Categorie archief: Uncategorized

Hanneke’s levensverhaal (7)

Van 34 tot 37 jaar, bij De Kleine Aarde in Boxtel

Na haar vertrek bij de X-Y-beweging vond Hanneke (1977) full-time werk als financieel coördinator bij De Kleine Aarde (DKA) in Boxtel. Het was een heel gedoe om die volle baan, zo ver van huis, te combineren met de zorg voor het gezin. Maar – samen met mij – lukte het. Het leek Hanneke fantastisch om mee te werken aan een pioniersproject als DKA.

In 1972 werd DKA gesticht naar aanleiding van de zorgen die Sietz Leeflang en anderen hadden over de toenmalige toestand van het milieu en de verwachtingen voor de toekomst. Zij vonden dat er iets moest veranderen in hoe de mens met zijn omgeving omgaat en dat daartoe concrete alternatieven nodig waren. Het werd een van de eerste centra dat kleinschalige technieken ontwikkelde om het milieu te ontlasten.

Naast het financieel-administratieve werk werd Hanneke daar actief in de grote moestuin en binnen de uitgeversgroep die het blad van DKA uitgaf en folders, brochure en boeken publiceerde. Nadat ze een aantal artikelen voor het blad had geschreven, stelde Hanneke voor om een boek uit te geven over hergebruik. Ondanks weinig enthousiasme daarover bij de uitgeverij-groep zette ze door en kwam het Hergebruikboek in 1980 uit en kreeg snel een tweede druk. Er werden meer dan 20.000 ex. van verkocht.

Na er een aantal jaren te hebben gewerkt, werd steeds duidelijker dat er veel schortte aan de financiële organisatie. Er waren diverse ‘groepen’ actief, voor de uitgeverij, de moestuin, de winkel, de experimentele gebouwen, de rondleidingen enz. Het was de bedoeling dat al die groepen zelfstandig draaiden, maar de administratie van e.e.a. was zo gebrekkig dat dat helemaal niet was na te gaan.

Ook bleek dat de oprichter/directeur van DKA in feite een systeem van patronage had opgezet. Naast (lage) lonen kregen veel medewerkers gunsten, zoals groente mee naar huis nemen, artikelen uit de winkel, gebruik maken van de apparatuur van de uitgeverij voor eigen gebruik enz. Allemaal loon in natura dat niet was terug te vinden in de boeken. Nu DKA fikse overheidssubsidie kreeg, moest wel een betere administratie worden opgezet. Toen Hanneke de patronage aan de orde stelde en een nieuw systeem van administreren, ontstond en hevig conflict tussen haar en de directeur. Uiteindelijk bleek – ook nadat een groot deel van het personeel z’n vertrouwen had opgezegd – onvermijdelijk dat Sietz Leeflang het veld moest ruimen. Dat was de tweede directeur die sneuvelde na de komst van Hanneke in een organisatie.
Kort daarna besloot ze ontslag te nemen om een nieuw project in Den Haag op te zetten op het gebied van haar succesvolle boek: het Hergebruikboek.

Hanneke’s levensverhaal (6)

Van 30 tot 33 jaar, commune en werk in Den Haag

De voorafgaande vijf ‘afleveringen’ over het levensverhaal van Hanneke spelen zich af in de jaren dat Hanneke en ik elkaar nog niet ontmoet hadden. De teksten (met ongetwijfeld maar een fractie van wat er toen allemaal gebeurd is) zijn samengesteld uit de vele verhalen die Hanneke mij verteld heeft. Ook hebben enkele familieleden, vooral haar oudere zus Marieke en haar ex-man aardig wat aanvullende informatie gegeven.

In 1972 ontmoetten Hanneke en ik elkaar voor het eerst via de anti-autoritaire kresj. Wat ik me vooral herinner van het eerste bezoek aan haar was de grote orde en netheid in dat prachtige huis aan de Hugo de Grootstraat, waar ze in groepsverband woonde. Het kon zo in Schöner Wohnen met zijn Deens-achtige inrichting: heerlijk licht, schoon en georganiseerd.
Een schril contrast was het met de commune aan de Zwarteweg waar ik woonde na mijn scheiding in Groningen.

In de ‘Marxistisch-Leninistische commune de Rode Algemene’, waar ook de antiautoritaire kresj gevestigd was, heerste chaos op bijna elk vlak. Het was een groot pand, voormalig onderkomen van Huize Hazebroek, een bekende traiteur in Den Haag. Daarover zou ook een (soms wel) schokkend verhaal te vertellen zijn.
Oh, wat trok dat huis van Hanneke en haar huisgenoten me aan. Tijdens een kresjvergadering op 21-4-1973 sloeg de vonk tussen Hanneke en mij over en kort daarna trok ik bij Hanneke in, enigszins tegen haar zin, maar ik was niet te tegen te houden.

Zoals eerder gemeld werkte Hanneke bij de XminY-beweging. Zij had het de eerste jaren naar haar zin op dit werk, maar langzaam aan ontstonden irritaties over haar directeur van het kleine bureau van de stichting. Ze was het helemaal eens met de doelstellingen en het feit dat door de bijdragen van deelnemers veel radicale doelen in de Derde Wereld werden gesteund. Maar hoe het bureau (drie medewerkers onder een bestuur) zelf functioneerde, klopte volgens haar helemaal niet.

Gelijke verdeling van inkomen, kennis en macht was ver te zoeken op het kantoor van de beweging zelf. Hanneke stelde dit aan de orde in het bestuur, maar het lukte niet om het conflict hierover tussen haar en (vooral) de directeur op te lossen. Het bestuur van de stichting met o.a. Sjef Theunis (directeur van de Novib) en Jan Pronk (minister van Ontwikkelingssamenwerking) besloot uiteindelijk de strijdende partijen beiden te ontslaan. De redelijk riante afvloeiingsregeling die ze ontvingen accepteerde Hanneke niet. Het bedrag werd op haar verzoek geschonken aan de Mondlane stichting.

Inmiddels was Hanneke in haar vrije tijd, samen met haar zus Marieke en anderen, druk bezig met het verspreiden van een lange open brief van de arts Helen Caldicott, gebaseerd op haar boek Nuclear Madness: What You Can Do! Daarin werden de gevaren van nucleaire energie-opwekking en alles wat er het gevolg van kan zijn, aan de orde gesteld. En vooral wat wij, als eenvoudige burgers, kunnen doen om dat tegen te gaan. Vele tienduizenden brieven werden over het hele land verspreid aan organisaties, actiegroepen in individuen.

Hanneke’s levensverhaal (5)

Van 25-30 jaar, verhuizing naar en eerste jaren in Den Haag

In de nieuwe Haagse wijk Mariahoeve woonde het gezin in een flat op de 11de etage. Begin 1969 werd Hanneke zwanger en ontdekte al snel dat het bestaan in zo’n flat nogal eenzaam was. Henk had het druk met zijn nieuwe baan en politieke activiteiten. Einde oktober ’69 werd Barbara geboren. Hanneke, met de zorg van een dochter van acht jaar en de pasgeboren baby zag weinig mogelijkheden om te werken. Ze ontdekte al snel dat veel vrouwen in haar flat en omgeving in vergelijkbare situaties zaten.

In Amsterdam had Hanneke kennisgemaakt met overblijfcentra, waardoor moeders hun kinderen tussen de middag niet meer hoefden ophalen. Daardoor kregen ze meer mogelijkheden om te werken of voor andere activiteiten. Inmiddels had ze contact gekregen met MVM (Man Vrouw Maatschappij, de ‘brave’ variant van Dolle Mina). Onder andere via hen, eigen kennissen en scholen in de buurt startte ze een overblijfcentrum. Een paar jaar later waren dat er meer dan twintig, verspreid over heel Den Haag, ondergebracht in de stichting ‘Van 12 tot 2.’

Ook besloten zij en Henk om naar een andere woning te zoeken, meer in het centrum van Den Haag en liefst met anderen. Pogingen om dat via Centraal Wonen te doen liepen op niets uit. Uiteindelijk lukte het om met enkele vrienden een groot herenhuis te kopen in de Hugo de Grootstraat, waar een ‘Elastische Gezinsgemeenschap’ werd gestart in 1971. Voor het onderbrengen van Barbara in een dagverblijf kreeg Hanneke contact met de al enkele jaren bestaande anti-autoritaire kresj ‘De Kleine Witte’, met een twintigtal kinderen. Gerund door de ouders zelf (in de Assendelftstraat).

Ook vond Hanneke werk bij de XminY beweging. Door de Novib gestart en gericht op meer radicale bevrijdingsbewegingen zoals o.a. Frelimo, Chileense studenten en ANC. De ‘X’ staat voor het percentage dat ieder rijk land zou moeten geven aan Derde Wereldlanden en de ‘Y’ voor het percentage dat daadwerkelijk wordt afgedragen. Het verschil is wat de deelnemers vrijwillig konden bijdragen, een soort wereldbelasting. Motto van XminY: gelijke verdeling van inkomen, kennis en macht.

Hanneke’s levensverhaal (4)

Van 16 tot 25 jaar, huwelijk en moederschap in Amsterdam

Besloten werd dat Hanneke naar Amsterdam zou gaan, waar haar zus Marieke woonde en studeerde. Daar kon ze de eerste tijd terecht op een zijkamertje, later ging ze inwonen bij een bevriend echtpaar.
Ze ging naar de derde klas HBS van het Hervormd Lyceum. Ook daar voelde ze zich in het begin eenzaam en kreeg nauwelijks aansluiting bij medeleerlingen. In de pauzes durfde ze niet naar het schoolplein te gaan, waar de overige leerlingen in een lange rij rondjes liepen. Ze verstopte zich op een wc.
Later werd ze actief bij de toneelvereniging van het lyceum en deed mee aan diverse voorstellingen, onder andere een Griekse tragedie, waarin ze een rol speelde en daar erg van genoot.

Aan die toneelvereniging deed Henk de Haan mee, oud-leerling van het lyceum, al studerende. Tijdens de repetities ontmoeten ze elkaar en het was liefde op het eerste gezicht. Op allerlei vlakken hadden ze aansluiting, politiek, anti-militaristisch, literatuur, maar vooral waren ze verzot op elkaar en verlangden naar een warm gezellig gezin dat ze beiden in hun jeugd hadden gemist. Ze besloten om een kindje te ‘maken’ en zo snel mogelijk te trouwen. Hanneke was zestien, Henk vier jaar ouder. Toen de huisarts – na de kikkerproef – vermanend tegen Hanneke zei dat ze ‘brokken’ hadden gemaakt, rende ze blij naar buiten om Henk te vertellen dat het was gelukt: zwanger!

Vanaf september 1960, toen ze trouwden, woonden ze op kamers in de 2de Jacob van Campenstraat. Hun dochter Lajla werd in maart 1961 geboren in het ziekenhuis aan de Zeeburgerweg. Ze hadden het niet breed, maar waren samen met hun kindje gelukkig. Henk verdiende bij een levensverzekeringsmaatschappij, Hanneke was huismoeder
Ze werd ook actief bij weverij Het zwarte schaap die zus Marieke had opgezet met man Gé. Hanneke spon urenlang onbewerkte schapenwol die door haar zwager werden verweven tot mooie grote lappen. Zelf weefde ze ook enkele grote kleden op een zelfgemaakt staande getouw.
In oktober 1961 moest Henk in dienst en verhuisde Hanneke met Lajla naar haar ouderlijk huis in Den Helder. Daar werkte ze in de huishouding en in de bloemenwinkel aan de Van Galenstraat. 

Tijdens Henk’s dienst ontmoetten ze Leo Riemens (één van de oprichters van de Derde Weg Beweging en PSP),  eigenaar van het Joegoslaviëhuis (hotel/restaurant) in een pand aan de Singel in Amsterdam.
Ook had Leo een winkelpandje op de hoek van een zijstraat van de Hobbemakade, waar Hanneke en haar gezin konden wonen. Achterin waren 2 kamertjes en een keuken. Dat was de woning. De winkelruimte stond leeg, daar maakten ze een politiek actiecentrum van. Later werd er een bar in getimmerd met wat  krukken, tafeltjes en stoeltjes.
Er ontstond een jongerenactiegroep waarvoor de naam werd Cocomobobo bedacht. Van daaruit werden acties tegen de ABC-wapens georganiseerd. Henk was actief in het Landelijke comité voor de Vrede, dat de anti-kernenergie/paasmarsen organiseerde. Hanneke deed actief mee aan de demonstraties en ondervond daarbij het nogal hevige politiegeweld.

Hanneke was inmiddels gaan werken in het Joegoslaviëhuis, eerst als kamermeisje, later als kokkin in het eerste Joegoslavische restaurant in Nederland. De Joegoslavische kokkin werd ziek en Hanneke kreeg de vraag of zij haar wilde vervangen. Dat was nogal wat. Ze had geen enkele kennis van Joegoslavisch eten, evenmin als kokkin in een restaurant dat hoofdzakelijk door ‘gastarbeiders’, zoals die toen genoemd werden, werd bezocht. Toch lukte het het haar, met een beduimeld Duits kookboek en, naar ik vermoed, de mentaliteit van Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan.”

Als actiecafé en woning lukte de Cocomobobo maar ten dele. Wonen met een gezin met een café in hetzelfde huis bleek geen goede combinatie, vooral door het steeds groeiende aantal bezoekers. Ze verhuisden daarna naar de Tussen Kadijken. Henk had inmiddels een fulltime baan bij een sportzaak, Hanneke werkte bij Prestige Benelux, een firma die luxe keukenartikelen verkocht.
In 1968 solliciteerde Henk bij het wetenschappelijk bureau van de NVSH en werd aangenomen. Ze gingen op zoek naar een huis in Den Haag. Eind 1968 verhuisden ze naar de Gerstkamp in Mariahoeve.

Hanneke’s levensverhaal (3)

Van 11 tot 15 jaar, puberteit in Den Helder

Na de lagere school ging Hanneke naar het lyceum, net als haar oudste zus Marieke. Ze haalde redelijke resultaten, maar school interesseerde haar niet echt. Wel las ze veel boeken uit de grote boekenkast van haar moeder die ook dol op lezen was. Over godsdienst, die ze al vroeg afzwoor, over verre volken en geschiedenis. En over de periode dat haar grootvader Pake, rode dominee uit het begin van de 20ste eeuw, actief was voor de verheffing van arbeiders, vrouwen-emancipatie en de bestrijding van alcoholisme. Korte tijd was Pake verbonden aan Walden, de commune van Frederik van Eeden in het Gooi.

Toen ze een jaar of elf was, bleken haar ogen slecht (bijziend -10). De bril die ze kreeg had lelijke dikke glazen, jampotjes werden die genoemd. Al gauw probeerde ze zo veel mogelijk geen bril te dragen. Later brak ze de glazen en keek op school naar het bord door een scherf glas van haar bril. Zo kon ze toch meekomen zonder dat afschuwelijke ding op te hoeven zetten.
Tijdens een vakantie ging ze logeren bij haar geliefde grootvader, Pake, de rode dominee, die inmiddels in Voorburg aan de Vliet woonde. Hij was na zijn pensionering nog steeds actief met het bezoeken van allerlei eenzame en gebrekkige mensen, onder andere in het nabijgelegen HTO (Haagsch Tehuis voor Ongehuwden).
Hanneke’s moeder had de gebroken bril van haar dochter gevonden en hem laten maken. Per post kwam het ding aan in Rijswijk. Toen ze de bril daar opzette zag ze hoe vies het huis van haar grootvader was en hoe slordig hijzelf er uitzag. Door de bril ontdekte ze dat ze lang in een soort droomwereld had geleefd die in haar fantasie veel mooier was.

In de eerste jaren op het lyceum groeide Hanneke uit tot een vroegrijpe vrouw die veel  belangstelling van jongens (en een leraar!) kreeg. Ze kon er met haar rok met petticoat, slanke taille, opgemaakt en met hoge hakjes (en zonder bril) verleidelijk uitzien en had ook wel een vriendje af en toe. Maar haar belangstelling lag toch elders.

Ze werd lid van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, waarvan de Helderse afdeling geheel uit jonge knullen bestond. Die zagen zo’n meid helemaal niet zitten, maar Hanneke liet zien dat ze kon meedoen met hun soms wilde fiets- en wandeltochten en zwempartijen in de zee. Ze vond het heerlijk om zo buiten in de natuur te zijn. Al snel werd ze aanvaard als volwaardig lid en deed mee aan tochten in de natuur, vogeltellingen etc. Nu met broek en slobbertrui.

Toch ging het niet goed met haar. Thuis kreeg ze weinig aandacht, warmte en begeleiding. Ze voelde zich niet gewenst en onwelkom. Ze fantaseerde dat Lydius niet haar echte vader was, maar misschien wel Harke, een kunstschilder die bevriend was met haar moeder.
Ze at ook slecht, want ze was, door haar contacten in de NJN, vegetariër geworden, maar kreeg niet voldoende voeding die vlees verving met als gevolg bloedarmoede en ijzergebrek. Ze had last van slapeloosheid en voelde zich eenzaam en ongelukkig.

Op haar veertiende deed ze op een avond een  poging tot zelfdoding met allerlei medicatie die in het huis aanwezig was. De volgende ochtend vonden haar ouders haar in bed en werd ze naar het ziekenhuis gebracht, waar ze weer opknapte. Maar duidelijk was dat ze het huis uit moest, net als haar oudere zussen die al jaren eerder – ook vrij jong – het huis waren ontvlucht.

Hanneke’s levensverhaal (2)

Van 0 tot 10 jaar, jonge jaren in Den Helder

Johanna Hendrika (Hanneke) van Veen werd in Den Helder geboren op 6 september 1943, een niet geplande geboorte in de moeilijke oorlogsjaren. Vader was bloemist/hovenier, moeder onderwijzeres en er waren twee oudere zusjes, beiden voor de oorlog geboren.
Een klein jaar na haar geboorte werd het gezin – door de hevige bombardementen (van de geallieerden) op de Duitse stellingen in Den Helder geëvacueerd naar twee adressen. Marieke van negen en Ineke van zes gingen naar een gezin in de omgeving van Hoorn, Hannie, zoals ze toen nog heette, met haar ouders naar een boerengezin op Wieringen. Het waren streng gelovige, ongastvrije mensen, die met tegenzin hadden moeten instemmen met de evacuatie. Ze duldden geen geluidsoverlast of beschadiging van meubilair of wat dan ook. Hannie huilde veel en werd daarom vaak in de kinderwagen in de koeienstal gezet.
Het was hongerwinter. Soms ging moeder met Hanneke in de kinderwagen stiekem wat extra’s halen in een gaarkeuken. Dat mocht het gastgezin niet merken, helemaal niet op zondag.

In 1945 verhuisden ze terug naar hun woning/winkel aan Van Galenstraat in Den Helder. Daar viel Hanneke uit haar bedje en kreeg een lelijke wond op haar voorhoofd door een gebroken lampetkan. Haar vader moest laat in de avond naar een dokter lopen. Het lidteken is nog steeds te zien.
Een jaar later werd Henkie (nu Dimitri) geboren en was het gezin compleet. Hun bestaan was vrij karig, de bloemenzaak en het hovenierswerk liepen niet goed. Ook was het inkomen van moeder laag. Als getrouwde vrouw kreeg ze geen vaste aanstelling, maar werd invalkracht, vaak op scholen in achterstandswijken: zwaar werk met grote klassen. Toch moest ze blijven werken, omdat van het inkomen van haar man niet te leven was.
Later, toen vader Lydius actief werd in de linkse pacifistische politiek, was dat niet bepaald bevordelijk voor de winkelomzet en tuinwerk in deze marinestad. Het was geen armoede, maar breed hadden ze het niet. Vakantie was hooguit logeren bij familie of in hun huis als die zelf op vakantie waren.

Op de lagere school was Hanneke een brave leerling, soms het lievelingetje van de meester. Af en toe spijbelde ze, vooral omdat ze ze graag buiten was, op de dijk bij het water of in de natuur. 
Al tijdens de lagere school begon Hanneke voor het gezin te ‘zorgen’. Ze zag hoe zwaar haar moeder het had, hoe moe ze vaak was en hoe weinig haar vader bijdroeg aan de huishouding. Vroeg in de ochtend, voordat iedereen op was, ging ze naar de woonkamer om de tafel te dekken. Ook deed ze in haar eentje de afwas en ruimde vaak op als het een rommeltje was in de kamer en er bezoek verwacht werd.

Vader Lydius had het minder ver geschopt dan zijn broers en vader en had zich altijd miskend gevoeld met zijn landbouw-opleiding. Hij was ook wel een boertig type, niet zoals zijn broer en grootvader die het als dominees ver schopten. Er was daardoor weinig contact met zijn ouderlijke familie. Dieptepunt was toen Lydius niet uitgenodigd werd voor de bruiloft van zijn oudste broer. Hij zou niet in dat gezelschap passen, vond het aanstaande bruidspaar.
Ook in zijn eigen gezin was hij niet erg populair. Met walging keken moeder en drie dochters naar hem als hij weer eens een visje bakte voor zichzelf en het met vette handen opat. Redelijk traumatisch voor Hanneke was toen hij een keer een gevangen levende muis in de kolenkachel gooide.

Hij had tijdens zijn opleiding gewerkt op Paleis het Loo en o.a. daaraan een grote haat voor de monarchie overgehouden. Op Koninginnedag mochten z’n kinderen van hem niet meedoen met de feestelijkheden. Moeder kleedde de meisjes dan aan met een oranje strik in het haar en sluisde ze stiekem via de achterdeur naar buiten om toch naar de optocht te kunnen kijken.
Ook was Lydius sterk anti-militaristisch. Als er een straaljager overvloog was zijn standaard-opmerking: “Daar gaat weer honderdduizend gulden naar de bliksem!” Later veranderde hij van kerkgenootschap, van Hervormd naar Doopsgezind. Zijn vrouw volgde hem, de kinderen niet. 

Hanneke’s levensverhaal (1)

Inleiding

In augustus 2024, woonde mijn lieve Hanneke (met Alzheimer) vier maanden in de Herbergier. Hierover heb ik op dit blog uitgebreid geschreven. Zie Hoe nu verder? (1-16).
In die tijd hoorde ik een radiouitzending (NPO, Wat blijft) waar dichter Sytse Jansma een bundel besprak waarin hij zijn vroeg gestorven grote liefde in gedichten herdacht. De volgende ochtend werd ik wakker en dacht: dat wil ik ook! Maar geen gedichten, daar waag ik me niet aan, wel het levensverhaal over (vooral) het arbeidzame leven van Hanneke.

Niet alleen is zij de liefde van mijn leven, waarmee ik nu al meer dan vijftig jaar een intense verhouding heb. Ze is een bijzondere vrouw die veel gedaan en betekend heeft voor allerlei mensen en problemen: haar familie, ex-verslaafden, psychiatrische patiënten, het milieu, de natuur en niet in de laatste plaats mijn persoontje.
Als ik zie wie er allemaal lintjes krijgen, dan denk ik: Hanneke verdient er zeker ook één. Maar ik weet dat ze dat geweigerd zou hebben (net als ik). Daarom volgt hier een korte biografie die belicht wie ze was en wat ze allemaal voor elkaar heeft gekregen.

De therapeute die me de afgelopen maanden geholpen heeft overeind te blijven spreekt over ‘blijvende rouw bij levend verlies’. En dat is hevige rouw die ik bij tijd en wijle in m’n hele lichaam voel. Ik ben mijn gesprekspartner kwijt. Pas toen ik me dat realiseerde begreep ik dat een voortdurend goed gesprek voor mij misschien wel het belangrijkste en fijnste van onze verhouding was.

Hanneke en ik zijn nu meer dan 50 jaar samen. Zonder overdrijven kan ik zeggen dat ze me ‘gered’ heeft. Toen we elkaar leerden kennen was ik een stuurloze man van 27 die niet goed wist wat hij met het leven aan moest, die niet met geld kon omgaan, die zich nauwelijks bewust was van de grote invloed van een trauma, tien jaar daarvoor, waarover elders al uitgebreid is geschreven.
Ik had ook een spontane, warme en ondernemende kant; daar viel Hanneke op. Maar ze nam mij toch onder haar hoede. Veel meer dan vroeger realiseer ik me wat een fantastisch mens ze was, hoe zij haar (en mijn) problemen en tegenslagen aanpakte. Hoe ze in het leven stond, hoe ze mij, maar ook anderen hielp waar nodig.

In de familie van Hanneke komt Doris Rijkers (een oom van haar moeder) voor, een van de bekendste mensenredders uit de Nederlandse geschiedenis, die in de jaren twintig met een roeiboot vanuit Den Helder stormzeeën op ging om (bij elkaar zo’n 250) schepelingen in nood uit het water te vissen.
Schertsend zei ik wel eens dat ze dat mensen redden misschien wel van Doris Rijkers had geërfd. Of het genetisch bepaald is, weet ik niet, maar Hanneke was een – op haar manier – mensenredder. Daarom dit levensverhaal, waarmee ik vier m’n leven met haar te hebben gedeeld. En zal blijven delen, tot het bittere eind.

Hoe nu verder? (8)

Tijdens het gesprek in de Herbergier werd duidelijk dat een inschrijving alleen mogelijk was als ook Hanneke meekwam. We vonden dat spannend, omdat elke confrontatie met ‘Alzheimer’ een hevige crisis opleverde. Maar toch moest het. Met lood in de schoenen gingen we met z’n drieën een tijdje later naar de Herbergier, op een dinsdagochtend. Dat moment bleek niet zomaar gekozen. Toen we met koffie en koek in de gezellige woonkamer zaten, begon de wekelijkse dansochtend onder leiding van een professioneel danseres. Jari, de directeur zei tegen Hanneke dat ze mocht meedoen, als ze er zin in had. Dat was niet aan dovemansoren gezegd, want Hanneke sprong op en bleef bijna een uur lang met de medebewoners dansen. We wisten niet wat ons overkwam. De Herbergier stelde voor dat Hanneke voortaan elke dinsdag zou komen dansen “om alvast te wennen aan de mensen en het gebouw.”

Ook kregen we – tot onze verbazing – te horen dat een opname waarschijnlijk voor de zomer mogelijk zou zijn. We snapten er niets van, evenmin de case-manager die het later hoorde. Maar het was toch echt zo.
Want op 1 mei kon Hanneke in de Herbergier komen wonen. Thuis ploeterden we door. Vooral de laatste weken waren zwaar.

Alhoewel Hanneke niet goed begreep wat haar te verwachten stond, ging het inpakken redelijk voorspoedig. Alhoewel? Ze wilde eigenlijk alles meenemen. Gelukkig hecht ik niet aan spullen (nou ja …). Onze salontafel, een gek tafeltje waarmee ik mijn vader in 1963 nog het huis in Parijs mee zie inlopen, was volgens Hanneke ‘van haar’, altijd geweest. Dus hij pronkt nu in haar nieuwe huis.
Ook het inrichten ging voorspoedig, vele handen maken licht werk. Toen Hanneke de ingerichte kamer voor het eerst zag, leek ze redelijk tevreden,. Maar er misten nog wel wat volgens haar, waarvan we beloofden die binnenkort ook nog te verhuizen. Gelukkig was e.e.a. een uur later vergeten.
Het afsluitende diner in de Herbergier verliep ook voorspoedig. Alhoewel ik me verwonderde met hoeveel smaak de geserveerde macaroni werd verorberd door de nieuwe bewoner van de Herbergier. Thuis had ik zoiets niet hoeven serveren met Hanneke’s volledig veranderde smaak.
Het wachten op het toetje duurde nogal lang. Opeens sprong Hanneke op, posteerde zich midden in de zaal en zei: “Graag maak ik complimeten voor het heerlijke eten, maar het toetje duurt toch wel heel erg lang.”

Hoe nu verder?

De afgelopen paar jaar ben ik nauwelijks toegekomen aan ‘iets voor mezelf’ doen. Als full-time mantelzorger van een dementie-patiënt kwam ik daar niet aan toe. Ondanks hulp die ik kreeg en georganiseerd had, was er maar weinig tijd over.
Die situatie is – sinds mijn vrouw is opgenomen – flink verbeterd, maar in de uren dat ik nu alleen was en ‘niets’ te doen had, zat ik maar een beetje op de bank te somberen en voelde weinig energie, zeker niet om ‘iets leuks’ voor mezelf te gaan doen, zoals veel goed bedoelende familie en vrienden me aanraadden. Ja, jullie hebben makkelijk praten, wacht maar tot je zelf een partner met dementie hebt.

Wat zou ik nou zelf ‘nog’ leuk vinden? Ik kon me er niet veel bij voorstellen. Echt veel tijd voor zoiets was er trouwens niet, met de bezoeken aan Hanneke, het huishouden en contacten met familie en vrienden. Maar uiteindelijk, met hulp van een therapeut en stimulering van (klein)kinderen begon het toch te lukken.
Vorige week, opeens, realiseerde ik me dat ik ‘schrijver’ ben. Kijk maar op Wikipedia. Samen met Hanneke meer dan tien boeken! Daarom ben ik nu weer begonnen. En dat op mijn 78ste!

In de volgende afleveringen van de serie ‘Hoe nu verder?’ zal ik mijn uiterste best doen om zo respectvol mogelijk te schrijven over Hanneke. Wellicht kan het voor mantelzorgers in vergelijkbare situaties iets van herkenning of steun bieden.

Tekst die me diep raakt …

Het is maar zelden dat tekst van een Nederlands of Vlaams lied me raakt.
Deze wel. Ik hoop de tekst nog te vinden, maar hier alvast het lied.