Categorie archief: Herbergier

Hoe nu verder? (15)

En daar ging ik dan naar de Herbergier, zenuwachting over wat er zou gaan gebeuren. De ‘wittebroodsweken’ bleken achteraf een hernieuwd afscheid te zijn geweest, net als toen Hanneke werd opgenomen.

In m’n eentje ging ik naar de kamer van Hanneke, terwijl zij nog in de woonkamer beneden was. Eerst maar gauw het tweepersoonsbed opheffen. Dat ging makkelijk met het onderschuifbed, maar terwijl ik daarmee bezig was, kwam Hanneke de kamer binnen.
Toen maar gelijk de koe bij de horens gepakt en proberen uit te leggen dat ik niet meer ‘mocht’ slapen in haar kamer. Dat had de dokter gezegd en Claudia, de directrice van de Herbergier. Door hier te slapen, zei ik, kom ik zoveel slaap te kort, dat ik er heel moe en een beetje ziek van wordt.
Zo’n beetje, met die woorden probeerde ik haar te vertellen dat ik liever ook iets anders had, maar dat het niet anders kon.

Hanneke reageerde nauwelijks op m’n verhaal, wel vond ze het erg dat ik ziek was. Of het toen echt tot haar doordrong weet ik niet. We zijn daarna overgegaan op de orde van de dag, puzzelen, koffie drinken en knuffelen. Ook de dagen erna (het is nu vijf dagen geleden) leek het er op dat Hanneke geen of nauwelijks herinnering had aan de periode van een maand dat ik bij haar ‘gewoond’ had. Wel zei ze af en toe dat we niet meer samen mochten slapen, en dat ze dat jammer vond, maar verder geen woord.
Alles ging daarna weer zoals de maanden ervoor. Meer verdriet bij het afscheid nemen, niet goed begrijpen wanneer ik weer zou komen.

Heb ik spijt van m’n besluit om bij Hanneke te gaan wonen? Nee. Even in het begin had ik de illusie helemaal bij Hanneke in te trekken en samen te blijven. Maar al snel merkte ik dat Hanneke er erger aan toe was, dan ik dacht toen ik ‘alleen’ maar bij haar op bezoek kwam. Ook met mij verbloemde ze, zoals dat bij dementie-patiënten veel voorkomt.
Door de maand bij Hanneke te wonen ben ik er achter gekomen dat ze na vijf jaar al ver gevorderd is in haar ziekteproces en dat ik niet in staat ben haar continu te verzorgen. Dat kunnen ze in de Herbergier wel, met bezoek en hand-en-spandiensten van mijn kant.

We hadden daarna een aangename Kerstviering op de 23ste in de Herbergier met een smakelijk viergangen-menu, ook voor vegetariërs, pianospel en dansen. Vanavond vieren we met (bijna ) de hele familie Kerst bij onze kleindochter Leander, die samen met haar man heel lekker kan koken. Dat wordt smullen, kletsen en dansen, ook met Hanneke.

Hoe nu verder? (13)

Hoe dan ook, nu Hanneke bijna een half jaar in de Herbergier woonde, kon het wel. De leiding en mijn therapeute waren het erover eens: Probeer het maar, jullie zijn zo aan elkaar verknocht, maar houd je oude huis aan, je weet maar nooit.
Dus, daar ging ik, half november 2024, en trok – min of meer – bij Hanneke in. Ruimte genoeg in haar appartement van ruim 60 m2. Er was al een onderschuifbed en met wat persoonlijke spulletjes begon het samenwoon-avontuur.

Al vanaf het begin werd me duidelijk hoe Hanneke er werkelijk aan toe was. Tot dat moment was ik steeds, net als de anderen, een bezoeker geweest. Nu woonde ik er en merkte hoe gebrekkig ze nog maar communiceerde met haar medebewoners en verzorgers. Allerlei activiteiten samen ging prima, dansen, planten verzorgen, sjoelen, wandelen, maar een echt gesprek was nauwelijks meer mogelijk. En daar was Hanneke geregeld verdrietig over, dat ze niet meer goed kon praten, dat ze niet meer kon bellen, niet meer alleen weggaan uit ‘die gevangenis’. “Ik ben onzichtbaar,” zei ze vaak en erger nog; “Ik schaam me dat ik leef.”
Gelukkig kon ik haar nu steeds troosten en afleiden, meer dan toen ik alleen maar op bezoek kwam. Al met al ging het met Hanneke beter sinds ik bij haar woonde was ze rustiger en opgewekter.

En als we een paar uur samen waren, op de bank, naar mooie klassieke muziek luisterend, pratend en knuffelend voelden we ons allebei gelukkig. Als je had kunnen horen en zien hoe het toen met ons ging, was het eigenlijk één grote liefdesverklaring. Ook het samen slapen ging goed. Nog steeds snap ik niet hoe haar slaap ‘gereset’ was in de Herbergier, maar we sliepen acht of meer uur op per nacht, met maar twee keer wc-bezoek. Wel kostte het in de ochtenden een half uur of meer voordat Hanneke weer ‘op aarde’ was, maar daar kon ik goed bij helpen, zo tussen zes en acht uur.
Wat ook veranderd was: het afscheid nemen. Na een bezoek was dat vaak pijnlijk voor Hanneke en kostte het moeite om duidelijk te maken dat ik weer gauw terug zou komen. Nu we samenwoonden, kon ik gewoon zeggen dat ik even wegging, boodschappen doen of een klus in het oude huis, en werd ik vriendelijk uitgewuifd. Ik was niet meer op bezoek, maar ging even weg