Van 42 tot 48 jaar, De Essenlaan in Schiedam
In de voorafgaande jaren kreeg de oudste dochter van Hanneke steeds meer problemen met druggebruik. Wij wisten ons daar in het begin geen raad mee. Hanneke liet het daarbij niet zitten en nam contact op met de Emily Hoeve, waar (ex-)drugsverslaafden een innovatieve aanpak kregen van minimaal een jaar dag en nacht wonen in de Emily Hoeve met intensieve begeleiding en (groeps)therapie, waar ook de ouders en relaties van de bewoners nauw bij betrokken werden.
Ze was enthousiast over deze aanpak en kwam in contact met een soortgelijke kliniek in Schiedam: de Essenlaan, kliniek voor verslavingsziekten, onderdeel van de Bouman-stichting. Terwijl haar dochter daar opgenomen was (met inmiddels een eigen dochter) solliciteerde Hanneke er en werd aangenomen.
Een van de vele regels van de ‘commune’, zoals ie genoemd werd, was dat je als nieuwe medewerker het programma voor de bewoners – in snel tempo van drie weken – helemaal moest doorlopen. Dat was een zware periode: geen contact met het thuisfront en de sterk hiërarchische aanpak met in het begin de ‘wasteil’ met vooral schoonmaakwerk en de rotste klusjes tot je op het laatst lid werd van de ‘staf’.
Het waren weken waarin ze ‘onderworpen’ werd aan extreme therapieën, zoals dynamische meditatie en straffen – als je je niet aan de regels had gehouden – met terugzetting in de hiërarchie en ‘haircuts’, zoals dat toen heette.
Ondanks haar weerzin tegen het programma doorliep ze het en kreeg een centrale functie in het geheel, waarbij zij na een inwerkperiode vooral werkte aan het herstellen van de relaties die de bewoners voor hun opname hadden met ouders, partners, vrienden, mede-verslaafden.
Ik kreeg bewondering voor haar werk met de bewoners, waaronder bepaald geen lieverdjes. Op een open dag was ik getuige van een soort confrontatie tussen bewoners en hun relaties, in een soort Lagerhuis-aanpak. Hanneke had de leiding en ik zag haar voor het eerst in haar rol als contactmaker en bemiddelaar tussen de twee ‘partijen’, waar natuurlijk van nog alles speelde en de emoties hoog opliepen.
Later zei ik tegen Hanneke dat ik nooit meer bij zoiets in ‘die’ commune wilde zijn, het zeer onaangenaam had gevonden met zoveel ‘enge’ mensen. Maar dat ik had gezien dat Hanneke er helemaal op haar plek was en goed werk deed tussen incest- en geweldplegers, criminelen en ex-verslaafden.
Zeven jaar werkte ze er en doorliep in die tijd opleidingen op het gebied van verslavings- en gezinstherapie. Ik begreep niet hoe ze het volhield. Maar ze maakte er echt haar vak van. Ging er fluitend naar toe en kwam moe, maar tevreden weer thuis.