Van 0 tot 10 jaar, jonge jaren in Den Helder
Johanna Hendrika (Hanneke) van Veen werd in Den Helder geboren op 6 september 1943, een niet geplande geboorte in de moeilijke oorlogsjaren. Vader was bloemist/hovenier, moeder onderwijzeres en er waren twee oudere zusjes, beiden voor de oorlog geboren.
Een klein jaar na haar geboorte werd het gezin – door de hevige bombardementen (van de geallieerden) op de Duitse stellingen in Den Helder geëvacueerd naar twee adressen. Marieke van negen en Ineke van zes gingen naar een gezin in de omgeving van Hoorn, Hannie, zoals ze toen nog heette, met haar ouders naar een boerengezin op Wieringen. Het waren streng gelovige, ongastvrije mensen, die met tegenzin hadden moeten instemmen met de evacuatie. Ze duldden geen geluidsoverlast of beschadiging van meubilair of wat dan ook. Hannie huilde veel en werd daarom vaak in de kinderwagen in de koeienstal gezet.
Het was hongerwinter. Soms ging moeder met Hanneke in de kinderwagen stiekem wat extra’s halen in een gaarkeuken. Dat mocht het gastgezin niet merken, helemaal niet op zondag.
In 1945 verhuisden ze terug naar hun woning/winkel aan Van Galenstraat in Den Helder. Daar viel Hanneke uit haar bedje en kreeg een lelijke wond op haar voorhoofd door een gebroken lampetkan. Haar vader moest laat in de avond naar een dokter lopen. Het lidteken is nog steeds te zien.
Een jaar later werd Henkie (nu Dimitri) geboren en was het gezin compleet. Hun bestaan was vrij karig, de bloemenzaak en het hovenierswerk liepen niet goed. Ook was het inkomen van moeder laag. Als getrouwde vrouw kreeg ze geen vaste aanstelling, maar werd invalkracht, vaak op scholen in achterstandswijken: zwaar werk met grote klassen. Toch moest ze blijven werken, omdat van het inkomen van haar man niet te leven was.
Later, toen vader Lydius actief werd in de linkse pacifistische politiek, was dat niet bepaald bevordelijk voor de winkelomzet en tuinwerk in deze marinestad. Het was geen armoede, maar breed hadden ze het niet. Vakantie was hooguit logeren bij familie of in hun huis als die zelf op vakantie waren.
Op de lagere school was Hanneke een brave leerling, soms het lievelingetje van de meester. Af en toe spijbelde ze, vooral omdat ze ze graag buiten was, op de dijk bij het water of in de natuur.
Al tijdens de lagere school begon Hanneke voor het gezin te ‘zorgen’. Ze zag hoe zwaar haar moeder het had, hoe moe ze vaak was en hoe weinig haar vader bijdroeg aan de huishouding. Vroeg in de ochtend, voordat iedereen op was, ging ze naar de woonkamer om de tafel te dekken. Ook deed ze in haar eentje de afwas en ruimde vaak op als het een rommeltje was in de kamer en er bezoek verwacht werd.
Vader Lydius had het minder ver geschopt dan zijn broers en vader en had zich altijd miskend gevoeld met zijn landbouw-opleiding. Hij was ook wel een boertig type, niet zoals zijn broer en grootvader die het als dominees ver schopten. Er was daardoor weinig contact met zijn ouderlijke familie. Dieptepunt was toen Lydius niet uitgenodigd werd voor de bruiloft van zijn oudste broer. Hij zou niet in dat gezelschap passen, vond het aanstaande bruidspaar.
Ook in zijn eigen gezin was hij niet erg populair. Met walging keken moeder en drie dochters naar hem als hij weer eens een visje bakte voor zichzelf en het met vette handen opat. Redelijk traumatisch voor Hanneke was toen hij een keer een gevangen levende muis in de kolenkachel gooide.
Hij had tijdens zijn opleiding gewerkt op Paleis het Loo en o.a. daaraan een grote haat voor de monarchie overgehouden. Op Koninginnedag mochten z’n kinderen van hem niet meedoen met de feestelijkheden. Moeder kleedde de meisjes dan aan met een oranje strik in het haar en sluisde ze stiekem via de achterdeur naar buiten om toch naar de optocht te kunnen kijken.
Ook was Lydius sterk anti-militaristisch. Als er een straaljager overvloog was zijn standaard-opmerking: “Daar gaat weer honderdduizend gulden naar de bliksem!” Later veranderde hij van kerkgenootschap, van Hervormd naar Doopsgezind. Zijn vrouw volgde hem, de kinderen niet.
In ongeveer 2005 vroeg ik me af, waarom ik toch altijd geld tekort had aan het einde van de maand, ook al was ik op dat moment na het afronden van mijn studie al een paar jaar aan het werk in een toch goedbetaalde baan. Toen stuitte ik op “Je geld of je leven”, het boek wat jij samen met Hanneke schreef (en ik weet nu dat het deels een vertaling is van een Amerikaans boek, maar het bevat ook aanpassingen aan de Nederlandse situatie). Dat boek veranderde mijn leven ten goede. Ik ben er heel blij mee dat jullie dat schreven en dat ik het tijdens mijn zoektocht ontdekte. Hanneke heeft prachtige dingen gedaan in haar leven en ik denk dat ze heel veel mensen heeft geholpen om hun leven leuker en beter te maken.
Beste Petra,
Dank voor je aardige reacties. Inmiddels heb ik een boekje gemaakt van mijn blogverhaal over Hanneke en mijzelf. Wil je dat boekje ontvangen (geheel gratis en vrijblijvend) dan ontvang ik graag je postadres op mijn persoonlijke mail: robvaneeden@gmail.com.