Maandelijks archief: januari 2025

Hanneke’s levensverhaal (2)

Van 0 tot 10 jaar, jonge jaren in Den Helder

Johanna Hendrika (Hanneke) van Veen werd in Den Helder geboren op 6 september 1943, een niet geplande geboorte in de moeilijke oorlogsjaren. Vader was bloemist/hovenier, moeder onderwijzeres en er waren twee oudere zusjes, beiden voor de oorlog geboren.
Een klein jaar na haar geboorte werd het gezin – door de hevige bombardementen (van de geallieerden) op de Duitse stellingen in Den Helder geëvacueerd naar twee adressen. Marieke van negen en Ineke van zes gingen naar een gezin in de omgeving van Hoorn, Hannie, zoals ze toen nog heette, met haar ouders naar een boerengezin op Wieringen. Het waren streng gelovige, ongastvrije mensen, die met tegenzin hadden moeten instemmen met de evacuatie. Ze duldden geen geluidsoverlast of beschadiging van meubilair of wat dan ook. Hannie huilde veel en werd daarom vaak in de kinderwagen in de koeienstal gezet.
Het was hongerwinter. Soms ging moeder met Hanneke in de kinderwagen stiekem wat extra’s halen in een gaarkeuken. Dat mocht het gastgezin niet merken, helemaal niet op zondag.

In 1945 verhuisden ze terug naar hun woning/winkel aan Van Galenstraat in Den Helder. Daar viel Hanneke uit haar bedje en kreeg een lelijke wond op haar voorhoofd door een gebroken lampetkan. Haar vader moest laat in de avond naar een dokter lopen. Het lidteken is nog steeds te zien.
Een jaar later werd Henkie (nu Dimitri) geboren en was het gezin compleet. Hun bestaan was vrij karig, de bloemenzaak en het hovenierswerk liepen niet goed. Ook was het inkomen van moeder laag. Als getrouwde vrouw kreeg ze geen vaste aanstelling, maar werd invalkracht, vaak op scholen in achterstandswijken: zwaar werk met grote klassen. Toch moest ze blijven werken, omdat van het inkomen van haar man niet te leven was.
Later, toen vader Lydius actief werd in de linkse pacifistische politiek, was dat niet bepaald bevordelijk voor de winkelomzet en tuinwerk in deze marinestad. Het was geen armoede, maar breed hadden ze het niet. Vakantie was hooguit logeren bij familie of in hun huis als die zelf op vakantie waren.

Op de lagere school was Hanneke een brave leerling, soms het lievelingetje van de meester. Af en toe spijbelde ze, vooral omdat ze ze graag buiten was, op de dijk bij het water of in de natuur. 
Al tijdens de lagere school begon Hanneke voor het gezin te ‘zorgen’. Ze zag hoe zwaar haar moeder het had, hoe moe ze vaak was en hoe weinig haar vader bijdroeg aan de huishouding. Vroeg in de ochtend, voordat iedereen op was, ging ze naar de woonkamer om de tafel te dekken. Ook deed ze in haar eentje de afwas en ruimde vaak op als het een rommeltje was in de kamer en er bezoek verwacht werd.

Vader Lydius had het minder ver geschopt dan zijn broers en vader en had zich altijd miskend gevoeld met zijn landbouw-opleiding. Hij was ook wel een boertig type, niet zoals zijn broer en grootvader die het als dominees ver schopten. Er was daardoor weinig contact met zijn ouderlijke familie. Dieptepunt was toen Lydius niet uitgenodigd werd voor de bruiloft van zijn oudste broer. Hij zou niet in dat gezelschap passen, vond het aanstaande bruidspaar.
Ook in zijn eigen gezin was hij niet erg populair. Met walging keken moeder en drie dochters naar hem als hij weer eens een visje bakte voor zichzelf en het met vette handen opat. Redelijk traumatisch voor Hanneke was toen hij een keer een gevangen levende muis in de kolenkachel gooide.

Hij had tijdens zijn opleiding gewerkt op Paleis het Loo en o.a. daaraan een grote haat voor de monarchie overgehouden. Op Koninginnedag mochten z’n kinderen van hem niet meedoen met de feestelijkheden. Moeder kleedde de meisjes dan aan met een oranje strik in het haar en sluisde ze stiekem via de achterdeur naar buiten om toch naar de optocht te kunnen kijken.
Ook was Lydius sterk anti-militaristisch. Als er een straaljager overvloog was zijn standaard-opmerking: “Daar gaat weer honderdduizend gulden naar de bliksem!” Later veranderde hij van kerkgenootschap, van Hervormd naar Doopsgezind. Zijn vrouw volgde hem, de kinderen niet. 

Hanneke’s levensverhaal (1)

Inleiding

In augustus 2024, woonde mijn lieve Hanneke (met Alzheimer) vier maanden in de Herbergier. Hierover heb ik op dit blog uitgebreid geschreven. Zie Hoe nu verder? (1-16).
In die tijd hoorde ik een radiouitzending (NPO, Wat blijft) waar dichter Sytse Jansma een bundel besprak waarin hij zijn vroeg gestorven grote liefde in gedichten herdacht. De volgende ochtend werd ik wakker en dacht: dat wil ik ook! Maar geen gedichten, daar waag ik me niet aan, wel het levensverhaal over (vooral) het arbeidzame leven van Hanneke.

Niet alleen is zij de liefde van mijn leven, waarmee ik nu al meer dan vijftig jaar een intense verhouding heb. Ze is een bijzondere vrouw die veel gedaan en betekend heeft voor allerlei mensen en problemen: haar familie, ex-verslaafden, psychiatrische patiënten, het milieu, de natuur en niet in de laatste plaats mijn persoontje.
Als ik zie wie er allemaal lintjes krijgen, dan denk ik: Hanneke verdient er zeker ook één. Maar ik weet dat ze dat geweigerd zou hebben (net als ik). Daarom volgt hier een korte biografie die belicht wie ze was en wat ze allemaal voor elkaar heeft gekregen.

De therapeute die me de afgelopen maanden geholpen heeft overeind te blijven spreekt over ‘blijvende rouw bij levend verlies’. En dat is hevige rouw die ik bij tijd en wijle in m’n hele lichaam voel. Ik ben mijn gesprekspartner kwijt. Pas toen ik me dat realiseerde begreep ik dat een voortdurend goed gesprek voor mij misschien wel het belangrijkste en fijnste van onze verhouding was.

Hanneke en ik zijn nu meer dan 50 jaar samen. Zonder overdrijven kan ik zeggen dat ze me ‘gered’ heeft. Toen we elkaar leerden kennen was ik een stuurloze man van 27 die niet goed wist wat hij met het leven aan moest, die niet met geld kon omgaan, die zich nauwelijks bewust was van de grote invloed van een trauma, tien jaar daarvoor, waarover elders al uitgebreid is geschreven.
Ik had ook een spontane, warme en ondernemende kant; daar viel Hanneke op. Maar ze nam mij toch onder haar hoede. Veel meer dan vroeger realiseer ik me wat een fantastisch mens ze was, hoe zij haar (en mijn) problemen en tegenslagen aanpakte. Hoe ze in het leven stond, hoe ze mij, maar ook anderen hielp waar nodig.

In de familie van Hanneke komt Doris Rijkers (een oom van haar moeder) voor, een van de bekendste mensenredders uit de Nederlandse geschiedenis, die in de jaren twintig met een roeiboot vanuit Den Helder stormzeeën op ging om (bij elkaar zo’n 250) schepelingen in nood uit het water te vissen.
Schertsend zei ik wel eens dat ze dat mensen redden misschien wel van Doris Rijkers had geërfd. Of het genetisch bepaald is, weet ik niet, maar Hanneke was een – op haar manier – mensenredder. Daarom dit levensverhaal, waarmee ik vier m’n leven met haar te hebben gedeeld. En zal blijven delen, tot het bittere eind.