Hanneke’s levensverhaal (10)

Van 39 tot 42 jaar, Planwinkel in Delft en CAN Den Haag

Hanneke moest – tot haar grote spijt – stoppen met het Kringloopcentrum aan de Prinsegracht in Den Haag. Inmiddels had ik op de bovenverdieping van hetzelfde pand mijn Voddenweverij Ave gevestigd en was actief geworden bij de stichting Memo, die landelijke mens- en milieuvriendelijke bedrijven stimuleerde. In Den Haag richtte ik, met anderen, stichting Schep je eigen werk op en had contact met soortgelijke initiatieven in andere steden. Zo kwam Hanneke in contact met Patrick Boel, oprichter van de Planwinkel in Delft, die zich ook richtte memo-bedrijven, bedrijfsverzamelverbouwen, cursussen voor startende ondernemers en aanverwante activiteiten. Al snel trad ze daar in dienst.

Daar werd ze actief in advieswerk aan startende ondernemers, het opzetten en beheren van bedrijfsverzamelgebouwen in diverse steden in Zuid Holland. Ook startte ze cursussen voor herintredende vrouwen, vaak vrouwen van boven de veertig, die – nu hun kinderen groot waren – zochten naar een zinvolle invulling van hun beroepsmatige levens. Een emancipatieproces dat voor veel vrouwen spannend en nieuw was, na jaren ‘alleen’ in de huishouding gewerkt te hebben. Het werk in de Planwinkel beviel Hanneke zeer en spoorde goed met de opleidingen die ze volgde. Het was een club met actieve en creatieve ‘vrije’ geesten, met wie ze goed kon omgaan.

Overigens werkte Hanneke in deze periode ook part-time voor de Club Actieven Niet-rokers (CAN). Zelf waren we een paar jaar daarvoor samen gestopt met roken. Als therapeutisch stafmedewerker gaf ze telefonisch en persoonlijk thuis advies aan mensen die veel moeite hadden met het (moeten) verblijven in ruimtes waar gerookt werd, en daar niet tegen konden, vooral om gezondheidsredenen.

Hanneke’s levensverhaal (9)

Van 35 tot 45 jaar, studie

Hanneke had inmiddels bij diverse banen gemerkt dat ze kon werken op HBO+ niveau. Maar dat had ze niet met haar drie jaar lyceum. Eigenlijk wilde ze ook graag meer leren op het gebied van maatschappelijk werk en therapie.

Ze begon met een opleiding voor Gestalt-therapeut bij Nel in ’t Veld, in Rotterdam, die ze na drie jaar afrondde. Daarna volgde ze (na een colloquium doctum) een HBO-opleiding Verlavingstherapie-hulpverlening. Als afsluiting deed Hanneke een post-HBO-opleiding bij Iván Böszörményi-Nagy voor contextuele therapeut, waarvoor ze cum laude slaagde.
Ook volgde ze diverse workshops en masterclasses, o.a. bij Alan Schwarz in bio-energetica. Dit alles deed naast haar betaalde werk en gezinszorg. 

Hanneke, mensenredder!

Gedeelte van de tekst uitgesproken door echtgenoot Rob van Eeden tijdens de begrafenis van Hanneke van Veen.

Hanneke werd geboren in Den Helder, een stad waar ze zich niet heeft thuis gevoeld. Een beroemd Den Heldenaar was haar oudoom Dorus Rijkers, mensenredder van meer dan 250 personen, die hij met veel andere vrijwilligers in een roeiboot uit de kolkende zee haalde met de reddingsbrigade.

Daar komt het misschien vandaan, dat mensen redden van Hanneke, wat ze al vanaf een heel jonge leeftijd ging doen. Hanneke is een mensenredder geweest. Of het nu ging om verslaafden, psychisch gestoorden, anorexia patiënten, Papoea’s, dubbel gehandicapten, analfabete vrouwen in Nepal of stervenden, ze werkte bij al die mensen met plezier. Fluitend reed ze heen en terug. Haar motto: het kan alleen maar beter worden.

Ja, ze was een mensenredder, ook mij heeft ze gered van een vrij richtingloos figuur toen ik haar pas kende. Wie ik ben geworden heb ik voor een groot deel aan haar te danken.

En natuurlijk was er de Vrekkentijd, van 1991 af zo’n 20 jaar, zich inzetten voor de toekomst van onze planeet door te pleiten voor vrijwillige consumptie-vermindering. Die jaren waren het hoogtepunt van ons leven. Daarover is van alles te vinden in haar boeken, op haar en mijn weblog, onze Wikipedia pagina’s en ons kranten- en tijdschriftenarchief met zo’n 1.000 artikelen in binnen- en buitenland. En het Vrekkenarchief op Youtube met meer dan twintig video’s van tv-optredens.

Later werd Hanneke ook nog natuurredder, met bloemen, planten, geveltuintjes en vooral bomen planten. Vele duizenden heeft ze er laten planten met haar spaarcentjes.

Daarover wil ik het nu niet verder hebben. Binnenkort komt de biografie van haar werkend leven af. Tot haar veertigste jaar is die al op mijn blog gepubliceerd.

Waar ik het vooral over wil hebben is het laatste half jaar in verpleeghuis de Herbergier. De beste plek die we voor haar konden vinden met allemaal toegewijde verzorgers en hulpverleners. Toch heeft ze zich daar vaak ongelukkig gevoeld. Door haar gebrek aan ziekte-inzicht kon ze niet begrijpen waarom ze daar ‘opgesloten’ was. En door haar afasie kon ze steeds minder begrijpelijk praten en verstaan.

Allerlei medicatie hielp meestal niet goed. Een paar weken geleden begon zie voedsel te weigeren en de laatste dagen ook drinken. Toen de morfine en de dormicum kwamen werd ze eindelijk uit haar lijden verlost.

Toch heb ik ook in de tijd in de Herbergier veel van haar geleerd. Allereerst het dansen, bijna dagelijks dansten we in haar kamer, wekelijks op de dansochtend in de Herbergier en maandelijks in Amare, dan was ze in haar element en blij.

Ook leerde ze me observeren in de natuur, als we wandelden zag ze ieder plantje, ieder bloemetje, waar ik mijn hele leven aan voorbij gelopen was. Zij zag het, plukte het en maakte er mooie boeketjes van.

En naar muziek luisteren, vooral klassieke muziek, waar ze eigenlijk haar hele leven een hekel aan had gehad. Met haar heb ik naar Bach, Beethoven en Brahms e.v.a. geluisterd, beiden tot tranen toe geroerd. Dat waren heel intieme momenten.

Maar het fijnste was haar tederheid. Ik bezocht haar die veertien maanden in de Herbergier bijna elke dag, ook toen ze me niet meer herkende. Maar na een kwartiertje heel dicht naast elkaar begon het getortel en zaten we elkaar als een verliefd stelletje zoentjes te geven en vast te houden. Een paar dagen voor haar sterven reikte ze, liggend in bed, met haar handen naar mijn gezicht en streelde m’n wangen terwijl ze zachtjes zei: “Lief, lief, lief.” 

Twee en vijftig jaar lang hebben we van elkaar gehouden, van het begin tot het eind. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.

Hanneke is overleden

Op 25 juni 2025 is Hanneke van Veen overleden, na een verblijf van 14 maanden in de Haagse Herbergier.

Hanneke’s levensverhaal (8)

Van 37 tot 39 jaar, Kringloopcentrum in Den Haag

Hanneke was al jaren verbonden aan Emmaus Den Haag aan de Prinsegracht 36. Ze runde daar op zaterdagen ‘de boetiek’, de grote voorkamer aan de straatkant, met luxere artikelen, kunst en bijzondere kleding. Aan het (gekraakte) pand van Emmaus Welvaartsresten werd nog druk opgeknapt en verbouwd, net als aan de Barth-kapel in de achtertuin van Emmaus.
Toen Hanneke het plan had opgevat een Kringloopcentrum in den Haag te beginnen, lag het voor de hand dat te vestigen in het naastgelegen pand op Prinsegracht nummer 38. Dat was in deplorabele staat, al jaren leegstaand en grotendeels leeggeroofd van alle lood, koper en zink, deuren en kozijnen en andere waardevolle materialen. Maar daarom niet getreurd. Het werd ook gekraakt, door Simon Kamper, leider van Emmaus en Hanneke.

Aller noodzakelijkst was om het pand wind- en waterdicht te krijgen. Al snel werd duidelijk dat de gehele dakbedekking: veel houten binten, daklatten, zink- en loodwerk vernieuwd moest worden. Met een grote groep vrijwilligers werd deze reuzenklus aangepakt. Een ooit fraai 18de eeuws grachtenpand werd in enkele maanden bewoonbaar en bruikbaar gemaakt. Terwijl het gemeentelijk beleid er duidelijk al jaren op gericht was geweest het pand zo te laten verloederen dat het wel gesloopt moest worden.
Ook binnen werd veel werk verricht, zodat in 1981 het Kringloopcentrum kon worden geopend met op de bovenverdieping voddenweverij AVE van ondergetekende.
Bedoeling van het Kringloopcentrum was om daar meer in te zamelen dan Emmaus deed. Zo waren er projecten voor herbruikbaar glas, speciale flessen, zilverfixeer en nog veel meer. Hiervoor werd een ruime subsidie verkregen, waarvan ook enkele medewerkers, ook Hanneke konden worden betaald.

In de inmiddels opgeknapte Barth-kapel werd – ter gelegenheid van de opening – een tentoonstelling over hergebruik gehouden. Daarna volgde een groot project dat tot doel had een beeld te krijgen van glazen verpakkingsmaterialen zonder statiegeld. De inzameling ervan werd gestimuleerd door een dubbeltje te betalen aan een ieder die een nieuw verschillend flesje, potje of glas inleverde. Hiervan werd een imposante tentoonstelling gehouden op de eerste etage van het centrum, waar werkelijk alle wanden – van vloeren tot aan plafonds – vol met glazen verpakkingen stonden.
Helaas werd enkele maanden daarna de subsidiëring stopgezet door bezuinigingsmaatregelen en moest dit unieke centrum zijn deuren sluiten.

Hanneke’s levensverhaal (7)

Van 34 tot 37 jaar, bij De Kleine Aarde in Boxtel

Na haar vertrek bij de X-Y-beweging vond Hanneke (1977) full-time werk als financieel coördinator bij De Kleine Aarde (DKA) in Boxtel. Het was een heel gedoe om die volle baan, zo ver van huis, te combineren met de zorg voor het gezin. Maar – samen met mij – lukte het. Het leek Hanneke fantastisch om mee te werken aan een pioniersproject als DKA.

In 1972 werd DKA gesticht naar aanleiding van de zorgen die Sietz Leeflang en anderen hadden over de toenmalige toestand van het milieu en de verwachtingen voor de toekomst. Zij vonden dat er iets moest veranderen in hoe de mens met zijn omgeving omgaat en dat daartoe concrete alternatieven nodig waren. Het werd een van de eerste centra dat kleinschalige technieken ontwikkelde om het milieu te ontlasten.

Naast het financieel-administratieve werk werd Hanneke daar actief in de grote moestuin en binnen de uitgeversgroep die het blad van DKA uitgaf en folders, brochure en boeken publiceerde. Nadat ze een aantal artikelen voor het blad had geschreven, stelde Hanneke voor om een boek uit te geven over hergebruik. Ondanks weinig enthousiasme daarover bij de uitgeverij-groep zette ze door en kwam het Hergebruikboek in 1980 uit en kreeg snel een tweede druk. Er werden meer dan 20.000 ex. van verkocht.

Na er een aantal jaren te hebben gewerkt, werd steeds duidelijker dat er veel schortte aan de financiële organisatie. Er waren diverse ‘groepen’ actief, voor de uitgeverij, de moestuin, de winkel, de experimentele gebouwen, de rondleidingen enz. Het was de bedoeling dat al die groepen zelfstandig draaiden, maar de administratie van e.e.a. was zo gebrekkig dat dat helemaal niet was na te gaan.

Ook bleek dat de oprichter/directeur van DKA in feite een systeem van patronage had opgezet. Naast (lage) lonen kregen veel medewerkers gunsten, zoals groente mee naar huis nemen, artikelen uit de winkel, gebruik maken van de apparatuur van de uitgeverij voor eigen gebruik enz. Allemaal loon in natura dat niet was terug te vinden in de boeken. Nu DKA fikse overheidssubsidie kreeg, moest wel een betere administratie worden opgezet. Toen Hanneke de patronage aan de orde stelde en een nieuw systeem van administreren, ontstond en hevig conflict tussen haar en de directeur. Uiteindelijk bleek – ook nadat een groot deel van het personeel z’n vertrouwen had opgezegd – onvermijdelijk dat Sietz Leeflang het veld moest ruimen. Dat was de tweede directeur die sneuvelde na de komst van Hanneke in een organisatie.
Kort daarna besloot ze ontslag te nemen om een nieuw project in Den Haag op te zetten op het gebied van haar succesvolle boek: het Hergebruikboek.

Hanneke’s levensverhaal (6)

Van 30 tot 33 jaar, commune en werk in Den Haag

De voorafgaande vijf ‘afleveringen’ over het levensverhaal van Hanneke spelen zich af in de jaren dat Hanneke en ik elkaar nog niet ontmoet hadden. De teksten (met ongetwijfeld maar een fractie van wat er toen allemaal gebeurd is) zijn samengesteld uit de vele verhalen die Hanneke mij verteld heeft. Ook hebben enkele familieleden, vooral haar oudere zus Marieke en haar ex-man aardig wat aanvullende informatie gegeven.

In 1972 ontmoetten Hanneke en ik elkaar voor het eerst via de anti-autoritaire kresj. Wat ik me vooral herinner van het eerste bezoek aan haar was de grote orde en netheid in dat prachtige huis aan de Hugo de Grootstraat, waar ze in groepsverband woonde. Het kon zo in Schöner Wohnen met zijn Deens-achtige inrichting: heerlijk licht, schoon en georganiseerd.
Een schril contrast was het met de commune aan de Zwarteweg waar ik woonde na mijn scheiding in Groningen.

In de ‘Marxistisch-Leninistische commune de Rode Algemene’, waar ook de antiautoritaire kresj gevestigd was, heerste chaos op bijna elk vlak. Het was een groot pand, voormalig onderkomen van Huize Hazebroek, een bekende traiteur in Den Haag. Daarover zou ook een (soms wel) schokkend verhaal te vertellen zijn.
Oh, wat trok dat huis van Hanneke en haar huisgenoten me aan. Tijdens een kresjvergadering op 21-4-1973 sloeg de vonk tussen Hanneke en mij over en kort daarna trok ik bij Hanneke in, enigszins tegen haar zin, maar ik was niet te tegen te houden.

Zoals eerder gemeld werkte Hanneke bij de XminY-beweging. Zij had het de eerste jaren naar haar zin op dit werk, maar langzaam aan ontstonden irritaties over haar directeur van het kleine bureau van de stichting. Ze was het helemaal eens met de doelstellingen en het feit dat door de bijdragen van deelnemers veel radicale doelen in de Derde Wereld werden gesteund. Maar hoe het bureau (drie medewerkers onder een bestuur) zelf functioneerde, klopte volgens haar helemaal niet.

Gelijke verdeling van inkomen, kennis en macht was ver te zoeken op het kantoor van de beweging zelf. Hanneke stelde dit aan de orde in het bestuur, maar het lukte niet om het conflict hierover tussen haar en (vooral) de directeur op te lossen. Het bestuur van de stichting met o.a. Sjef Theunis (directeur van de Novib) en Jan Pronk (minister van Ontwikkelingssamenwerking) besloot uiteindelijk de strijdende partijen beiden te ontslaan. De redelijk riante afvloeiingsregeling die ze ontvingen accepteerde Hanneke niet. Het bedrag werd op haar verzoek geschonken aan de Mondlane stichting.

Inmiddels was Hanneke in haar vrije tijd, samen met haar zus Marieke en anderen, druk bezig met het verspreiden van een lange open brief van de arts Helen Caldicott, gebaseerd op haar boek Nuclear Madness: What You Can Do! Daarin werden de gevaren van nucleaire energie-opwekking en alles wat er het gevolg van kan zijn, aan de orde gesteld. En vooral wat wij, als eenvoudige burgers, kunnen doen om dat tegen te gaan. Vele tienduizenden brieven werden over het hele land verspreid aan organisaties, actiegroepen in individuen.

Hanneke’s levensverhaal (5)

Van 25-30 jaar, verhuizing naar en eerste jaren in Den Haag

In de nieuwe Haagse wijk Mariahoeve woonde het gezin in een flat op de 11de etage. Begin 1969 werd Hanneke zwanger en ontdekte al snel dat het bestaan in zo’n flat nogal eenzaam was. Henk had het druk met zijn nieuwe baan en politieke activiteiten. Einde oktober ’69 werd Barbara geboren. Hanneke, met de zorg van een dochter van acht jaar en de pasgeboren baby zag weinig mogelijkheden om te werken. Ze ontdekte al snel dat veel vrouwen in haar flat en omgeving in vergelijkbare situaties zaten.

In Amsterdam had Hanneke kennisgemaakt met overblijfcentra, waardoor moeders hun kinderen tussen de middag niet meer hoefden ophalen. Daardoor kregen ze meer mogelijkheden om te werken of voor andere activiteiten. Inmiddels had ze contact gekregen met MVM (Man Vrouw Maatschappij, de ‘brave’ variant van Dolle Mina). Onder andere via hen, eigen kennissen en scholen in de buurt startte ze een overblijfcentrum. Een paar jaar later waren dat er meer dan twintig, verspreid over heel Den Haag, ondergebracht in de stichting ‘Van 12 tot 2.’

Ook besloten zij en Henk om naar een andere woning te zoeken, meer in het centrum van Den Haag en liefst met anderen. Pogingen om dat via Centraal Wonen te doen liepen op niets uit. Uiteindelijk lukte het om met enkele vrienden een groot herenhuis te kopen in de Hugo de Grootstraat, waar een ‘Elastische Gezinsgemeenschap’ werd gestart in 1971. Voor het onderbrengen van Barbara in een dagverblijf kreeg Hanneke contact met de al enkele jaren bestaande anti-autoritaire kresj ‘De Kleine Witte’, met een twintigtal kinderen. Gerund door de ouders zelf (in de Assendelftstraat).

Ook vond Hanneke werk bij de XminY beweging. Door de Novib gestart en gericht op meer radicale bevrijdingsbewegingen zoals o.a. Frelimo, Chileense studenten en ANC. De ‘X’ staat voor het percentage dat ieder rijk land zou moeten geven aan Derde Wereldlanden en de ‘Y’ voor het percentage dat daadwerkelijk wordt afgedragen. Het verschil is wat de deelnemers vrijwillig konden bijdragen, een soort wereldbelasting. Motto van XminY: gelijke verdeling van inkomen, kennis en macht.

Hanneke’s levensverhaal (4)

Van 16 tot 25 jaar, huwelijk en moederschap in Amsterdam

Besloten werd dat Hanneke naar Amsterdam zou gaan, waar haar zus Marieke woonde en studeerde. Daar kon ze de eerste tijd terecht op een zijkamertje, later ging ze inwonen bij een bevriend echtpaar.
Ze ging naar de derde klas HBS van het Hervormd Lyceum. Ook daar voelde ze zich in het begin eenzaam en kreeg nauwelijks aansluiting bij medeleerlingen. In de pauzes durfde ze niet naar het schoolplein te gaan, waar de overige leerlingen in een lange rij rondjes liepen. Ze verstopte zich op een wc.
Later werd ze actief bij de toneelvereniging van het lyceum en deed mee aan diverse voorstellingen, onder andere een Griekse tragedie, waarin ze een rol speelde en daar erg van genoot.

Aan die toneelvereniging deed Henk de Haan mee, oud-leerling van het lyceum, al studerende. Tijdens de repetities ontmoeten ze elkaar en het was liefde op het eerste gezicht. Op allerlei vlakken hadden ze aansluiting, politiek, anti-militaristisch, literatuur, maar vooral waren ze verzot op elkaar en verlangden naar een warm gezellig gezin dat ze beiden in hun jeugd hadden gemist. Ze besloten om een kindje te ‘maken’ en zo snel mogelijk te trouwen. Hanneke was zestien, Henk vier jaar ouder. Toen de huisarts – na de kikkerproef – vermanend tegen Hanneke zei dat ze ‘brokken’ hadden gemaakt, rende ze blij naar buiten om Henk te vertellen dat het was gelukt: zwanger!

Vanaf september 1960, toen ze trouwden, woonden ze op kamers in de 2de Jacob van Campenstraat. Hun dochter Lajla werd in maart 1961 geboren in het ziekenhuis aan de Zeeburgerweg. Ze hadden het niet breed, maar waren samen met hun kindje gelukkig. Henk verdiende bij een levensverzekeringsmaatschappij, Hanneke was huismoeder
Ze werd ook actief bij weverij Het zwarte schaap die zus Marieke had opgezet met man Gé. Hanneke spon urenlang onbewerkte schapenwol die door haar zwager werden verweven tot mooie grote lappen. Zelf weefde ze ook enkele grote kleden op een zelfgemaakt staande getouw.
In oktober 1961 moest Henk in dienst en verhuisde Hanneke met Lajla naar haar ouderlijk huis in Den Helder. Daar werkte ze in de huishouding en in de bloemenwinkel aan de Van Galenstraat. 

Tijdens Henk’s dienst ontmoetten ze Leo Riemens (één van de oprichters van de Derde Weg Beweging en PSP),  eigenaar van het Joegoslaviëhuis (hotel/restaurant) in een pand aan de Singel in Amsterdam.
Ook had Leo een winkelpandje op de hoek van een zijstraat van de Hobbemakade, waar Hanneke en haar gezin konden wonen. Achterin waren 2 kamertjes en een keuken. Dat was de woning. De winkelruimte stond leeg, daar maakten ze een politiek actiecentrum van. Later werd er een bar in getimmerd met wat  krukken, tafeltjes en stoeltjes.
Er ontstond een jongerenactiegroep waarvoor de naam werd Cocomobobo bedacht. Van daaruit werden acties tegen de ABC-wapens georganiseerd. Henk was actief in het Landelijke comité voor de Vrede, dat de anti-kernenergie/paasmarsen organiseerde. Hanneke deed actief mee aan de demonstraties en ondervond daarbij het nogal hevige politiegeweld.

Hanneke was inmiddels gaan werken in het Joegoslaviëhuis, eerst als kamermeisje, later als kokkin in het eerste Joegoslavische restaurant in Nederland. De Joegoslavische kokkin werd ziek en Hanneke kreeg de vraag of zij haar wilde vervangen. Dat was nogal wat. Ze had geen enkele kennis van Joegoslavisch eten, evenmin als kokkin in een restaurant dat hoofdzakelijk door ‘gastarbeiders’, zoals die toen genoemd werden, werd bezocht. Toch lukte het het haar, met een beduimeld Duits kookboek en, naar ik vermoed, de mentaliteit van Pippi Langkous: “Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan.”

Als actiecafé en woning lukte de Cocomobobo maar ten dele. Wonen met een gezin met een café in hetzelfde huis bleek geen goede combinatie, vooral door het steeds groeiende aantal bezoekers. Ze verhuisden daarna naar de Tussen Kadijken. Henk had inmiddels een fulltime baan bij een sportzaak, Hanneke werkte bij Prestige Benelux, een firma die luxe keukenartikelen verkocht.
In 1968 solliciteerde Henk bij het wetenschappelijk bureau van de NVSH en werd aangenomen. Ze gingen op zoek naar een huis in Den Haag. Eind 1968 verhuisden ze naar de Gerstkamp in Mariahoeve.

Hanneke’s levensverhaal (3)

Van 11 tot 15 jaar, puberteit in Den Helder

Na de lagere school ging Hanneke naar het lyceum, net als haar oudste zus Marieke. Ze haalde redelijke resultaten, maar school interesseerde haar niet echt. Wel las ze veel boeken uit de grote boekenkast van haar moeder die ook dol op lezen was. Over godsdienst, die ze al vroeg afzwoor, over verre volken en geschiedenis. En over de periode dat haar grootvader Pake, rode dominee uit het begin van de 20ste eeuw, actief was voor de verheffing van arbeiders, vrouwen-emancipatie en de bestrijding van alcoholisme. Korte tijd was Pake verbonden aan Walden, de commune van Frederik van Eeden in het Gooi.

Toen ze een jaar of elf was, bleken haar ogen slecht (bijziend -10). De bril die ze kreeg had lelijke dikke glazen, jampotjes werden die genoemd. Al gauw probeerde ze zo veel mogelijk geen bril te dragen. Later brak ze de glazen en keek op school naar het bord door een scherf glas van haar bril. Zo kon ze toch meekomen zonder dat afschuwelijke ding op te hoeven zetten.
Tijdens een vakantie ging ze logeren bij haar geliefde grootvader, Pake, de rode dominee, die inmiddels in Voorburg aan de Vliet woonde. Hij was na zijn pensionering nog steeds actief met het bezoeken van allerlei eenzame en gebrekkige mensen, onder andere in het nabijgelegen HTO (Haagsch Tehuis voor Ongehuwden).
Hanneke’s moeder had de gebroken bril van haar dochter gevonden en hem laten maken. Per post kwam het ding aan in Rijswijk. Toen ze de bril daar opzette zag ze hoe vies het huis van haar grootvader was en hoe slordig hijzelf er uitzag. Door de bril ontdekte ze dat ze lang in een soort droomwereld had geleefd die in haar fantasie veel mooier was.

In de eerste jaren op het lyceum groeide Hanneke uit tot een vroegrijpe vrouw die veel  belangstelling van jongens (en een leraar!) kreeg. Ze kon er met haar rok met petticoat, slanke taille, opgemaakt en met hoge hakjes (en zonder bril) verleidelijk uitzien en had ook wel een vriendje af en toe. Maar haar belangstelling lag toch elders.

Ze werd lid van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, waarvan de Helderse afdeling geheel uit jonge knullen bestond. Die zagen zo’n meid helemaal niet zitten, maar Hanneke liet zien dat ze kon meedoen met hun soms wilde fiets- en wandeltochten en zwempartijen in de zee. Ze vond het heerlijk om zo buiten in de natuur te zijn. Al snel werd ze aanvaard als volwaardig lid en deed mee aan tochten in de natuur, vogeltellingen etc. Nu met broek en slobbertrui.

Toch ging het niet goed met haar. Thuis kreeg ze weinig aandacht, warmte en begeleiding. Ze voelde zich niet gewenst en onwelkom. Ze fantaseerde dat Lydius niet haar echte vader was, maar misschien wel Harke, een kunstschilder die bevriend was met haar moeder.
Ze at ook slecht, want ze was, door haar contacten in de NJN, vegetariër geworden, maar kreeg niet voldoende voeding die vlees verving met als gevolg bloedarmoede en ijzergebrek. Ze had last van slapeloosheid en voelde zich eenzaam en ongelukkig.

Op haar veertiende deed ze op een avond een  poging tot zelfdoding met allerlei medicatie die in het huis aanwezig was. De volgende ochtend vonden haar ouders haar in bed en werd ze naar het ziekenhuis gebracht, waar ze weer opknapte. Maar duidelijk was dat ze het huis uit moest, net als haar oudere zussen die al jaren eerder – ook vrij jong – het huis waren ontvlucht.