Maandelijks archief: februari 2025

Hanneke’s levensverhaal (4)

Van 16 tot 25 jaar, huwelijk en moederschap in Amsterdam

Besloten werd dat Hanneke naar Amsterdam zou gaan, waar haar zus Marieke woonde en studeerde. Daar kon ze de eerste tijd terecht op een zijkamertje, later ging ze inwonen bij een bevriend echtpaar.
Ze ging naar de derde klas HBS van het Hervormd Lyceum. Ook daar voelde ze zich in het begin eenzaam en kreeg nauwelijks aansluiting bij medeleerlingen. In de pauzes durfde ze niet naar het schoolplein te gaan, waar de overige leerlingen in een lange rij rondjes liepen. Ze verstopte zich op een wc.
Later werd ze actief bij de toneelvereniging van het lyceum en deed mee aan diverse voorstellingen, onder andere een Griekse tragedie, waarin ze een rol speelde en daar erg van genoot.

Aan die toneelvereniging deed Henk de Haan mee, oud-leerling van het lyceum, al studerende. Tijdens de repetities ontmoeten ze elkaar en het was liefde op het eerste gezicht. Op allerlei vlakken hadden ze aansluiting, politiek, anti-militaristisch, literatuur, maar vooral waren ze verzot op elkaar en verlangden naar een warm gezellig gezin dat ze beiden in hun jeugd hadden gemist. Ze besloten om een kindje te ‘maken’ en zo snel mogelijk te trouwen. Hanneke was zestien, Henk vier jaar ouder. Toen de huisarts – na de kikkerproef – vermanend tegen Hanneke zei dat ze ‘brokken’ hadden gemaakt, rende ze blij naar buiten om Henk te vertellen dat het was gelukt: zwanger!

Vanaf september 1960, toen ze trouwden, woonden ze op kamers in de 2de Jacob van Campenstraat. Hun dochter Lajla werd in maart 1961 geboren in het ziekenhuis aan de Zeeburgerweg. Ze hadden het niet breed, maar waren samen met hun kindje gelukkig. Henk verdiende bij een levensverzekeringsmaatschappij, Hanneke was huismoeder
Ze werd ook actief bij weverij Het zwarte schaap die zus Marieke had opgezet met man Gé. Hanneke spon urenlang onbewerkte schapenwol die door haar zwager werden verweven tot mooie grote lappen. Zelf weefde ze ook enkele grote kleden op een zelfgemaakt staande getouw.
In oktober 1961 moest Henk in dienst en verhuisde Hanneke met Lajla naar haar ouderlijk huis in Den Helder. Daar werkte ze in de huishouding en in de bloemenwinkel aan de Van Galenstraat. 

Tijdens Henk’s dienst ontmoetten ze Leo Riemens (één van de oprichters van de Derde Weg Beweging en PSP),  eigenaar van het Joegoslaviëhuis (hotel/restaurant) in een pand aan de Singel in Amsterdam.
Ook had Leo een winkelpandje op de hoek van een zijstraat van de Hobbemakade, waar Hanneke en haar gezin konden wonen. Achterin waren 2 kamertjes en een keuken. Dat was de woning. De winkelruimte stond leeg, daar maakten ze een politiek actiecentrum van. Later werd er een bar in getimmerd met wat  krukken, tafeltjes en stoeltjes.
Er ontstond een jongerenactiegroep waarvoor de naam werd Cocomobobo bedacht. Van daaruit werden acties tegen de ABC-wapens georganiseerd. Henk was actief in het Landelijke comité voor de Vrede, dat de anti-kernenergie/paasmarsen organiseerde. Hanneke deed actief mee aan de demonstraties en ondervond daarbij het nogal hevige politiegeweld.

Hanneke was inmiddels gaan werken in het Joegoslaviëhuis, eerst als kamermeisje, later als kokkin in het eerste Joegoslavische restaurant in Nederland. De Joegoslavische kokkin werd ziek en Hanneke kreeg de vraag of zij haar wilde vervangen. Dat was nogal wat. Ze had geen enkele kennis van Joegoslavisch eten, evenmin als kokkin in een restaurant dat hoofdzakelijk door ‘gastarbeiders’, zoals die toen genoemd werden, werd bezocht. Toch lukte het het haar, met een beduimeld Duits kookboek en, naar ik vermoed, de mentaliteit van Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan.”

Als actiecafé en woning lukte de Cocomobobo maar ten dele. Wonen met een gezin met een café in hetzelfde huis bleek geen goede combinatie, vooral door het steeds groeiende aantal bezoekers. Ze verhuisden daarna naar de Tussen Kadijken. Henk had inmiddels een fulltime baan bij een sportzaak, Hanneke werkte bij Prestige Benelux, een firma die luxe keukenartikelen verkocht.
In 1968 solliciteerde Henk bij het wetenschappelijk bureau van de NVSH en werd aangenomen. Ze gingen op zoek naar een huis in Den Haag. Eind 1968 verhuisden ze naar de Gerstkamp in Mariahoeve.

Hanneke’s levensverhaal (3)

Van 11 tot 15 jaar, puberteit in Den Helder

Na de lagere school ging Hanneke naar het lyceum, net als haar oudste zus Marieke. Ze haalde redelijke resultaten, maar school interesseerde haar niet echt. Wel las ze veel boeken uit de grote boekenkast van haar moeder die ook dol op lezen was. Over godsdienst, die ze al vroeg afzwoor, over verre volken en geschiedenis. En over de periode dat haar grootvader Pake, rode dominee uit het begin van de 20ste eeuw, actief was voor de verheffing van arbeiders, vrouwen-emancipatie en de bestrijding van alcoholisme. Korte tijd was Pake verbonden aan Walden, de commune van Frederik van Eeden in het Gooi.

Toen ze een jaar of elf was, bleken haar ogen slecht (bijziend -10). De bril die ze kreeg had lelijke dikke glazen, jampotjes werden die genoemd. Al gauw probeerde ze zo veel mogelijk geen bril te dragen. Later brak ze de glazen en keek op school naar het bord door een scherf glas van haar bril. Zo kon ze toch meekomen zonder dat afschuwelijke ding op te hoeven zetten.
Tijdens een vakantie ging ze logeren bij haar geliefde grootvader, Pake, de rode dominee, die inmiddels in Voorburg aan de Vliet woonde. Hij was na zijn pensionering nog steeds actief met het bezoeken van allerlei eenzame en gebrekkige mensen, onder andere in het nabijgelegen HTO (Haagsch Tehuis voor Ongehuwden).
Hanneke’s moeder had de gebroken bril van haar dochter gevonden en hem laten maken. Per post kwam het ding aan in Rijswijk. Toen ze de bril daar opzette zag ze hoe vies het huis van haar grootvader was en hoe slordig hijzelf er uitzag. Door de bril ontdekte ze dat ze lang in een soort droomwereld had geleefd die in haar fantasie veel mooier was.

In de eerste jaren op het lyceum groeide Hanneke uit tot een vroegrijpe vrouw die veel  belangstelling van jongens (en een leraar!) kreeg. Ze kon er met haar rok met petticoat, slanke taille, opgemaakt en met hoge hakjes (en zonder bril) verleidelijk uitzien en had ook wel een vriendje af en toe. Maar haar belangstelling lag toch elders.

Ze werd lid van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, waarvan de Helderse afdeling geheel uit jonge knullen bestond. Die zagen zo’n meid helemaal niet zitten, maar Hanneke liet zien dat ze kon meedoen met hun soms wilde fiets- en wandeltochten en zwempartijen in de zee. Ze vond het heerlijk om zo buiten in de natuur te zijn. Al snel werd ze aanvaard als volwaardig lid en deed mee aan tochten in de natuur, vogeltellingen etc. Nu met broek en slobbertrui.

Toch ging het niet goed met haar. Thuis kreeg ze weinig aandacht, warmte en begeleiding. Ze voelde zich niet gewenst en onwelkom. Ze fantaseerde dat Lydius niet haar echte vader was, maar misschien wel Harke, een kunstschilder die bevriend was met haar moeder.
Ze at ook slecht, want ze was, door haar contacten in de NJN, vegetariër geworden, maar kreeg niet voldoende voeding die vlees verving met als gevolg bloedarmoede en ijzergebrek. Ze had last van slapeloosheid en voelde zich eenzaam en ongelukkig.

Op haar veertiende deed ze op een avond een  poging tot zelfdoding met allerlei medicatie die in het huis aanwezig was. De volgende ochtend vonden haar ouders haar in bed en werd ze naar het ziekenhuis gebracht, waar ze weer opknapte. Maar duidelijk was dat ze het huis uit moest, net als haar oudere zussen die al jaren eerder – ook vrij jong – het huis waren ontvlucht.