Categorie archief: Uncategorized

Hanneke’s levensverhaal (4)

Van 16 tot 25 jaar, huwelijk en moederschap in Amsterdam

Besloten werd dat Hanneke naar Amsterdam zou gaan, waar haar zus Marieke woonde en studeerde. Daar kon ze de eerste tijd terecht op een zijkamertje, later ging ze inwonen bij een bevriend echtpaar.
Ze ging naar de derde klas HBS van het Hervormd Lyceum. Ook daar voelde ze zich in het begin eenzaam en kreeg nauwelijks aansluiting bij medeleerlingen. In de pauzes durfde ze niet naar het schoolplein te gaan, waar de overige leerlingen in een lange rij rondjes liepen. Ze verstopte zich op een wc.
Later werd ze actief bij de toneelvereniging van het lyceum en deed mee aan diverse voorstellingen, onder andere een Griekse tragedie, waarin ze een rol speelde en daar erg van genoot.

Aan die toneelvereniging deed Henk de Haan mee, oud-leerling van het lyceum, al studerende. Tijdens de repetities ontmoeten ze elkaar en het was liefde op het eerste gezicht. Op allerlei vlakken hadden ze aansluiting, politiek, anti-militaristisch, literatuur, maar vooral waren ze verzot op elkaar en verlangden naar een warm gezellig gezin dat ze beiden in hun jeugd hadden gemist. Ze besloten om een kindje te ‘maken’ en zo snel mogelijk te trouwen. Hanneke was zestien, Henk vier jaar ouder. Toen de huisarts – na de kikkerproef – vermanend tegen Hanneke zei dat ze ‘brokken’ hadden gemaakt, rende ze blij naar buiten om Henk te vertellen dat het was gelukt: zwanger!

Vanaf september 1960, toen ze trouwden, woonden ze op kamers in de 2de Jacob van Campenstraat. Hun dochter Lajla werd in maart 1961 geboren in het ziekenhuis aan de Zeeburgerweg. Ze hadden het niet breed, maar waren samen met hun kindje gelukkig. Henk verdiende bij een levensverzekeringsmaatschappij, Hanneke was huismoeder
Ze werd ook actief bij weverij Het zwarte schaap die zus Marieke had opgezet met man Gé. Hanneke spon urenlang onbewerkte schapenwol die door haar zwager werden verweven tot mooie grote lappen. Zelf weefde ze ook enkele grote kleden op een zelfgemaakt staande getouw.
In oktober 1961 moest Henk in dienst en verhuisde Hanneke met Lajla naar haar ouderlijk huis in Den Helder. Daar werkte ze in de huishouding en in de bloemenwinkel aan de Van Galenstraat. 

Tijdens Henk’s dienst ontmoetten ze Leo Riemens (één van de oprichters van de Derde Weg Beweging en PSP),  eigenaar van het Joegoslaviëhuis (hotel/restaurant) in een pand aan de Singel in Amsterdam.
Ook had Leo een winkelpandje op de hoek van een zijstraat van de Hobbemakade, waar Hanneke en haar gezin konden wonen. Achterin waren 2 kamertjes en een keuken. Dat was de woning. De winkelruimte stond leeg, daar maakten ze een politiek actiecentrum van. Later werd er een bar in getimmerd met wat  krukken, tafeltjes en stoeltjes.
Er ontstond een jongerenactiegroep waarvoor de naam werd Cocomobobo bedacht. Van daaruit werden acties tegen de ABC-wapens georganiseerd. Henk was actief in het Landelijke comité voor de Vrede, dat de anti-kernenergie/paasmarsen organiseerde. Hanneke deed actief mee aan de demonstraties en ondervond daarbij het nogal hevige politiegeweld.

Hanneke was inmiddels gaan werken in het Joegoslaviëhuis, eerst als kamermeisje, later als kokkin in het eerste Joegoslavische restaurant in Nederland. De Joegoslavische kokkin werd ziek en Hanneke kreeg de vraag of zij haar wilde vervangen. Dat was nogal wat. Ze had geen enkele kennis van Joegoslavisch eten, evenmin als kokkin in een restaurant dat hoofdzakelijk door ‘gastarbeiders’, zoals die toen genoemd werden, werd bezocht. Toch lukte het het haar, met een beduimeld Duits kookboek en, naar ik vermoed, de mentaliteit van Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan.”

Als actiecafé en woning lukte de Cocomobobo maar ten dele. Wonen met een gezin met een café in hetzelfde huis bleek geen goede combinatie, vooral door het steeds groeiende aantal bezoekers. Ze verhuisden daarna naar de Tussen Kadijken. Henk had inmiddels een fulltime baan bij een sportzaak, Hanneke werkte bij Prestige Benelux, een firma die luxe keukenartikelen verkocht.
In 1968 solliciteerde Henk bij het wetenschappelijk bureau van de NVSH en werd aangenomen. Ze gingen op zoek naar een huis in Den Haag. Eind 1968 verhuisden ze naar de Gerstkamp in Mariahoeve.

Hanneke’s levensverhaal (3)

Van 11 tot 15 jaar, puberteit in Den Helder

Na de lagere school ging Hanneke naar het lyceum, net als haar oudste zus Marieke. Ze haalde redelijke resultaten, maar school interesseerde haar niet echt. Wel las ze veel boeken uit de grote boekenkast van haar moeder die ook dol op lezen was. Over godsdienst, die ze al vroeg afzwoor, over verre volken en geschiedenis. En over de periode dat haar grootvader Pake, rode dominee uit het begin van de 20ste eeuw, actief was voor de verheffing van arbeiders, vrouwen-emancipatie en de bestrijding van alcoholisme. Korte tijd was Pake verbonden aan Walden, de commune van Frederik van Eeden in het Gooi.

Toen ze een jaar of elf was, bleken haar ogen slecht (bijziend -10). De bril die ze kreeg had lelijke dikke glazen, jampotjes werden die genoemd. Al gauw probeerde ze zo veel mogelijk geen bril te dragen. Later brak ze de glazen en keek op school naar het bord door een scherf glas van haar bril. Zo kon ze toch meekomen zonder dat afschuwelijke ding op te hoeven zetten.
Tijdens een vakantie ging ze logeren bij haar geliefde grootvader, Pake, de rode dominee, die inmiddels in Voorburg aan de Vliet woonde. Hij was na zijn pensionering nog steeds actief met het bezoeken van allerlei eenzame en gebrekkige mensen, onder andere in het nabijgelegen HTO (Haagsch Tehuis voor Ongehuwden).
Hanneke’s moeder had de gebroken bril van haar dochter gevonden en hem laten maken. Per post kwam het ding aan in Rijswijk. Toen ze de bril daar opzette zag ze hoe vies het huis van haar grootvader was en hoe slordig hijzelf er uitzag. Door de bril ontdekte ze dat ze lang in een soort droomwereld had geleefd die in haar fantasie veel mooier was.

In de eerste jaren op het lyceum groeide Hanneke uit tot een vroegrijpe vrouw die veel  belangstelling van jongens (en een leraar!) kreeg. Ze kon er met haar rok met petticoat, slanke taille, opgemaakt en met hoge hakjes (en zonder bril) verleidelijk uitzien en had ook wel een vriendje af en toe. Maar haar belangstelling lag toch elders.

Ze werd lid van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, waarvan de Helderse afdeling geheel uit jonge knullen bestond. Die zagen zo’n meid helemaal niet zitten, maar Hanneke liet zien dat ze kon meedoen met hun soms wilde fiets- en wandeltochten en zwempartijen in de zee. Ze vond het heerlijk om zo buiten in de natuur te zijn. Al snel werd ze aanvaard als volwaardig lid en deed mee aan tochten in de natuur, vogeltellingen etc. Nu met broek en slobbertrui.

Toch ging het niet goed met haar. Thuis kreeg ze weinig aandacht, warmte en begeleiding. Ze voelde zich niet gewenst en onwelkom. Ze fantaseerde dat Lydius niet haar echte vader was, maar misschien wel Harke, een kunstschilder die bevriend was met haar moeder.
Ze at ook slecht, want ze was, door haar contacten in de NJN, vegetariër geworden, maar kreeg niet voldoende voeding die vlees verving met als gevolg bloedarmoede en ijzergebrek. Ze had last van slapeloosheid en voelde zich eenzaam en ongelukkig.

Op haar veertiende deed ze op een avond een  poging tot zelfdoding met allerlei medicatie die in het huis aanwezig was. De volgende ochtend vonden haar ouders haar in bed en werd ze naar het ziekenhuis gebracht, waar ze weer opknapte. Maar duidelijk was dat ze het huis uit moest, net als haar oudere zussen die al jaren eerder – ook vrij jong – het huis waren ontvlucht.

Hanneke’s levensverhaal (2)

Van 0 tot 10 jaar, jonge jaren in Den Helder

Johanna Hendrika (Hanneke) van Veen werd in Den Helder geboren op 6 september 1943, een niet geplande geboorte in de moeilijke oorlogsjaren. Vader was bloemist/hovenier, moeder onderwijzeres en er waren twee oudere zusjes, beiden voor de oorlog geboren.
Een klein jaar na haar geboorte werd het gezin – door de hevige bombardementen (van de geallieerden) op de Duitse stellingen in Den Helder geëvacueerd naar twee adressen. Marieke van negen en Ineke van zes gingen naar een gezin in de omgeving van Hoorn, Hannie, zoals ze toen nog heette, met haar ouders naar een boerengezin op Wieringen. Het waren streng gelovige, ongastvrije mensen, die met tegenzin hadden moeten instemmen met de evacuatie. Ze duldden geen geluidsoverlast of beschadiging van meubilair of wat dan ook. Hannie huilde veel en werd daarom vaak in de kinderwagen in de koeienstal gezet.
Het was hongerwinter. Soms ging moeder met Hanneke in de kinderwagen stiekem wat extra’s halen in een gaarkeuken. Dat mocht het gastgezin niet merken, helemaal niet op zondag.

In 1945 verhuisden ze terug naar hun woning/winkel aan Van Galenstraat in Den Helder. Daar viel Hanneke uit haar bedje en kreeg een lelijke wond op haar voorhoofd door een gebroken lampetkan. Haar vader moest laat in de avond naar een dokter lopen. Het lidteken is nog steeds te zien.
Een jaar later werd Henkie (nu Dimitri) geboren en was het gezin compleet. Hun bestaan was vrij karig, de bloemenzaak en het hovenierswerk liepen niet goed. Ook was het inkomen van moeder laag. Als getrouwde vrouw kreeg ze geen vaste aanstelling, maar werd invalkracht, vaak op scholen in achterstandswijken: zwaar werk met grote klassen. Toch moest ze blijven werken, omdat van het inkomen van haar man niet te leven was.
Later, toen vader Lydius actief werd in de linkse pacifistische politiek, was dat niet bepaald bevordelijk voor de winkelomzet en tuinwerk in deze marinestad. Het was geen armoede, maar breed hadden ze het niet. Vakantie was hooguit logeren bij familie of in hun huis als die zelf op vakantie waren.

Op de lagere school was Hanneke een brave leerling, soms het lievelingetje van de meester. Af en toe spijbelde ze, vooral omdat ze ze graag buiten was, op de dijk bij het water of in de natuur. 
Al tijdens de lagere school begon Hanneke voor het gezin te ‘zorgen’. Ze zag hoe zwaar haar moeder het had, hoe moe ze vaak was en hoe weinig haar vader bijdroeg aan de huishouding. Vroeg in de ochtend, voordat iedereen op was, ging ze naar de woonkamer om de tafel te dekken. Ook deed ze in haar eentje de afwas en ruimde vaak op als het een rommeltje was in de kamer en er bezoek verwacht werd.

Vader Lydius had het minder ver geschopt dan zijn broers en vader en had zich altijd miskend gevoeld met zijn landbouw-opleiding. Hij was ook wel een boertig type, niet zoals zijn broer en grootvader die het als dominees ver schopten. Er was daardoor weinig contact met zijn ouderlijke familie. Dieptepunt was toen Lydius niet uitgenodigd werd voor de bruiloft van zijn oudste broer. Hij zou niet in dat gezelschap passen, vond het aanstaande bruidspaar.
Ook in zijn eigen gezin was hij niet erg populair. Met walging keken moeder en drie dochters naar hem als hij weer eens een visje bakte voor zichzelf en het met vette handen opat. Redelijk traumatisch voor Hanneke was toen hij een keer een gevangen levende muis in de kolenkachel gooide.

Hij had tijdens zijn opleiding gewerkt op Paleis het Loo en o.a. daaraan een grote haat voor de monarchie overgehouden. Op Koninginnedag mochten z’n kinderen van hem niet meedoen met de feestelijkheden. Moeder kleedde de meisjes dan aan met een oranje strik in het haar en sluisde ze stiekem via de achterdeur naar buiten om toch naar de optocht te kunnen kijken.
Ook was Lydius sterk anti-militaristisch. Als er een straaljager overvloog was zijn standaard-opmerking: “Daar gaat weer honderdduizend gulden naar de bliksem!” Later veranderde hij van kerkgenootschap, van Hervormd naar Doopsgezind. Zijn vrouw volgde hem, de kinderen niet. 

Hanneke’s levensverhaal (1)

Inleiding

In augustus 2024, woonde mijn lieve Hanneke (met Alzheimer) vier maanden in de Herbergier. Hierover heb ik op dit blog uitgebreid geschreven. Zie Hoe nu verder? (1-16).
In die tijd hoorde ik een radiouitzending (NPO, Wat blijft) waar dichter Sytse Jansma een bundel besprak waarin hij zijn vroeg gestorven grote liefde in gedichten herdacht. De volgende ochtend werd ik wakker en dacht: dat wil ik ook! Maar geen gedichten, daar waag ik me niet aan, wel het levensverhaal over (vooral) het arbeidzame leven van Hanneke.

Niet alleen is zij de liefde van mijn leven, waarmee ik nu al meer dan vijftig jaar een intense verhouding heb. Ze is een bijzondere vrouw die veel gedaan en betekend heeft voor allerlei mensen en problemen: haar familie, ex-verslaafden, psychiatrische patiënten, het milieu, de natuur en niet in de laatste plaats mijn persoontje.
Als ik zie wie er allemaal lintjes krijgen, dan denk ik: Hanneke verdient er zeker ook één. Maar ik weet dat ze dat geweigerd zou hebben (net als ik). Daarom volgt hier een korte biografie die belicht wie ze was en wat ze allemaal voor elkaar heeft gekregen.

De therapeute die me de afgelopen maanden geholpen heeft overeind te blijven spreekt over ‘blijvende rouw bij levend verlies’. En dat is hevige rouw die ik bij tijd en wijle in m’n hele lichaam voel. Ik ben mijn gesprekspartner kwijt. Pas toen ik me dat realiseerde begreep ik dat een voortdurend goed gesprek voor mij misschien wel het belangrijkste en fijnste van onze verhouding was.

Hanneke en ik zijn nu meer dan 50 jaar samen. Zonder overdrijven kan ik zeggen dat ze me ‘gered’ heeft. Toen we elkaar leerden kennen was ik een stuurloze man van 27 die niet goed wist wat hij met het leven aan moest, die niet met geld kon omgaan, die zich nauwelijks bewust was van de grote invloed van een trauma, tien jaar daarvoor, waarover elders al uitgebreid is geschreven.
Ik had ook een spontane, warme en ondernemende kant; daar viel Hanneke op. Maar ze nam mij toch onder haar hoede. Veel meer dan vroeger realiseer ik me wat een fantastisch mens ze was, hoe zij haar (en mijn) problemen en tegenslagen aanpakte. Hoe ze in het leven stond, hoe ze mij, maar ook anderen hielp waar nodig.

In de familie van Hanneke komt Doris Rijkers (een oom van haar moeder) voor, een van de bekendste mensenredders uit de Nederlandse geschiedenis, die in de jaren twintig met een roeiboot vanuit Den Helder stormzeeën op ging om (bij elkaar zo’n 250) schepelingen in nood uit het water te vissen.
Schertsend zei ik wel eens dat ze dat mensen redden misschien wel van Doris Rijkers had geërfd. Of het genetisch bepaald is, weet ik niet, maar Hanneke was een – op haar manier – mensenredder. Daarom dit levensverhaal, waarmee ik vier m’n leven met haar te hebben gedeeld. En zal blijven delen, tot het bittere eind.

Hoe nu verder? (8)

Tijdens het gesprek in de Herbergier werd duidelijk dat een inschrijving alleen mogelijk was als ook Hanneke meekwam. We vonden dat spannend, omdat elke confrontatie met ‘Alzheimer’ een hevige crisis opleverde. Maar toch moest het. Met lood in de schoenen gingen we met z’n drieën een tijdje later naar de Herbergier, op een dinsdagochtend. Dat moment bleek niet zomaar gekozen. Toen we met koffie en koek in de gezellige woonkamer zaten, begon de wekelijkse dansochtend onder leiding van een professioneel danseres. Jari, de directeur zei tegen Hanneke dat ze mocht meedoen, als ze er zin in had. Dat was niet aan dovemansoren gezegd, want Hanneke sprong op en bleef bijna een uur lang met de medebewoners dansen. We wisten niet wat ons overkwam. De Herbergier stelde voor dat Hanneke voortaan elke dinsdag zou komen dansen “om alvast te wennen aan de mensen en het gebouw.”

Ook kregen we – tot onze verbazing – te horen dat een opname waarschijnlijk voor de zomer mogelijk zou zijn. We snapten er niets van, evenmin de case-manager die het later hoorde. Maar het was toch echt zo.
Want op 1 mei kon Hanneke in de Herbergier komen wonen. Thuis ploeterden we door. Vooral de laatste weken waren zwaar.

Alhoewel Hanneke niet goed begreep wat haar te verwachten stond, ging het inpakken redelijk voorspoedig. Alhoewel? Ze wilde eigenlijk alles meenemen. Gelukkig hecht ik niet aan spullen (nou ja …). Onze salontafel, een gek tafeltje waarmee ik mijn vader in 1963 nog het huis in Parijs mee zie inlopen, was volgens Hanneke ‘van haar’, altijd geweest. Dus hij pronkt nu in haar nieuwe huis.
Ook het inrichten ging voorspoedig, vele handen maken licht werk. Toen Hanneke de ingerichte kamer voor het eerst zag, leek ze redelijk tevreden,. Maar er misten nog wel wat volgens haar, waarvan we beloofden die binnenkort ook nog te verhuizen. Gelukkig was e.e.a. een uur later vergeten.
Het afsluitende diner in de Herbergier verliep ook voorspoedig. Alhoewel ik me verwonderde met hoeveel smaak de geserveerde macaroni werd verorberd door de nieuwe bewoner van de Herbergier. Thuis had ik zoiets niet hoeven serveren met Hanneke’s volledig veranderde smaak.
Het wachten op het toetje duurde nogal lang. Opeens sprong Hanneke op, posteerde zich midden in de zaal en zei: “Graag maak ik complimeten voor het heerlijke eten, maar het toetje duurt toch wel heel erg lang.”

Hoe nu verder?

De afgelopen paar jaar ben ik nauwelijks toegekomen aan ‘iets voor mezelf’ doen. Als full-time mantelzorger van een dementie-patiënt kwam ik daar niet aan toe. Ondanks hulp die ik kreeg en georganiseerd had, was er maar weinig tijd over.
Die situatie is – sinds mijn vrouw is opgenomen – flink verbeterd, maar in de uren dat ik nu alleen was en ‘niets’ te doen had, zat ik maar een beetje op de bank te somberen en voelde weinig energie, zeker niet om ‘iets leuks’ voor mezelf te gaan doen, zoals veel goed bedoelende familie en vrienden me aanraadden. Ja, jullie hebben makkelijk praten, wacht maar tot je zelf een partner met dementie hebt.

Wat zou ik nou zelf ‘nog’ leuk vinden? Ik kon me er niet veel bij voorstellen. Echt veel tijd voor zoiets was er trouwens niet, met de bezoeken aan Hanneke, het huishouden en contacten met familie en vrienden. Maar uiteindelijk, met hulp van een therapeut en stimulering van (klein)kinderen begon het toch te lukken.
Vorige week, opeens, realiseerde ik me dat ik ‘schrijver’ ben. Kijk maar op Wikipedia. Samen met Hanneke meer dan tien boeken! Daarom ben ik nu weer begonnen. En dat op mijn 78ste!

In de volgende afleveringen van de serie ‘Hoe nu verder?’ zal ik mijn uiterste best doen om zo respectvol mogelijk te schrijven over Hanneke. Wellicht kan het voor mantelzorgers in vergelijkbare situaties iets van herkenning of steun bieden.

Tekst die me diep raakt …

Het is maar zelden dat tekst van een Nederlands of Vlaams lied me raakt.
Deze wel. Ik hoop de tekst nog te vinden, maar hier alvast het lied.

Mantelzorgen voor Alzheimerpatiënten zonder ziekte-inzicht

Trouwe volgers hebben vast opgemerkt dat ik niet meer publiceer op dit blog. Tot mijn grote spijt. Het vorige bericht is van ruim een jaar geleden.
Sinds ruim drie jaar heeft mijn echtgenote de ziekte van Alzheimer. En ben ik de 24/7 mantelzorger. De eerste twee jaar ging alles nog wel z’n gangetje, maar sinds een jaar wordt het steeds moeilijker en zwaarder, ondanks alle hulp die inmiddels is georganiseerd.

Waar ik inmiddels ook achter ben, is dat er bitter weinig ondersteuning is voor mantelzorgers zoals in mijn situatie. Toen ik aan de psychiater (die mijn vrouw gediagnosticeerd had) vroeg wat voor hulpverleningsmogelijkheden er waren voor mij, zei hij me verder niet te kunnen helpen, omdat ik niet zijn patiënt was. Eerlijkheidshalve moet ik er bij vertellen dat de psychiatrische instelling waar deze psychiater werkte een ‘cursus mantelzorg voor dementie-patiënten’ hadden aangeboden. Daar heb ik veel aan gehad, maar verder konden ze dus niets betekenen.

Omdat de situatie thuis af en toe steeds meer ‘crisissen’ opleverde, vroeg ik aan mijn huisarts een verwijzing voor gesprekken met een psycholoog of psychiater. Ik kreeg een verwijzing voor individuele gesprekken met een psycholoog, maar na inzending daarvan duurde het zes weken voordat ik per mail antwoord kreeg: dit jaar was er niets beschikbaar, misschien in de tweede helft van 2024.

Ik had inmiddels al wel het internet afgestruind en enkele sites gevonden die hulp en advies bieden voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Daar heb ik wel wat aan gehad, vooral de instructieve video’s, maar echt uitkomst voor mijn specifieke situatie boden die niet. Een echtgenote met nauwelijks inzicht in haar eigen ziekteproces, met veel verlies van geheugen, taalvaardigheid, oriëntatievermogen en verstand. Wat geregeld tot – wat ik inmiddels ben gaan noemen – Alzheimer-crises leidde.

Het gaat hier niet om een verslag van mijn situatie als mantelzorger, maar zonder enige overdrijving kan ik zeggen dat het zwaar is, heel zwaar. Het geregelde advies: ga eens naar een Alzheimer-café was aan mij niet besteed, misschien eigenwijs, maar ik had vooral behoefte aan iemand met wie ik echt vrijuit kan praten en die begrip heeft voor mijn situatie.
Na veel zoeken op internet vond ik een therapeute, helaas niet in de Randstad, maar in Oostvoorne. Zij is gespecialiseerd in ‘blijvende rouw bij levend verlies’. Inmiddels heb ik er drie gesprekken gehad, waar ik veel aan heb. Eindelijk iemand met wie ik echt vrijuit kan praten (en klagen), die begrijpt waarover ik het heb en die me praktische adviezen geeft.

Ook bleef ik zoeken naar boeken speciaal voor mantelzorgers voor dementie-patiënten. Het beste boek dat ik vond was Travelers to Unimaginable Lands: Stories of Dementia van Dasha Kiper. Ook in Nederlandse vertaling beschikbaar: Als het elke dag zondag is.
De meeste boeken gaan vooral over de patiënt, maar dit is helemaal gericht op hun mantelzorgers. Voor mij is het een bijzonder boek, omdat ik voel dat er iemand aan het woord is die echt begrijpt wat ik meemaak en … die daar met grote compassie op reageert.
Meestal lees ik een boek ‘in één adem’ uit als het me bevalt, maar met dit boek lukt me dat niet. Nu lees ik een bladzijde of vijf à tien en ben dan zo geraakt, emotioneel én rationeel dat ik daar een paar dagen over moet nadenken. Het biedt zoveel nieuw inzicht in mijn situatie.

Inmiddels heb ik gevonden dat er wel meer boeken over dit specifieke onderwerp zijn, maar wat daar ook in staat, dit boek kan ik van harte aanraden voor iedereen die in een situatie als de mijne zit.

Na de oorlog …

Al een tijd worstel ik me door een boek van Tony Judt: Na de oorlog, een geschiedenis van Europa sinds 1945. Een dikke pil, boordenvol informatie, die niet makkelijk leesbaar is. Maar het is een fascinerend boek. Ik realiseer me dat ik heel weinig weet van de geschiedenis van mijn leven, vooral mijn jonge jaren, vanaf mijn geboorte in 1946 tot zeg … mijn zeventiende. Op school leerde je nauwelijks iets over die periode, op de lagere school al helemaal niet, maar ook niet op de middelbare scholen waarop ik zat in Nederland en Frankrijk. Geschiedenisles eindigde toch zo’n beetje kort na de tweede wereldoorlog. 

Dit boek opent een bijna nieuwe wereld, waarvan ik alleen wat trefwoorden kende. Een uitgebreide geschiedenis van de ellende in heel Europa, de wederopbouw, het begin van de Koude Oorlog, ’t schrikbewind van Stalin, Europese intellectuelen en het communisme en nog veel, veel meer. Tijdens het lezen realiseer ik me steeds dat dit allemaal gebeurde terwijl ik in de wieg lag en wat later door de kamer kroop en speelde. Wat hebben mijn ouders allemaal gedacht over berichten in de krant over de Marshall-hulp, de nieuwe idealen na de oorlog, de binnen- en buitenlandse politiek, de scheiding van Duitsland enz.

Nogmaals geen makkelijk boek, maar een aanrader voor elke babyboomer die wil weten wat er eigenlijk gebeurde toen je nog kind was. Want dat is duidelijk uit Na de oorlog: wat toen gebeurde, geschreven en gedacht werd, was allemaal een voorbode van de periode dat we zelf, eind jaren zestig,  ons wat bewuster van de wereld werden en actief probeerden daar zelf iets in te betekenen en aan te veranderen.

(wordt vervolgd)

25 jaar Vrekkenkrant en… het naderende einde

Afgelopen vrijdag 21 april hebben Hanneke en ik – bij met Marieke Henselmans, onze ‘vrekkendochter’ –  het 25-jarig jubileum van de Vrekkenkrant gevierd, op gepaste wijze natuurlijk met een… gezellige maaltijd maaltijd en een goed gesprek
Zo lang is het inderdaad al geleden dat we met de Vrekkenkrant begonnen op 21 april 1992.

Laat je niet kisten door de commercie

Marieke vertelde van haar nieuwe boek Laat je niet kisten door de commercie, waarin ze de huidige praktijk rond uitvaarten, begrafenissen en crematies grondig onder de loep neemt. En waarin ze laat zien dat het persoonlijker, aangenamer en… veel goedkoper kan. Vooral als je je niet in de luren laat leggen door (vooral) verzekeraars en grote uitvaartondernemingen tijdens de drukke periode na het overlijden van een dierbare.
Hanneke en ik zijn (hopelijk) nog niet zover, maar duidelijk is dat je ruim van tevoren moet beginnen je voor te bereiden op het naderende einde. Daarom zijn we blij met Marieke’s nieuwste boek, dat overigens door  haar zoon Gijs geïllustreerd is.

Crowdfunding

Marieke biedt fans en toekomstige lezers de mogelijkheid haar te helpen met het financieren van dit boek. Dat kan door nu al exemplaar te bestellen of haar op een andere manier te ondersteunen bij dit project.
Ga naar de site hieronder en kies zelf. Doen!
Laat je niet kisten door de commercie, een mooie uitvaart voor elk budget.