale functie in het geheel, waarbij zij na een inwerkperiode vooral werkte aan het herstellen van de relaties die de bewoners voor hun opname hadden met ouders, partners, vrienden, mede-verslaafden.
Ik kreeg bewondering voor haar werk met de bewoners, waaronder bepaald geen lieverdjes. Op een open dag was ik getuige van een soort confrontatie tussen bewoners en hun relaties, in een soort Lagerhuis-aanpak. Hanneke had de leiding en ik zag haar voor het eerst in haar rol als contactmaker en bemiddelaar tussen de twee ‘partijen’, waar natuurlijk van nog alles speelde en de emoties hoog opliepen.

Later zei ik tegen Hanneke dat ik nooit meer bij zoiets in ‘die’ commune wilde zijn, het zeer onaangenaam had gevonden met zoveel ‘enge’ mensen. Maar dat ik had gezien dat Hanneke er helemaal op haar plek was en goed werk deed tussen incest- en geweldplegers, criminelen en ex-verslaafden.
Zeven jaar werkte ze er en doorliep in die tijd opleidingen op het gebied van verslavings- en gezinstherapie. Ik begreep niet hoe ze het volhield. Maar ze maakte er echt haar vak van. Ging er fluitend naar toe en kwam moe, maar tevreden weer thuis.

Hanneke’s levensverhaal (10)

Van 39 tot 42 jaar, Planwinkel in Delft en CAN Den Haag

Hanneke moest – tot haar grote spijt – stoppen met het Kringloopcentrum aan de Prinsegracht in Den Haag. Inmiddels had ik op de bovenverdieping van hetzelfde pand mijn Voddenweverij Ave gevestigd en was actief geworden bij de stichting Memo, die landelijke mens- en milieuvriendelijke bedrijven stimuleerde. In Den Haag richtte ik, met anderen, stichting Schep je eigen werk op en had contact met soortgelijke initiatieven in andere steden. Zo kwam Hanneke in contact met Patrick Boel, oprichter van de Planwinkel in Delft, die zich ook richtte memo-bedrijven, bedrijfsverzamelverbouwen, cursussen voor startende ondernemers en aanverwante activiteiten. Al snel trad ze daar in dienst.

Daar werd ze actief in advieswerk aan startende ondernemers, het opzetten en beheren van bedrijfsverzamelgebouwen in diverse steden in Zuid Holland. Ook startte ze cursussen voor herintredende vrouwen, vaak vrouwen van boven de veertig, die – nu hun kinderen groot waren – zochten naar een zinvolle invulling van hun beroepsmatige levens. Een emancipatieproces dat voor veel vrouwen spannend en nieuw was, na jaren ‘alleen’ in de huishouding gewerkt te hebben. Het werk in de Planwinkel beviel Hanneke zeer en spoorde goed met de opleidingen die ze volgde. Het was een club met actieve en creatieve ‘vrije’ geesten, met wie ze goed kon omgaan.

Overigens werkte Hanneke in deze periode ook part-time voor de Club Actieven Niet-rokers (CAN). Zelf waren we een paar jaar daarvoor samen gestopt met roken. Als therapeutisch stafmedewerker gaf ze telefonisch en persoonlijk thuis advies aan mensen die veel moeite hadden met het (moeten) verblijven in ruimtes waar gerookt werd, en daar niet tegen konden, vooral om gezondheidsredenen.

Hanneke’s levensverhaal (9)

Van 35 tot 45 jaar, studie

Hanneke had inmiddels bij diverse banen gemerkt dat ze kon werken op HBO+ niveau. Maar dat had ze niet met haar drie jaar lyceum. Eigenlijk wilde ze ook graag meer leren op het gebied van maatschappelijk werk en therapie.

Ze begon met een opleiding voor Gestalt-therapeut bij Nel in ’t Veld, in Rotterdam, die ze na drie jaar afrondde. Daarna volgde ze (na een colloquium doctum) een HBO-opleiding Verlavingstherapie-hulpverlening. Als afsluiting deed Hanneke een post-HBO-opleiding bij Iván Böszörményi-Nagy voor contextuele therapeut, waarvoor ze cum laude slaagde.
Ook volgde ze diverse workshops en masterclasses, o.a. bij Alan Schwarz in bio-energetica. Dit alles deed naast haar betaalde werk en gezinszorg. 

Hanneke, mensenredder!

Gedeelte van de tekst uitgesproken door echtgenoot Rob van Eeden tijdens de begrafenis van Hanneke van Veen.

Hanneke werd geboren in Den Helder, een stad waar ze zich niet heeft thuis gevoeld. Een beroemd Den Heldenaar was haar oudoom Dorus Rijkers, mensenredder van meer dan 250 personen, die hij met veel andere vrijwilligers in een roeiboot uit de kolkende zee haalde met de reddingsbrigade.

Daar komt het misschien vandaan, dat mensen redden van Hanneke, wat ze al vanaf een heel jonge leeftijd ging doen. Hanneke is een mensenredder geweest. Of het nu ging om verslaafden, psychisch gestoorden, anorexia patiënten, Papoea’s, dubbel gehandicapten, analfabete vrouwen in Nepal of stervenden, ze werkte bij al die mensen met plezier. Fluitend reed ze heen en terug. Haar motto: het kan alleen maar beter worden.

Ja, ze was een mensenredder, ook mij heeft ze gered van een vrij richtingloos figuur toen ik haar pas kende. Wie ik ben geworden heb ik voor een groot deel aan haar te danken.

En natuurlijk was er de Vrekkentijd, van 1991 af zo’n 20 jaar, zich inzetten voor de toekomst van onze planeet door te pleiten voor vrijwillige consumptie-vermindering. Die jaren waren het hoogtepunt van ons leven. Daarover is van alles te vinden in haar boeken, op haar en mijn weblog, onze Wikipedia pagina’s en ons kranten- en tijdschriftenarchief met zo’n 1.000 artikelen in binnen- en buitenland. En het Vrekkenarchief op Youtube met meer dan twintig video’s van tv-optredens.

Later werd Hanneke ook nog natuurredder, met bloemen, planten, geveltuintjes en vooral bomen planten. Vele duizenden heeft ze er laten planten met haar spaarcentjes.

Daarover wil ik het nu niet verder hebben. Binnenkort komt de biografie van haar werkend leven af. Tot haar veertigste jaar is die al op mijn blog gepubliceerd.

Waar ik het vooral over wil hebben is het laatste half jaar in verpleeghuis de Herbergier. De beste plek die we voor haar konden vinden met allemaal toegewijde verzorgers en hulpverleners. Toch heeft ze zich daar vaak ongelukkig gevoeld. Door haar gebrek aan ziekte-inzicht kon ze niet begrijpen waarom ze daar ‘opgesloten’ was. En door haar afasie kon ze steeds minder begrijpelijk praten en verstaan.

Allerlei medicatie hielp meestal niet goed. Een paar weken geleden begon zie voedsel te weigeren en de laatste dagen ook drinken. Toen de morfine en de dormicum kwamen werd ze eindelijk uit haar lijden verlost.

Toch heb ik ook in de tijd in de Herbergier veel van haar geleerd. Allereerst het dansen, bijna dagelijks dansten we in haar kamer, wekelijks op de dansochtend in de Herbergier en maandelijks in Amare, dan was ze in haar element en blij.

Ook leerde ze me observeren in de natuur, als we wandelden zag ze ieder plantje, ieder bloemetje, waar ik mijn hele leven aan voorbij gelopen was. Zij zag het, plukte het en maakte er mooie boeketjes van.

En naar muziek luisteren, vooral klassieke muziek, waar ze eigenlijk haar hele leven een hekel aan had gehad. Met haar heb ik naar Bach, Beethoven en Brahms e.v.a. geluisterd, beiden tot tranen toe geroerd. Dat waren heel intieme momenten.

Maar het fijnste was haar tederheid. Ik bezocht haar die veertien maanden in de Herbergier bijna elke dag, ook toen ze me niet meer herkende. Maar na een kwartiertje heel dicht naast elkaar begon het getortel en zaten we elkaar als een verliefd stelletje zoentjes te geven en vast te houden. Een paar dagen voor haar sterven reikte ze, liggend in bed, met haar handen naar mijn gezicht en streelde m’n wangen terwijl ze zachtjes zei: “Lief, lief, lief.” 

Twee en vijftig jaar lang hebben we van elkaar gehouden, van het begin tot het eind. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.

Hanneke is overleden

Op 25 juni 2025 is Hanneke van Veen overleden, na een verblijf van 14 maanden in de Haagse Herbergier.

Hanneke’s levensverhaal (8)

Van 37 tot 39 jaar, Kringloopcentrum in Den Haag

Hanneke was al jaren verbonden aan Emmaus Den Haag aan de Prinsegracht 36. Ze runde daar op zaterdagen ‘de boetiek’, de grote voorkamer aan de straatkant, met luxere artikelen, kunst en bijzondere kleding. Aan het (gekraakte) pand van Emmaus Welvaartsresten werd nog druk opgeknapt en verbouwd, net als aan de Barth-kapel in de achtertuin van Emmaus.
Toen Hanneke het plan had opgevat een Kringloopcentrum in den Haag te beginnen, lag het voor de hand dat te vestigen in het naastgelegen pand op Prinsegracht nummer 38. Dat was in deplorabele staat, al jaren leegstaand en grotendeels leeggeroofd van alle lood, koper en zink, deuren en kozijnen en andere waardevolle materialen. Maar daarom niet getreurd. Het werd ook gekraakt, door Simon Kamper, leider van Emmaus en Hanneke.

Aller noodzakelijkst was om het pand wind- en waterdicht te krijgen. Al snel werd duidelijk dat de gehele dakbedekking: veel houten binten, daklatten, zink- en loodwerk vernieuwd moest worden. Met een grote groep vrijwilligers werd deze reuzenklus aangepakt. Een ooit fraai 18de eeuws grachtenpand werd in enkele maanden bewoonbaar en bruikbaar gemaakt. Terwijl het gemeentelijk beleid er duidelijk al jaren op gericht was geweest het pand zo te laten verloederen dat het wel gesloopt moest worden.
Ook binnen werd veel werk verricht, zodat in 1981 het Kringloopcentrum kon worden geopend met op de bovenverdieping voddenweverij AVE van ondergetekende.
Bedoeling van het Kringloopcentrum was om daar meer in te zamelen dan Emmaus deed. Zo waren er projecten voor herbruikbaar glas, speciale flessen, zilverfixeer en nog veel meer. Hiervoor werd een ruime subsidie verkregen, waarvan ook enkele medewerkers, ook Hanneke konden worden betaald.

In de inmiddels opgeknapte Barth-kapel werd – ter gelegenheid van de opening – een tentoonstelling over hergebruik gehouden. Daarna volgde een groot project dat tot doel had een beeld te krijgen van glazen verpakkingsmaterialen zonder statiegeld. De inzameling ervan werd gestimuleerd door een dubbeltje te betalen aan een ieder die een nieuw verschillend flesje, potje of glas inleverde. Hiervan werd een imposante tentoonstelling gehouden op de eerste etage van het centrum, waar werkelijk alle wanden – van vloeren tot aan plafonds – vol met glazen verpakkingen stonden.
Helaas werd enkele maanden daarna de subsidiëring stopgezet door bezuinigingsmaatregelen en moest dit unieke centrum zijn deuren sluiten.

Hanneke’s levensverhaal (7)

Van 34 tot 37 jaar, bij De Kleine Aarde in Boxtel

Na haar vertrek bij de X-Y-beweging vond Hanneke (1977) full-time werk als financieel coördinator bij De Kleine Aarde (DKA) in Boxtel. Het was een heel gedoe om die volle baan, zo ver van huis, te combineren met de zorg voor het gezin. Maar – samen met mij – lukte het. Het leek Hanneke fantastisch om mee te werken aan een pioniersproject als DKA.

In 1972 werd DKA gesticht naar aanleiding van de zorgen die Sietz Leeflang en anderen hadden over de toenmalige toestand van het milieu en de verwachtingen voor de toekomst. Zij vonden dat er iets moest veranderen in hoe de mens met zijn omgeving omgaat en dat daartoe concrete alternatieven nodig waren. Het werd een van de eerste centra dat kleinschalige technieken ontwikkelde om het milieu te ontlasten.

Naast het financieel-administratieve werk werd Hanneke daar actief in de grote moestuin en binnen de uitgeversgroep die het blad van DKA uitgaf en folders, brochure en boeken publiceerde. Nadat ze een aantal artikelen voor het blad had geschreven, stelde Hanneke voor om een boek uit te geven over hergebruik. Ondanks weinig enthousiasme daarover bij de uitgeverij-groep zette ze door en kwam het Hergebruikboek in 1980 uit en kreeg snel een tweede druk. Er werden meer dan 20.000 ex. van verkocht.

Na er een aantal jaren te hebben gewerkt, werd steeds duidelijker dat er veel schortte aan de financiële organisatie. Er waren diverse ‘groepen’ actief, voor de uitgeverij, de moestuin, de winkel, de experimentele gebouwen, de rondleidingen enz. Het was de bedoeling dat al die groepen zelfstandig draaiden, maar de administratie van e.e.a. was zo gebrekkig dat dat helemaal niet was na te gaan.

Ook bleek dat de oprichter/directeur van DKA in feite een systeem van patronage had opgezet. Naast (lage) lonen kregen veel medewerkers gunsten, zoals groente mee naar huis nemen, artikelen uit de winkel, gebruik maken van de apparatuur van de uitgeverij voor eigen gebruik enz. Allemaal loon in natura dat niet was terug te vinden in de boeken. Nu DKA fikse overheidssubsidie kreeg, moest wel een betere administratie worden opgezet. Toen Hanneke de patronage aan de orde stelde en een nieuw systeem van administreren, ontstond en hevig conflict tussen haar en de directeur. Uiteindelijk bleek – ook nadat een groot deel van het personeel z’n vertrouwen had opgezegd – onvermijdelijk dat Sietz Leeflang het veld moest ruimen. Dat was de tweede directeur die sneuvelde na de komst van Hanneke in een organisatie.
Kort daarna besloot ze ontslag te nemen om een nieuw project in Den Haag op te zetten op het gebied van haar succesvolle boek: het Hergebruikboek.

Hanneke’s levensverhaal (6)

Van 30 tot 33 jaar, commune en werk in Den Haag

De voorafgaande vijf ‘afleveringen’ over het levensverhaal van Hanneke spelen zich af in de jaren dat Hanneke en ik elkaar nog niet ontmoet hadden. De teksten (met ongetwijfeld maar een fractie van wat er toen allemaal gebeurd is) zijn samengesteld uit de vele verhalen die Hanneke mij verteld heeft. Ook hebben enkele familieleden, vooral haar oudere zus Marieke en haar ex-man aardig wat aanvullende informatie gegeven.

In 1972 ontmoetten Hanneke en ik elkaar voor het eerst via de anti-autoritaire kresj. Wat ik me vooral herinner van het eerste bezoek aan haar was de grote orde en netheid in dat prachtige huis aan de Hugo de Grootstraat, waar ze in groepsverband woonde. Het kon zo in Schöner Wohnen met zijn Deens-achtige inrichting: heerlijk licht, schoon en georganiseerd.
Een schril contrast was het met de commune aan de Zwarteweg waar ik woonde na mijn scheiding in Groningen.

In de ‘Marxistisch-Leninistische commune de Rode Algemene’, waar ook de antiautoritaire kresj gevestigd was, heerste chaos op bijna elk vlak. Het was een groot pand, voormalig onderkomen van Huize Hazebroek, een bekende traiteur in Den Haag. Daarover zou ook een (soms wel) schokkend verhaal te vertellen zijn.
Oh, wat trok dat huis van Hanneke en haar huisgenoten me aan. Tijdens een kresjvergadering op 21-4-1973 sloeg de vonk tussen Hanneke en mij over en kort daarna trok ik bij Hanneke in, enigszins tegen haar zin, maar ik was niet te tegen te houden.

Zoals eerder gemeld werkte Hanneke bij de XminY-beweging. Zij had het de eerste jaren naar haar zin op dit werk, maar langzaam aan ontstonden irritaties over haar directeur van het kleine bureau van de stichting. Ze was het helemaal eens met de doelstellingen en het feit dat door de bijdragen van deelnemers veel radicale doelen in de Derde Wereld werden gesteund. Maar hoe het bureau (drie medewerkers onder een bestuur) zelf functioneerde, klopte volgens haar helemaal niet.

Gelijke verdeling van inkomen, kennis en macht was ver te zoeken op het kantoor van de beweging zelf. Hanneke stelde dit aan de orde in het bestuur, maar het lukte niet om het conflict hierover tussen haar en (vooral) de directeur op te lossen. Het bestuur van de stichting met o.a. Sjef Theunis (directeur van de Novib) en Jan Pronk (minister van Ontwikkelingssamenwerking) besloot uiteindelijk de strijdende partijen beiden te ontslaan. De redelijk riante afvloeiingsregeling die ze ontvingen accepteerde Hanneke niet. Het bedrag werd op haar verzoek geschonken aan de Mondlane stichting.

Inmiddels was Hanneke in haar vrije tijd, samen met haar zus Marieke en anderen, druk bezig met het verspreiden van een lange open brief van de arts Helen Caldicott, gebaseerd op haar boek Nuclear Madness: What You Can Do! Daarin werden de gevaren van nucleaire energie-opwekking en alles wat er het gevolg van kan zijn, aan de orde gesteld. En vooral wat wij, als eenvoudige burgers, kunnen doen om dat tegen te gaan. Vele tienduizenden brieven werden over het hele land verspreid aan organisaties, actiegroepen in individuen.

Hanneke’s levensverhaal (5)

Van 25-30 jaar, verhuizing naar en eerste jaren in Den Haag

In de nieuwe Haagse wijk Mariahoeve woonde het gezin in een flat op de 11de etage. Begin 1969 werd Hanneke zwanger en ontdekte al snel dat het bestaan in zo’n flat nogal eenzaam was. Henk had het druk met zijn nieuwe baan en politieke activiteiten. Einde oktober ’69 werd Barbara geboren. Hanneke, met de zorg van een dochter van acht jaar en de pasgeboren baby zag weinig mogelijkheden om te werken. Ze ontdekte al snel dat veel vrouwen in haar flat en omgeving in vergelijkbare situaties zaten.

In Amsterdam had Hanneke kennisgemaakt met overblijfcentra, waardoor moeders hun kinderen tussen de middag niet meer hoefden ophalen. Daardoor kregen ze meer mogelijkheden om te werken of voor andere activiteiten. Inmiddels had ze contact gekregen met MVM (Man Vrouw Maatschappij, de ‘brave’ variant van Dolle Mina). Onder andere via hen, eigen kennissen en scholen in de buurt startte ze een overblijfcentrum. Een paar jaar later waren dat er meer dan twintig, verspreid over heel Den Haag, ondergebracht in de stichting ‘Van 12 tot 2.’

Ook besloten zij en Henk om naar een andere woning te zoeken, meer in het centrum van Den Haag en liefst met anderen. Pogingen om dat via Centraal Wonen te doen liepen op niets uit. Uiteindelijk lukte het om met enkele vrienden een groot herenhuis te kopen in de Hugo de Grootstraat, waar een ‘Elastische Gezinsgemeenschap’ werd gestart in 1971. Voor het onderbrengen van Barbara in een dagverblijf kreeg Hanneke contact met de al enkele jaren bestaande anti-autoritaire kresj ‘De Kleine Witte’, met een twintigtal kinderen. Gerund door de ouders zelf (in de Assendelftstraat).

Ook vond Hanneke werk bij de XminY beweging. Door de Novib gestart en gericht op meer radicale bevrijdingsbewegingen zoals o.a. Frelimo, Chileense studenten en ANC. De ‘X’ staat voor het percentage dat ieder rijk land zou moeten geven aan Derde Wereldlanden en de ‘Y’ voor het percentage dat daadwerkelijk wordt afgedragen. Het verschil is wat de deelnemers vrijwillig konden bijdragen, een soort wereldbelasting. Motto van XminY: gelijke verdeling van inkomen, kennis en macht.